magazine / juni 2012

Shell, handen af van de Noordpool

© Bernd Roemmelt/GP

Twee ijsbrekers van oliemaatschappij Shell stomen naar de Noordpool, gevolgd door twee boorschepen. Shell wil op 13 juli starten met proefboringen in de Noordelijke IJszee. In dit ongerepte gebied heeft elk olielek rampzalige gevolgen voor mens en dier.

Teken de petitie

Ongerept en kwetsbaar

Eeuwenlang bleef het Noordpoolgebied ontoegankelijk voor industriële activiteiten. De witte poolwereld was het exclusieve domein van ijsberen, zeerobben, walrussen en poolvossen. Eskimovolken als de Inuit en de Inupiat leefden in evenwicht met deze natuur: samen vormen zij het kwetsbare, unieke ecosysteem van de Noordpool.

Dit evenwicht dreigt verstoord te raken nu het gebied door klimaatverandering wel bereikbaar wordt. Stijgende temperaturen en smeltend zee-ijs in de zomer hebben een felle concurrentiestrijd ontketend rond de bodemschatten in het Noordpoolgebied. Shell moest met lede ogen toezien hoe ExxonMobil het Russische deel van de Noordelijke IJszee in handen kreeg. De Brits-Nederlandse multinational zet nu alles op alles om als eerste zijn boorplatforms te verschepen naar de Amerikaanse Chukchizee en Beaufortzee bij Alaska.

Iconische dieren

In het ijskoude water van deze ‘IJsberenzeeën’ zwemmen nu nog zeventien walvissoorten ongestoord rond. De opvallende narwal bijvoorbeeld, die een meterslange, spiraalvormige slagtand bovenop zijn kop heeft. Boven deze wateren vliegen duizenden zeevogels en miljoenen trekvogels, zoals de noordse stern die elk jaar de wereld rondvliegt van de Noord- naar de Zuidpool en weer terug. Wat gebeurt er met deze iconische dieren als Shell een olielek veroorzaakt?

Noordpooldieren zijn zeer kwetsbaar: als hun leefomgeving vervuild raakt, is er geen alternatief. De meeste dieren leven van voedsel in het water en een olielek heeft al snel rampzalige gevolgen. Olie zal de baleinen van de Groenlandse walvis, waarmee hij voedsel uit het water filtert, dichtplakken. De vacht van een ijsbeer neemt veel olie op, waardoor de ‘warme jas’ zijn isolerende werking verliest en de beer zichzelf niet langer op temperatuur kan houden. Hij zal proberen zichzelf schoon te likken, maar krijgt daarbij de giftige stoffen uit de olie binnen. Ook zeehondenpups hebben geen schijn van kans als zich een olielek voordoet. Hun babyvacht is hun enige isolatiemateriaal. Als die wordt beschadigd, zullen ze niet overleven in het barre poolklimaat.

Inupiat, leven met de natuur

In het Noordpoolgebied wonen zo’n 4 miljoen mensen, merendeels afstammelingen van inheemse volken die hier al duizenden jaren leven. Caroline Cannon bijvoorbeeld. Zij is een Inupiat en de voormalige burgemeester van Point Hope, een afgelegen kustdorp aan de Chukchizee. In Point Hope heerst een bar klimaat, met temperaturen die ’s winters dalen tot -45 °C en in de korte zomer niet boven de 10 °C uit komen. Een kleine landingsbaan verbindt de bewoners met de buitenwereld.

De Inupiat zijn afhankelijk van wat de natuur ze biedt voor hun vet, proteïnen en kleding. Van elk dier dat ze jagen, wordt elk stukje benut. Naast het vlees en vet gebruiken ze de huiden voor het bekleden van het houten geraamte van hun bootjes. Bont houdt ze warm, tanden worden naalden of sieraden. ‘De zee is onze tuin en onze identiteit’, zegt Cannon. ‘Daarom is het voor ons van levensbelang dat het land en het water schoon zijn.’

Machtige olielobby

In dit onherbergzame, afgelegen gebied wil Shell naar olie gaan boren. Het bedrijf heeft haast: inmiddels is ruim € 4 miljard geïnvesteerd in dit Noordpoolproject en voor dat bedrag willen de aandeelhouders resultaat zien. Jarenlang hield een effectieve coalitie van milieuorganisaties en inheemse volken de olieboringen tegen. Maar in maart 2012 gingen de VS door de knieën voor de machtige olielobby en kreeg Shell toestemming voor de proefboringen. Zijn reddingsplan in geval van een olielek werd geaccepteerd, ondanks talloze lacunes en absurde aannames.

