magazine / oktober 2012

Zin en onzin over het klimaat

Pier Vellinga zou je een van de ‘ontdekkers’ van klimaatverandering kunnen noemen. Hij was in de jaren tachtig een van de eerste wetenschappers in Nederland die publiceerden over de opwarming van de aarde. GPM sprak met hem over de stand van zaken in het klimaatdebat.

Zijn wetenschappers het nu wel of niet eens over de oorzaken van klimaatverandering?

‘Onder wetenschappers is het al lang geen discussie meer of de mens verantwoordelijk is voor klimaatverandering. We weten 100 procent zeker dat er meer CO2 in de atmosfeer zit dan twee eeuwen geleden en dat dit de opwarming van de aarde versterkt. Die CO2 is afkomstig van fossiele brandstoffen die door de mens zijn verbrand. Wat we níet zeker weten is in hoeverre het broeikaseffect wordt versterkt door andere factoren, zoals waterdamp en het afnemende vermogen van oceanen om CO2 te absorberen. We weten dus ook niet zeker hoeveel warmer het de komende eeuw op aarde wordt: 3, 4, 5 of zelfs 6 graden?’

Toch lijkt het in discussies soms alsof het broeikaseffect nog steeds niet bewezen is, en er evenveel voor- als tegenstanders zijn. Hoe kan dat?

‘Dat heeft vooral te maken met de menselijke psyche. Klimaatverandering is, zoals Al Gore het omschreef, een “ongemakkelijke waarheid”. Wij praten liever niet over zaken die toch onvermijdelijk lijken te zijn. We hebben het bijvoorbeeld nooit over doodgaan. Je ziet het ook bij mensen die roken. Die grijpen vaak elke strohalm aan om hun verslaving goed te praten. Verhalen over hun opa die negentig werd en rookte als een ketter. Ook wordt de opwarming van de aarde bij ons pas echt ingrijpend over vijftig jaar en dan kun je er nog maar weinig aan doen. Wij mensen zijn behoorlijk op de korte termijn gericht. Zolang er meer mensen zijn die verdienen aan vervuilende technologieën dan aan schone, wordt er met de voeten gestemd. Zolang een bedrijf als Shell nog kan verdienen aan olie, zal het niet stoppen. Iedere dag dat er nog verwarring bestaat over klimaatverandering, kan Shell zichzelf en zijn aandeelhouders tevredenstellen.’

Bij veel mensen zit tussen de oren dat de temperatuur met niet meer dan 2 graden mag stijgen. Sommige wetenschappers menen dat die 2 graden een veel te ruime schatting is.

‘We hebben al 0,7 tot 0,8 graden te pakken, dus we zitten al bijna op de helft. Er zijn wetenschappers die zeggen: 1,5 graden, gemeten vanaf het pre-industriële tijdperk, is ook al ruim. Die 2 graden heeft als criterium dat de natuur zich nog enigszins kan aanpassen, maar dat is nogal relatief. In de afgelopen honderd jaar is er al ontzettend veel veranderd, door urbanisatie en landbouw. We zien nu dat er met een opwarming van 1 graden ook al schade optreedt. Met die 2 graden heb je 50 procent kans dat het radicaal fout gaat met bijvoorbeeld de ijskappen en 50 procent kans dat het met een sisser afloopt.’

Omdat overheden en energiebedrijven achterblijven, wordt tegenwoordig vaak de consument aangesproken op zijn verantwoordelijkheid. Maar zet het indraaien van een spaarlamp echt zoden aan de dijk, vergeleken met de uitstoot van grote industrieën?

‘Als je sec naar volume kijkt, leveren elektrische auto’s en zonnepanelen op woonhuizen misschien een beperkte bijdrage, maar in psychologische en culturele zin hebben die initiatieven een enorme impact. Als je als individu trots bent dat je thuis zonne-energie opwekt, maar ziet dat op je werk nog altijd gebruik wordt gemaakt van vervuilende auto’s, dan ga je vragen stellen. Psychologisch werkt dat enorm door. Het is dan ook niet geheel toevallig dat juist voedingsbedrijven als eerste omgaan. De voedingsindustrie staat heel dicht bij de consument, de klant moet dagelijks voor producten kiezen, waarbij emoties een grote rol spelen. Een bedrijf als Unilever zet volop in op duurzaamheid, terwijl grote energiebedrijven achterblijven.’

Een ander veelgehoord argument is dat het toch niets uitmaakt wat wij in Europa doen. De VS, China en India zouden de sleutel tot de aanpak van klimaatverandering in handen hebben.

