magazine / december 2011

Tickende Zeitbombe

© Federal Office for Radiation Protection

Een dik overhemd, wollen sokken, een witte overall en zware bergschoenen. Ike Teuling, stralingsdeskundige bij Greenpeace, verdwijnt bijna in haar outfit. Niets aan de uitrusting doet vermoeden dat ze een oude zoutmijn ingaat waar het meer dan 35 °C is. Een mijn in het Duitse Asse waarin meer dan honderdduizend lekkende vaten met radioactief afval liggen opgeslagen.

Kom in actie Geen kernafval in Nederlandse bodem!


In de jaren zestig werd het voormalige Salzbergwerk Asse door de bondsregering aangewezen als plek voor de permanente opslag van zo'n 125.000 vaten radioactief afval. Veertig jaar later is dit experiment veranderd in een nachtmerrie. In theorie vormt zout een beschermende laag om radioactief afval, waardoor het materiaal voor duizenden jaren veilig en droog zou moeten blijven. De praktijk in Asse is helaas anders. Water stroomt al jaren de mijn in, de vaten zijn aangevreten en radioactief afval komt vrij. Een rampscenario waarmee de Duitse overheid zich vooralsnog geen raad weet. De mijn moet de komende jaren worden ontruimd, maar kan elk moment vollopen met water of gedeeltelijk instorten. Hoe kon het zo misgaan in Asse? GPM-redacteur Leon Varitimos waagt zich met Ike in de rampmijn en gaat op onderzoek uit.

Radioactieve gassen

Na een uitgebreide veiligheidsbriefing (‘niets aanraken, niets eten, niets drinken’) suizen we in een krappe lift honderden meters de diepte in. De koele lucht in de liftschacht maakt al snel plaats voor een tropische warmte. Op 500 meter diepte stappen we uit. Het enige licht komt van de bouwlampen die her en der staan opgesteld en van de lampen op onze helmen. De gangen tussen de verschillende open ruimtes zijn smal en donker; geen plek voor mensen met claustrofobie. Annette Parlitz, woordvoerder van de organisatie die in naam van de Duitse overheid de zoutmijn beheert, laat ons zien hoe hier per dag meer dan 10 kubieke meter water wordt opgevangen. 'Waar dit precies vandaan komt, weten we niet', geeft ze toe. 'Ergens uit de omliggende geologische structuren. Dit water kunnen we in elk geval opvangen en afvoeren vóór het de afgesloten kamers met radioactief afval bereikt.'

'We moeten een big fat mess opruimen'

Helaas blijkt dat niet te gelden voor al het water dat zich een weg baant door de zoutlagen. We stappen in een open jeep en Parlitz rijdt in razende vaart nog dieper de mijn in, naar een afgesloten kamer waar wél water is binnengedrongen. Maar hoeveel, dat weet niemand. De wetenschappers die hier enkele decennia geleden radioactief afval lieten opbergen, hielden een gebrekkige administratie bij. 'Een shovel heeft hier destijds honderden vaten gewoon in de diepte gestort', vertelt Parlitz. 'Daarop werd een laag zout gestrooid. Vervolgens reed de shovel over de vaten heen en dumpte een volgende lading, tot de ruimte vol was. We hebben geen idee wat we achter die muur zullen aantreffen. Het is mogelijk dat zich radioactieve of explosieve gassen hebben opgehoopt.'

De mijn leeft

Duidelijk is dat Asse zo snel mogelijk moet worden ontruimd. Een reuzenklus die de Duitse belastingbetaler miljarden euro’s zal kosten. Eerst moet echter meer onderzoek worden gedaan naar de 'verrassingen' die nog schuilen in de kamers die eind vorige eeuw hermetisch werden afgesloten. Daartoe boort het team van Parlitz met een speciale machine gaten in de tientallen meters dikke muren.

Het water dat nu de mijn in loopt, is slechts een voorbode van een ware ramp die zich elk moment kan voltrekken. De mijn kan absaufen, zoals de Duitsers zeggen: vollopen met water. Radioactief afval kan dan naar de oppervlakte komen en het grondwater vervuilen. Ook dreigt er instortingsgevaar. Volgens wetenschappers is de stabiliteit van de mijn voor niet meer dan tien jaar te garanderen.

