magazine / oktober 2012

Leve het bioleven

Freek van Leeuwen, kaasboerderij De Vierhuizen

Freek van Leeuwen, kaasboerderij De Vierhuizen

© GP/Nils Schoonhoven

Elk jaar zetten meer mensen de stap naar biologisch ondernemen. Veehoudende kaasmaker Freek van Leeuwen en startende fruittelers Janet en Wil Kop delen hun verhaal over een nieuw bestaan zonder gifspuit of genetisch gemanipuleerd veevoer.

KAASBOERDERIJ DE VIERHUIZEN

40 hectare land met 35 melkkoeien, 16 kalveren en pinken, 25 ooien en 13 verschillende soorten kazen

Financiële kansen grijpen en werken in de natuur. Dat was in 2007 de basis voor het nieuwe bedrijfsplan van Freek van Leeuwen en Nicole de Gier voor De ­Vierhuizen, de boerderij van Freeks ouders. Met amper veertig koeien een kleintje in de sector, maar wel een florerend bedrijf dat zijn weidekaas aan restaurants en winkels in binnen- en buitenland levert. ‘We wilden milieubewust én winstgevend werken. En daar past biologisch boeren uitstekend bij.’

Natuurgebied

Om te beginnen lieten ze tegen een financiële vergoeding hun land omvormen tot natuurgebied. Trots vertelt Freek: ‘Dit is het eerste en enige natuurgebied in Nederland dat helemaal door boeren is geïnitieerd en ingericht.’ Een stap met verregaande consequenties, want er is geen weg meer terug en de beperkingen zijn strikt. ‘Er mogen minder koeien per hectare lopen, we mogen geen chemische middelen gebruiken - maar dat deden we toch al niet - en de natuur moet in alles vooropstaan.’ Biologisch ondernemen was voor het stel de volgende logische stap. Niet alleen omdat de ouders van Freek de boerderij al jaren zo duurzaam mogelijk runden, maar ook om bedrijfseconomische redenen: Nicole en Freek zagen dat de vraag naar gecertificeerde biologische producten steeg.

Zuursels en bacteriestammen

Freek: ‘De kaasmakerij bleek de grootste hindernis voor het biologische keurmerk van stichting Skal, die toezicht houdt op de biologische productie in Nederland. Volgens de regels mag er geen salpeter worden gebruikt om de bacteriegroei te onderdrukken. Met veel experimenteren ontdekten zuiveltechnologen tóch een manier om met zuursels de ontwikkeling van bacteriestammen te onderdrukken.’ In april 2010 meldde De Vierhuizen zich bij Skal. Een immense papierwinkel volgde, weten ze nog. ‘Alleen al nieuwe etiketten ontwikkelen was een enorme klus vanwege alle verplichte aanduidingen, logo’s en benamingen.’ Maar in oktober 2011 kregen ze de licentie voor de melk en hun beroemde Wilde Weide-kaas.

‘We wilden milieubewust én winstgevend werken. Daar past biologisch ­boeren uitstekend bij.’

Vooruitziende blik

Al was het ook een zakelijke beslissing, Freek en Nicole zijn het erover eens: biologisch onder­nemen is voor hen de meest inspirerende en uitdagende manier van werken. Zo stellen ze nu samen duurzaam bodembeheer ter discussie, experimenteren ze met composteren en met een nieuwe koeiensoort die het ruigere gras beter verteert. Toch zijn de twee ondernemers ook kritisch op hun nieuwe werkwijze: ‘De filosofie van de biologische landbouw is gestoeld op normen uit de jaren ’70 en ’80 die zijn vastgelegd in de wet. Dat maakt het star. Het zou goed zijn als bioboeren meer doen dan alleen voldoen aan de wettelijke normen. Bijvoorbeeld werken aan energie-efficiëntie in het bedrijf. Dat hoort zeker ook in de biologische landbouw thuis.’

FRUITKWEKERIJ LISBOA

2,7 hectare land met 2.500 appelbomen, 1.600 perenbomen, 100 jonge pruimenbomen, 400 jonge kersenbomen en 50 rodebessenstruiken

Dromend van een rustiger en bewuster manier van leven, verkochten Janet en Wil Kop in 2011 hun tuincentrum en chocolaterie in Rotterdam. Ze vonden een prachtig huis in ’s Gravenmoer, maar werden vooral verliefd op de boomgaard die erbij hoorde. Een nieuw leven als fruittelers begon. Of eigenlijk: biologische telers in spé. Want de boomgaard bestaat al decennialang, maar is niet biologisch. En dat is wel het doel van Janet en Wil. Voor de vorige eigenaar - boer Piet van 78 - was dat wel even wennen. ‘Hij staat met jeukende handen toe te kijken hoe wij dagenlang onkruid wieden’, vertelt Janet vrolijk. ‘We moeten hem echt tegenhouden om niet met de gifspuit in de weer te gaan.’

Oorworm tegen luizen

Elke dag leert het stel bij. Uit de praktijk, vakliteratuur en van Bionext, de organisatie die ondernemers helpt bij de overstap naar biologische teelt. Maar ook van Piet, die het ondernemende stel nog steeds bijstaat. Janet: ‘Het draait nu niet meer om geld verdienen zoals vroeger, maar om midden in de natuur staan. Vanaf het begin gebruiken we daarom al 70 procent minder bestrijdingsmiddelen. Luis pakken we nu aan door zakjes met stro op te hangen. Dat trekt oorwormen aan, die de natuurlijke vijand van luizen zijn. Tot onze eigen verbazing én die van Piet ziet het fruit er prachtig uit.’ Inmiddels zijn ze zo overtuigd van de voordelen van milieuvriendelijk telen, dat ze zich afvragen of ze hun appels en peren wel volgens de Skal-normen willen telen. ‘Want bespuiten met zwavel - wat volgens de regels mag - is in onze ogen ook milieubelastend.’

‘Tot verbazing van boer Piet ziet het fruit er prachtig uit.’

Vruchten plukken

Het keurmerk van stichting Skal laat nog zeker drie jaar op zich wachten, maar dat deert Janet en Wil niet. ‘Als we door onze boomgaard wandelen en de bomen vol zien hangen met prachtig, gezond fruit, dan is onze droom al uitgekomen.’ De eerste mantet (frisse appel) is onlangs geoogst en wordt verkocht vanaf een onbemenste kar op het erf. En als ze eenmaal het keurmerk hebben, gaan ze meedoen met ‘Adopteer een Appelboom’ van Bionext. Hierbij adopteren mensen voor een klein bedrag een appelboom, waarvan ze jaarlijks de vruchten mogen plukken. Straks is het tijd om de claps te oogsten, een echte raspeer. Met vertrouwen kijken ze naar de toekomst: dat keurmerk komt er wel. Lachend: ‘Al is het alleen al omdat boer Piet regelmatig hoofdschuddend zegt: “Dat lukt je nooit!”.