Zo heeft Shell in zijn plan slechts 9 schepen om de olie op te ruimen. Ter vergelijking: in de Golf van Mexico werden 6.500 schepen ingezet. De kap die BP uiteindelijk met veel moeite over zijn lekkende oliepijp kon plaatsen, is niet geschikt voor de Noordpool. Maar in zijn plan vertrouwt Shell volledig op deze methode. Zelfs de Amerikaanse dienst die verantwoordelijk is voor olieboringen op zee schat dat de kans op een groot olielek in de ‘IJsberenzeeën’ één op vijf is. En de dienst noemt de kans op een klein lek bijna 100 procent.

Onacceptabele risico’s

Is zo’n olielek wel te bestrijden in de barre en ijzige omstandigheden rond de Noordpool? De Amerikaanse milieuorganisatie PEW liet het in 2010 onderzoeken. De conclusie van het uitvoerige en gedegen rapport is: elke poging een olievlek op te ruimen is hier gedoemd te mislukken. Het is ijskoud, de zee is ruw en vol kruiend ijs en de wind kan plotseling aanzwellen tot orkaankracht. Geen enkele bekende opruimmethode werkt in deze omstandigheden, zegt ook de Amerikaanse geologische dienst.

Toch beweert Shell dat het 95 procent van de olie op zal kunnen ruimen. Maar zelfs volgens het Amerikaanse overheidsbureau NOAA is nooit meer dan 20 procent van een olielek opgeruimd, en dat alleen in uiterst gunstige omstandigheden: in een goed bereikbare haven, bij kalm weer. In de Golf van Mexico is slechts 17 procent opgeruimd en na de ramp met de olietanker Exxon Valdez in Alaska, ruim 20 jaar geleden, niet meer dan 9 procent. Stukken dikke, zwarte olie van dit rampschip liggen nog steeds op de  kusten van Alaska: door kou en gebrek aan zonlicht breekt de olie nauwelijks af.

Milieuorganisaties kregen in april van dit jaar steun uit onverwachte hoek. In een onderzoeksrapport waarschuwde ‘s werelds grootste verzekeringsmaatschappij Lloyd’s of London voor de ‘unieke en moeilijk te beheersen risico’s’ van olieboringen in het Noordpoolgebied. ‘Don’t rush in, think carefully’, adviseert Lloyd’s bedrijven die richting de Noordpool willen trekken. Maar Shell luistert niet.

Shell trekt al decennialang een spoor van vervuiling door de wereld. Een kleine greep:

2012 Onder druk van Shell blokkeert Nederland pogingen van de EU om de zeer schadelijke teerzandolie te weren.
2011 Uit een pijpleiding van Shell stroomt ruim 200.000 liter olie de Noordzee in. Shell blijkt hier veel vaker olielekken te veroorzaken.
2011 De Zuid-Afrikaanse regering verbiedt (voorlopig) de controversiële, waterslurpende boringen naar schaliegas door Shell in de droge Karoo.
2010 Shell wordt verwijderd uit de Dow Jones Sustainability World Index, vanwege de enorme olievervuiling in Nigeria.
2009 Shell besluit te stoppen met investeringen in zonne- en windenergie.

2003 Shell start met de zeer vervuilende winning van teerzandolie in Canada.
1993 In Ogoniland, Nigeria, stopt Shell na 35 jaar met boren. De lekkende pijpleidingen veroorzaken een gigantische milieuramp.
1987 Shell blijft olie leveren aan het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime, ondanks een olie-embargo van de VN.
1985 Curaçao krijgt Shells raffinaderij ‘cadeau’: de oliegigant ontslaat alle werknemers en laat een pikzwart meer, olielekken en chemicaliën achter.
1974 De Shell-tanker Metula loopt aan de grond bij het zuiden van Chili. 53.000 ton olie vervuilt de stranden, 40.000 pinguïns komen om.

Wat als er olie lekt...

Als olie begint te lekken, is het zaak er snel bij te zijn. Na een week kun je olie al niet meer uit het water scheppen. Het Wereld Natuur Fonds berekende dat Shell in de vier maanden dat de zee open is (van juli tot en met oktober) gemiddeld twee tot vier dagen per week iets kan doen bij een olielek. Op de andere dagen is de wind te hard, de zee te woest of de temperatuur te laag. Ook in de overige acht maanden per jaar kan de oliemaatschappij niets uitrichten tegen een lek.

Shell doet tamelijk luchtig over de kansen op een onbeheersbaar olielek. Maar onderzoekers wijzen op de feiten. De dichtstbijzijnde grote haven, Dutch Harbor, is 2.400 kilometer verwijderd van de boorgebieden. Weliswaar zijn er een paar landingsplaatsen voor vliegtuigen, maar die zijn niet verbonden met een wegennet. Schepen van de kustwacht zijn afwezig in de twee zeeën waar Shell wil boren en het meest nabije kustwachtstation ligt op een afstand van ruim 1.500 kilometer. Waar denkt Shell hulp vandaan te halen als de olie onverhoopt uit de zeebodem spuit?

