Cookies helpen ons om jou beter over ons werk (en acties) te informeren. Wil je meer informatie?

Imidaclopriddebacle toont symptomen van falend beleid

Opiniepagina - 28 juli, 2014
Onlangs verscheen de zoveelste studie waaruit blijkt dat het gebruik van toegelaten, en dus veilig bevonden, bestrijdingsmiddelen toch schadelijke effecten heeft. Volgens Greenpeace gaat het hierbij niet om incidenten maar om symptomen van een falend toelatingsbeleid. Keer op keer blijkt men de risico’s van pesticiden voor mens en natuur te onderschatten, terwijl het risicobeperkende effect van steeds complexere gebruiksvoorschriften juist wordt overschat. Dit wijst op structurele tekortkomingen van de huidige procedures voor risicoanalyse en toelating van bestrijdingsmiddelen.

Het meest recente onderzoek betrof de stof imidacloprid. Deze pesticide uit de groep van neonicotinoïden is wereldwijd het meest gebruikte insecticide. De studie, uitgevoerd door de Radbouduniversiteit en gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Nature, liet een sterke correlatie zien tussen de concentratie imidacloprid in oppervlaktewater en de achteruitgang van de vogelstand. De onderzoekers analyseerden gedetailleerde gegevens over milieufactoren en populatietrends en kwamen tot de conclusie dat populaties van insectenetende vogels, zoals de boerenzwaluw en de spreeuw, sterker waren afgenomen in gebieden met hogere concentraties imidacloprid in het oppervlaktewater.

Afgelopen jaren verschenen vele studies die wezen naar het groeiende gebruik van neonicotinoïden als belangrijke oorzaak van de sterk toegenomen bijensterfte en de afname van populaties hommels en andere wilde bijensoorten. Al in 2010 ontdekte de Nederlandse toxicoloog Henk Tennekes dat deze stoffen bij langere blootstelling al sublethale effecten veroorzaken bij lage concentraties. Hij waarschuwt sindsdien voor de ernstige achteruitgang van vele soorten insecten en andere ongewervelden en de indirecte effecten hiervan op andere diersoorten. De voorspellingen van Tennekes werden bevestigd door een mei vorig jaar verschenen studie van de Universiteit van Utrecht, waaruit een sterk verband bleek tussen de normoverschrijding van imidacloprid in het oppervlaktewater en de verminderde aanwezigheid van aquatische insecten zoals libellen, waterjuffers en eendagsvliegen.

Vorige maand nog concludeerde de ‘taskforce on systemic pesticides’ op basis van een analyse van ruim 800 wetenschappelijke artikelen, dat systemische insecticiden zoals imidacloprid nadelige effecten hebben op een breed scala aan organismen: van zoogdieren en vogels tot amfibieën en reptielen.

Het onderzoek van de Radbouduniversiteit liet zien dat de negatieve effecten op vogels al optreden vanaf een, relatief lage, concentratie van 20 nanogram per liter water (ng/L). Ter vergelijking: van de 375 keer dat de waterschappen in 2012 een toetsbare concentratie imidacloprid hebben gemeten, was de concentratie in meer dan een derde van de gevallen hoger dan deze waarde. Imidacloprid is al lange tijd een problematische stof voor de waterkwaliteit. Jaar na jaar scoort de stof hoog in de top 10-lijstjes van probleemstoffen voor de waterkwaliteit. In Nederland kwam imidacloprid in meetbare hoeveelheden voor in 
30 procent van de 4.852 watermonsters die door waterschappen werden verzameld tussen 1998 en 2007.

Sinds de toelating van deze stof in 1994, is sprake geweest van herhaaldelijke en forse onderschattingen van zowel de toxiciteit als de verspreiding van deze stof in het milieu. Zo heeft het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) de toelatingsnorm naar aanleiding van ‘voortschrijdend inzicht’ menigmaal aan moeten passen. De eerste toelatingsnorm werd pas in 1997 
(3 jaar na de toelating!) vastgesteld op 830.000 nanogram per liter. Daarna is deze norm in de afgelopen jaren herhaaldelijk aangescherpt. De laatste keer was vorig jaar toen men op een maximale concentratie van 27 ng/L uitkwam. In totaal is de toelatingsnorm dus ruim 31.500 keer lager geworden!

Het Ctgb negeert bovendien al jaren de laatste stand van de wetenschap met betrekking tot de verschillende manieren waarop bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater terechtkomen. Deze informatie is al lange tijd bekend, maar nog steeds wordt bij risicobeoordelingen uitgegaan van drift als enig mogelijke emissieroute bij open teelten. De tegenstelling tussen aannames van het Ctgb en de overweldigende hoeveelheid onderzoeksinformatie die het tegenovergestelde aantoont, is schrikbarend.

Uit de vele onderzoeken blijkt dat de beoordelingssystematiek niet toereikend is voor het in beeld brengen van alle risico’s. Dit vraagt om een grondige herziening van de procedures voor risicobeoordeling en toelating van middelen. Tot die tijd is een verbod op het gebruik en de verkoop van deze systemische insecticiden noodzakelijk, zoals ook al tot twee maal toe is gevraagd door een meerderheid van de Tweede Kamer.

Greenpeace Nederland maakt zich onder meer hard voor de slimme inzet van biodiversiteit als alternatief voor het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen/kunstmest etcetera. Het gebruik van zeer toxische middelen zoals imidacloprid zijn fundamenteel onverenigbaar met dit streven. Deze stoffen zijn namelijk zeer schadelijk voor nuttige biodiversiteit zoals natuurlijke vijanden van landbouwplagen en bestuivende insecten (onder andere wilde bijen). Daarom roepen we overheden op zo snel mogelijk deze stoffen van de markt te halen en te investeren in de verdere ontwikkeling van gifvrije methoden.

Geschreven door Michiel van Geelen, campagneleider Landbouw en Voedsel

Geplaatst in Boerderij Vandaag op 25 juli 2014

Onderwerpen