magazine / maart 2013

Opzij, opzij, opzij

HIER KOMEN DE GROENE KOPLOPERS!

Alle treinen in 2016 op Nederlandse groene stroom laten rijden: de Nederlandse spoorwegen zetten met dit besluit de energiemarkt op zijn kop. Wat houdt andere bedrijven tegen hetzelfde te doen? ‘Nederland loopt hopeloos achter.’
Kom in actie voor nieuwe energie


‘Wij zijn een van de grootste afnemers van elektriciteit in Nederland. Omdat we de markt voor groene stroom in beweging willen zetten, kiezen we bij de NS voor 100 procent duurzame elektriciteit. Het liefst willen we dat de extra stroom die daarvoor nodig is in Nederland wordt opgewekt.’ Ambitieuze woorden, afkomstig van Michiel van Roozendaal die binnen de directie van de Nederlandse Spoorwegen (NS) verantwoordelijk is voor duurzaamheid. En het blijft niet bij woorden: alle NS-treinen moeten in 2016 volledig op Nederlandse groene stroom rijden. Met dit besluit kan het aandeel in Nederland geproduceerde groene stroom in één klap stijgen tot 13 à 14 procent.

Ondubbelzinnig kiezen voor groen

‘Dit kan een echte impuls zijn voor schone energie in Nederland’, zegt Wijnhoven, campagneleider klimaat en energie bij Greenpeace. ‘Het toont aan wat mogelijk is als een paar topfiguren in een bedrijf zeggen: “Zo willen we het, we zorgen gewoon dat het lukt.” Door ondubbelzinnig voor groen te kiezen, kan de NS een hele markt aan het werk zetten. Dan volgen oplossingen vanzelf, daar ben ik van overtuigd.’ Het is geen makkelijke opgave, erkent Van Roozendaal. ‘Met de kennis die we nu hebben, denken wij dat het haalbaar is. We moeten ook goed kijken naar de prijs, en of het allemaal kan tegen voorwaarden die voor ons werkbaar zijn’, houdt hij een slag om de arm. ‘Maar de ambitie is glashelder. Dat is waar we uiteindelijk naar toe willen.’

Joris Wijnhoven is campagneleider klimaat en energie. Volg hem op Twitter.

‘Nederland loopt hopeloos achter’

Volgens Marga Hoek, directeur van De Groene Zaak, de belangenverenging van meer dan 150 op duurzaamheid georiënteerde bedrijven, heeft de Nederlandse economie dit soort iconen nodig om ‘van zijn luie donder af te komen’. ‘Nederland loopt hopeloos achter’, vindt ze. ‘Terwijl buurlanden als Duitsland besluitvaardig inzetten op groen, lijkt Nederland de fossiele-energieleverancier van Europa te worden. Daar zal toch echt iets aan moeten veranderen nu grote spelers als de NS inzetten op groene stroom van Nederlandse bodem.’ Bedrijven én de overheid moeten volgens haar in beweging komen: ‘Veel bedrijven bewijzen duurzaamheid nog steeds alleen lippendienst. In de praktijk zit iedereen te wachten tot de ander als eerste beweegt. Voor de overheid geldt hetzelfde: ze renoveert het bestaande huis, terwijl ze beter kan verhuizen. Om écht werk te maken van een hernieuwbare economie, zullen zowel het bedrijfsleven als de overheid fundamenteel andere keuzes moeten maken.’

Fossiele belangen

Zover is het echter nog niet, zeggen zowel Hoek als Wijnhoven. De Nederlandse overheid heeft er een handje van duurzame ambities op papier te zetten en ondertussen de energie-intensieve industrie een stevige hand boven het hoofd te houden. Onderzoek dat het weekblad De Groene Amsterdammer in januari publiceerde, maakt weer eens duidelijk wat Greenpeace al jaren zegt: de belangen van de gassector en de energie-intensieve industrie hebben een doorslaggevende invloed op het Nederlandse energiebeleid. ‘De fossiele industrie is in handen van een kleine groep grote bedrijven’, zegt Hoek. ‘Deze bedrijven houden veranderingen in ons economische systeem tegen en benadelen daarmee honderden bedrijven die staan te trappelen om wél werk te maken van duurzaamheid. Door het overheidsbeleid, of het gebrek daaraan, wordt de overgang naar een economie die op schone energie draait op zijn minst vertraagd. En op zijn ergst geblokkeerd.’