‘Door op die manier te redeneren, kom je nergens. En kijk eens naar een land als Duitsland. Daar waar burgers en de overheid wél de handen uit de mouwen hebben gestoken en een ware energierevolutie heeft plaatsgevonden, gaat het economisch ook beter. In Nederland, waar het vorige kabinet inzette op de nucleaire industrie, hebben we tientallen miljoenen verkwist. Als je naar de geschiedenis kijkt, zie je dat in tijden van crisis de grootste doorbraken plaatsvinden: never waste a good crisis. In Duitsland hebben ze een crisis geforceerd door helemaal te stoppen met kernenergie. De klimaatcrisis biedt de ideale gelegenheid om eindelijk verouderde technologieën (denk aan mijnwerkers en olie- en luchtverontreiniging) aan de straat te zetten.’

Maar is er überhaupt reden tot zorg? Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) concludeerde kortgeleden dat de gevolgen van klimaatverandering voor Nederland erg zullen meevallen.

‘Die publicatie van het PBL is een mooi voorbeeld van de vragen op zo’n manier stellen, dat je de antwoorden krijgt die je wilt hebben. Het vorige kabinet deed weinig om fossiele energie aan te pakken en liet het PBL dus de volgende vraag beantwoorden: hoe erg is klimaatverandering voor Nederland in de komende vijftig jaar? Het enige antwoord dat het daarop kan geven is: niet heel dramatisch, binnen onze landsgrenzen. We hebben een Deltacommissie en de dijken kunnen het water nog wel even aan. Maar ja, het probleem reikt verder dan Nederland en ook over vijftig jaar willen we hier nog kunnen wonen. Het PBL-rapport ging bijvoorbeeld niet over Zuid-Europese klimaatvluchtelingen of de internationale politieke spanningen die zullen ontstaan. Ook een mogelijke zeespiegelstijging van 6 tot 12 meter over enkele honderden jaren bleef buiten beeld.’

U stond aan de wieg van het IPCC. Hoe komt het volgens u dat een paar fouten in publicaties dit VN-Klimaatbureau blijven achtervolgen, ondanks alle onafhankelijke onderzoeken die de belangrijkste IPCC-conclusies bevestigen?

‘Ik geloof niet in complottheorieën, maar er zat ongetwijfeld een grotere hand achter deze hetze tegen het IPCC. Grote industrieën als oliemaatschappijen en autofabrikanten zijn erbij gebaat om erkenning van het klimaatprobleem - en vooral de menselijke rol daarin - zo lang mogelijk uit te stellen. De baas van Exxon miskent de risico’s van klimaatverandering openlijk en zegt dat we ons beter kunnen aanpassen dan overstappen op duurzame energie. We weten dat er geld van conservatieve Amerikaanse denktanks naar Nederland gaat om hier politici te beïnvloeden. Lees het dossier over de PVV er maar op na.’

Ondanks alle aandacht voor klimaatverandering is de wereldwijde CO2-uitstoot vorig jaar toch weer met 3 procent gestegen. Hoe blijft u gemotiveerd?

‘Wat mij energie geeft is natuurlijk het belang van de zaak, maar ook het feit dat de temperatuurstijging van de afgelopen dertig jaar laat zien dat wij als klimaatwetenschappers gelijk hebben. Toen men ontdekte dat de aarde om de zon draait, werden die mensen verguisd en belandden zelfs op de brandstapel. Maar uiteindelijk kregen ze gelijk. Bovendien, er gebeurt al heel veel op technologisch vlak. De prijs van duurzame energie wordt met de dag lager. Het is nu voor iedereen aantrekkelijk om zonnepanelen te kopen.’

Maar is het genoeg? Volgens u moeten we in de komende dertig jaar drastische maatregelen nemen om de meest dramatische gevolgen van klimaatverandering tegen te houden.

‘De Amerikaanse klimaatwetenschapper Bill McKibben heeft net een boekje geschreven waarin hij zegt: we zijn al te laat. Jim Hansen, een wetenschapper van de NASA, is ook heel pessimistisch. Maar als we de komende dertig jaar flink doorzetten, valt er nog heel wat te redden. Het is geen kwestie van “we halen het wel of niet”. Dat het terugbrengen van de wereldwijde emissies zo langzaam gaat, vergroot de schade inderdaad, maar alles is beter dan niets doen. Iedere bijdrage is er een en je moet ergens beginnen.’