magazine / oktober 2012

Kort

Groene Grieten

Neem een flinke lepel Charlie’s Angels, een lik Keuringsdienst van Waarde en een wolkje Jakhalzen. Goed roeren en voilà, je hebt twee Groene Grieten. Dit dappere duo gaat voor Greenpeace met een camera op pad om milieumisstanden aan de kaak te stellen. De items van Marjolein en Rebekka zijn te bekijken via www.groenegrieten.nl. Daar kun je ook zelf onderwerpen aandragen voor toekomstige webisodes van de grieten. In de eerste aflevering ontdekken ze dat in veel gemeenten nog altijd wordt gespoten met het gevaarlijke onkruidgif Roundup. En ze zouden niet groen zijn als ze niet met een milieuvriendelijker én goedkoper alternatief op de proppen kwamen!

© GP/Pierre Gleizes

Nederlands monsterschip geweigerd

De Nederlandse supertrawler Margiris mag niet vissen in Australische wateren. Het Australische parlement steunde een wetsvoorstel dat minister van Milieu Burke razendsnel had opgesteld om het monsterschip tegen te kunnen houden. Burke mag nu twee jaar wetenschappelijk onderzoek laten doen naar de invloed van dit type schepen op het zeeleven. Lokale vissers reageerden eerder al woedend op de komst van de 142 meter lange trawler, die voor hun kust 18 miljoen kilo vis wilde wegvangen. Greenpeace-actievoerders wisten de kolos voor het vertrek naar Australië bijna een week lang aan de kade in IJmuiden te houden. Toen het schip toch koers zette naar Down Under kreeg Greenpeace steun van lokale vissers, milieu­organisaties en politici. De deelstaten Tasmanië en South Australia probeerden de Margiris via moties uit hun wateren te weren. Gelukkig kiest de Australische regering nu ook voor de natuur.

Oliesjeiks kiezen voor zon

Saoedi-Arabië, wereldwijd de grootste exporteur van ruwe olie, gaat maar liefst € 84 miljard investeren in zonne-energie. Binnen twintig jaar moeten zonneparken (zonnepanelen en zonthermische centrales) in de woestijn 41.000 megawatt aan stroom opwekken, een derde van de totale elektriciteit in Saoedi-Arabië. De oliestaat wil dankzij de zonneparken zijn eigen oliegebruik verminderen en de bespaarde olie - ruim 500.000 vaten per dag - aan het buitenland verkopen. Dat is slechts een fractie van de totale olieproductie van het land (10 miljoen vaten), maar daarmee verdienen de Saoedi’s al binnen zes jaar hun investering in zonne-energie terug. Een slimme zet, maar nog slimmer zouden de Saoedi’s - en hun olieafnemers - zijn als ze hun energievoorziening volledig duurzaam maakten. De olie raakt tenslotte op, maar de zon blijft altijd schijnen.

© GP/Pierre Gleizes

Piraten verjagen super-trawlers

In de zeeën voor de kust van Somalië zwemmen meer vissen dan ooit. De oorzaak is bizar: piraten vallen met hun kleine bootjes buitenlandse handelsschepen aan die de scheepvaartroute langs Somalië nemen. Supertrawlers met hun kilometerslange netten durven niet meer in het gebied te vissen. Dit tot grote vreugde van lokale vissers die eindelijk weer met goede vangsten thuiskomen. Wrang genoeg waren veel piraten vroeger zelf vissers. Juist de komst van buitenlandse industrieschepen die hun zeeën leegvisten, was een belangrijke oorzaak voor de opkomst van piraterij in het gebied. De vissers raakten hun enige bron van levensonderhoud kwijt en kozen voor een bestaan als piraat.

© GP/Kate Davison

Zonneradio in Congo

Diep verscholen in het Congolese oerwoud ligt Oshwe, een van de dorpen waarmee Greenpeace samenwerkt bij de bescherming van het tropisch regenwoud. Half juli dromden de bewoners opgewonden samen op het dorpsplein: ‘Hoor jij al iets?’ Even later klonk muziek uit de speakers van het radiostation en gejuich steeg op. Samen met Greenpeace hadden inwoners zonnepanelen op het dak van het radiogebouw gelegd, zodat ze niet langer afhankelijk zijn van de onregelmatige aanvoer van vervuilende diesel. In de mobiele SUNiversity van Greenpeace leerden twaalf jonge vrijwilligers hoe ze de panelen moeten onderhouden. En omdat we meteen de antenne verlengden, is het radiostation nu ook in dorpen tot 100 kilometer verderop te ontvangen. Een goed werkende radio kan cruciaal zijn op afgelegen plaatsen waar de bewoners niet - of veel te laat - informatie krijgen over wat de overheid met hun bossen van plan is.