Voorbeelden als die van de NS en andere koplopers (zie kader) bieden hoop. En het brengt de ambitieuze kabinetsdoelstelling van 16 procent duurzaam opgewekte energie in 2020 een stuk dichterbij. ‘Het is niet de vraag óf, maar wannéér de economie de definitieve omslag maakt naar duurzaamheid’, zegt Hoek optimistisch. ‘Alle technologie is om de overstap te maken. Het enige wat nog in de weg staat, zijn de belangen van  de oude garde.’

Greenpeace roept bedrijven op kleur te bekennen:

Naast de NS zijn gelukkig meer bedrijven goed bezig. Andere bedrijven kunnen véél beter of blijven stug het vieste jongetje van de klas. Oranje licht is voor de leden van de Dutch Sustainable Growth Coalition; bedrijven die zichzelf een groen schouderklopje geven, maar in de praktijk nét een stap te weinig zetten als het om energiebesparing gaat. In het rood zien we oude bekenden die, eerlijk is eerlijk, ook niet snel groen licht zullen krijgen: voor zaken als olie boren is in een duurzame wereld geen plaats. Meedoen met onze campagne om bedrijven een zet in de goede richting te geven? Klik hier.

 

 

  • PostNL – investeert in zuinige auto’s die rijden op schonere brandstof.
  • Triodos Bank – leent aan en investeert in duurzame-energieprojecten.
  • Desso – de grootste tapijtfabrikant van ons land. Gebruikt alleen duurzaam opgewekte stroom. Alle tapijten worden gemaakt en verwerkt volgens het cradle-to-cradleprincipe; alle onderdelen zijn recyclebaar.

 

 

  • Heineken
  • Philips
  • Unilever
  • AkzoNobel
  • FrieslandCampina
  • DSM

 

 

  • Shell
  • KLM

 

 

 

Zoden aan de...rails
Een ritje met de trein is zo’n 75 procent schoner dan als je dezelfde afstand aflegt met een doorsnee auto. Toch kost het veel energie om dagelijks 1,2 miljoen mensen in 5.200 treinen te vervoeren: 1,5 procent van de totale energieconsumptie in ons land wordt door de bovenleidingen van de NS gejaagd. Dat is ruim 1,3 miljard kWh per jaar, evenveel als zo’n 400.000 huishoudens jaarlijks verbruiken. Op dit moment bestaat zo’n 10 procent van het energieverbruik van de NS uit (deels geïmporteerde) groene stroom, binnen enkele jaren moet dat 100 procent zijn. Als die stroom in Nederland wordt opgewekt, moet ons land ongeveer 25 procent méér groene stroom gaan produceren dan nu. Met een zogeheten marktconsultatie heeft de NS energieleveranciers aan het werk gezet: wie kan binnen deze termijn leveren? Het is aan de stroomproducenten om te verzinnen hoe en waar ze de groene stroom gaan opwekken.

Greenpeace poldert
Sinds begin februari praat Greenpeace mee in het ‘polderoverleg’ van de Sociaal Economische Raad (SER). Het kabinet heeft de SER gevraagd een plan uit te stippelen dat leidt naar 16 procent schone energie in 2020. Naast vaste vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en de vakbonden praten dit keer natuur- en milieuorganisaties mee als zogeheten onafhankelijke kroonleden. Greenpeace is blij met de ambitieuze doelstelling van het SER-overleg. Maar: we zetten pas een handtekening onder een eventueel advies als er daadwerkelijke milieuwinst te behalen is. De onderhandelingen vinden plaats achter gesloten deuren en de uitkomsten worden op zijn vroegst eind april verwacht.