De mijn is continu in beweging. 'Het volume van alle open ruimtes in de mijn samen is zo’n 5 miljoen kubieke meter', rekent Parlitz voor. 'En daar staat ontzettend veel druk op. Zout is flexibel, maar als de druk te groot wordt, ontstaan scheuren in de wanden.' Ze wijst op de grote scheuren die nu al te zien zijn in een dikke, betonnen muur van slechts twee jaar oud. 'We moeten een big fat mess opruimen. Vandaag de dag zouden we concluderen dat deze mijn niet veilig is', erkent ze. 'Ik heb geen idee waarom iemand ooit heeft gezegd: deze mijn zal een miljoen jaar droog blijven.' Ik vraag of ze gelooft dat zo'n locatie überhaupt bestaat.  Parlitz reageert zichtbaar nerveus. 'Ik weet het niet. Nee, dat durf ik niet te zeggen.'

Kletsnat

Hoe kon het zo misgaan in Asse? Wetenschappers stoppen vele duizenden vaten gevaarlijk radioactief afval in een mijn die op instorten staat. Foutje, bedankt? Die vraag stellen we aan Udo Dettmann, coördinator van het lokale verzet tegen de opslag in Asse. Van een ongelukkige samenloop van omstandigheden was volgens Dettmann absoluut geen sprake: 'Vanaf het begin was duidelijk dat de mijn helemaal niet droog was, zoals ons werd beloofd door politici en wetenschappers. De mijnwerkers die nog in de zoutmijn hadden gewerkt, zeiden: de mijn is kletsnat en de plafonds kraken.'

Dettmann kent de zoutmijn en zijn geschiedenis als geen ander. Hij heeft er zijn missie van gemaakt om de waarheid boven tafel te krijgen en wist veel documenten te bemachtigen die de Duitse overheid achter slot en grendel hield. 'De politiek en het bedrijfsleven waren erop gespitst om van dat afval af te komen. En de wetenschappers zochten naar geld voor hun onderzoek en streefden naar internationale erkenning. De leider van het onderzoeksteam kreeg nota bene een ereonderscheiding van de overheid. Dat is voor de bevolking hier nu natuurlijk onbegrijpelijk.'

Nederlandse Asse

In Duitsland heeft de politiek inmiddels gereageerd op de gebeurtenissen in Asse, de ramp in Fukushima en het grootschalige verzet tegen kernenergie. Op termijn zal de Duitse overheid alle kerncentrales sluiten. Maar in Nederland maakt Maxime Verhagen zich nog altijd hard voor een tweede kerncentrale. Die centrale zal vijf keer zo veel afval produceren als de huidige centrale in Borsele, zo’n 50.000 kilo per jaar. Dat afval moet ergens heen, maar waar? Verhagen wil het onder de grond stoppen. Welke gemeente de twijfelachtige eer krijgt om als nucleaire dumpplaats te dienen, houdt de vicepremier angstvallig geheim.

In november lanceerde Greenpeace, in naam van minister Maxime Verhagen, de Kernafval Megaton Jackpot. Op deze website kun je checken of jij kans maakt op een ton. Een ton kernafval, welteverstaan. Is jouw gemeente een van de kandidaten, moedig je wethouder dan aan zich tegen de ondergrondse opslag van kernafval te keren. Of stuur Verhagen per e-mail een oproep om te stoppen met kernenergie en de productie van levensgevaarlijk kernafval! Nu al hebben 58 van de 118 gemeentes die in aanmerking komen voor de gevaarlijke plannen van Verhagen, protest aangetekend bij de minister.

Greenpeace voert actie tegen de plannen van Verhagen. Als Asse ons iets leert, is het dat kernafval niet veilig kan worden opgeslagen. Geen provincie in Nederland zit te wachten op een lading kernafval. Het Interprovinciaal Overleg (IPO) heeft al laten weten dat het de Nederlandse bodem niet geschikt acht voor de ondergrondse opslag van kernafval.

 

Udo Dettmann hoopt dat Nederlandse burgers alerter zullen reageren dan de inwoners van Asse in de jaren zestig, als er kernafval in hun achtertuin terecht dreigt te komen. ‘Mensen moeten beseffen dat er nog absoluut geen veilige, geteste technieken zijn om kernafval langdurig op te slaan', zegt hij. 'Burgers moeten zich dus niet door de overheid, het bedrijfsleven of wetenschappers laten vertellen dat zij die klus wel zullen klaren.’ Een veel beter idee is natuurlijk: stoppen met kernenergie en te kiezen voor schone energiebronnen. Dan hoeven overheden ook niet te leuren met hun nucleaire afval.

 

 

Volg stralingsdeskundige Ike Teuling op Twitter: @IkeGreenpeace