De reddingsteams moeten dus een enorme afstand overbruggen. Op hun weg naar de boorplatforms worden ze bovendien geconfronteerd met een woeste zee, ijsbergen zo groot als flatgebouwen, winden met orkaankracht, dichte mist, ijzige kou en - afhankelijk van het seizoen - mogelijk zelfs totale duisternis. Zijn ze eindelijk aangekomen, dan is het maar de vraag of ze iets kunnen uitrichten.

Drie opruimmethoden

Globaal zijn er drie manieren om een deel van de gelekte olie op te ruimen. Je kunt de olie met veegarmen en oliezuigers uit het water halen. Maar uit testen door de staat Alaska in 2000 blijkt dat een enkel stuk drijvend ijs al genoeg is om de hele operatie te laten mislukken. Op een filmpje is duidelijk te zien hoe de onderzoekers worstelen met brokken ijs die de veegarmen klemzetten. Desondanks voert Shell deze methode op als heel bruikbaar in zijn reddingsplan. De tweede methode, het verbranden van olie op zee, is alleen in kleinschalige experimenten getest en nooit in de ijzige omstandigheden die op de Noordpool heersen. En nummer drie, de olie met chemische middelen in kleinere stukjes breken, vervuilt de omgeving met nog meer gif. Vissers die olie opruimden in de Golf van Mexico kampen nu met lichamelijke klachten door de omstreden giftige stoffen die BP in het water spoot.

En wat als het lek helemaal niet ontdekt wordt? Als diep onder de zeespiegel een pijplijn openbarst en de olie onder het zee-ijs verdwijnt? Dan kan de zwarte drab met de stroming honderden kilometers ver weggevoerd worden zonder dat er een haan naar kraait. Als de ijskap in de zomer smelt, is de olie al over een groot gebied verspreid. Met een beetje pech bevriest de olie in meerjarig ijs. Dan duurt het jaren voordat een opruimpoging gedaan kan worden. Aan een totale blow-out zoals in de Golf van Mexico, waarbij zo’n 800 miljoen liter olie weglekte, willen Caroline Cannon en haar dorpsgenoten al helemaal niet denken. ‘Dan is het met ons gedaan.’

Een streep in het ijs

‘De boorplannen zijn niet alleen riskant, maar ook onzinnig’, zegt Rolf Schipper, campagneleider klimaat en energie bij Greenpeace. ‘Als we echt werk zouden maken van energiebesparing en schone energie, hebben we de Noordpoololie helemaal niet nodig. Sterker nog: als we gevaarlijke klimaatverandering willen tegengaan, mogen we zeker niet meer dan een derde van de huidige fossiele brandstofvoorraden opstoken. Naar nóg meer olie zoeken is dus volstrekte onzin. Bovendien, om hoeveel olie gaat het eigenlijk? Volgens de Amerikaanse geologische onderzoeksdienst is alle olie in het Noordpoolgebied net genoeg om drie jaar lang in de wereldbehoefte te voorzien. Dan is het op. Voor die eindige hoeveelheid wordt een uniek gebied op het spel gezet.’

Greenpeace en andere milieuorganisaties verzetten zich al jaren tegen de risicovolle olieplannen van Shell. Nu de boorschepen toch op weg zijn om de Noordpool in gevaar te brengen, trekt Greenpeace een streep in het ijs: ‘Tot hier en niet verder.’

In de haven van Auckland, Nieuw-Zeeland bezetten onze actievoerders in februari 77 uur lang de Noble Discoverer, een van de twee boorschepen van Shell. Al snel regende het steunbetuigingen en handtekeningen onder onze petitie tegen de olieboringen. De oliemaatschappij spande prompt in Alaska een rechtszaak aan tegen Greenpeace. Van een federaal gerechtshof mag Greenpeace USA nu zelfs niet in de buurt van Shellschepen komen.

Maar het verzet tegen de olieboringen is veel breder dan Greenpeace USA. In mei ketenden Greenpeace-actievoerders uit dertien landen zich vast aan de ijsbreker Nordica, die voor Shell de weg naar de Noordpoololie moet openbreken. Eerst in de haven van Helsinki, daarna achtereenvolgens in Zweedse, Duitse en Deense wateren. De Nederlandse Marleen van Soelen was erbij: ‘Shell heeft maar 68 dagen om te boren. Elke vertraging geeft ze minder tijd om een milieuramp te veroorzaken.’

Jouw stem is hard nodig

Een reus als Shell stoppen, kan een mens niet alleen. Maar samen staan we sterk. Ga naar www.stopshell.nl en teken de petitie. Vraag je vrienden, familie en collega’s ook hun handtekening te zetten. Laat Shell weten: de Noordpool is ook van mij.

Rolf Schipper is campagneleider klimaat & energie. Volg hem via Twitter.