magazine / juni 2013

Een man met een hengel

© GP/Dingena Mol

Ger de Ruiter vist op de Noordzee met niet meer dan een kleine boot en een hengel. Hij komt steeds meer grote schepen tegen, vangt minder vis en ervaart zo nu en dan een bikkelharde sfeer en gevaarlijke situaties op het water. ‘Romantisch is het vissersbestaan al lang niet meer.’

Ger de Ruiter (62) zit in de tuin van een keurig, vrijstaand huisje in het Zeeuwse Burgh-Haamsteede en roert in zijn koffie. Een vriendelijk gezicht met blozende wangen onder een donkere baard met grijze plukken. De groeven op zijn kolenschoppen van handen verraden het werk onder de ruwe omstandig-heden op open zee. Twintig jaar geleden besloot de voormalige technicus voltijds visser te worden. Er viel ‘een betonblok aan spanning’ van zijn schouders. Geen permanente bewijsdrang in de 24-uurseconomie meer, maar eigen baas zijn. Nu zorgt het vissersbestaan voor nieuwe zorgen: drukte op het water, een woud aan regels en alsmaar toenemende overbevissing maken dat Ger amper genoeg vangt om van te leven.

In de haven van Burghsluis, aan de zuidkust van Schouwen-Duiveland aan de Oosterschelde, sneuvelen de eerste clichés over vissers al snel. Niks pittoreske houten bootjes en mannen in oliejassen die sjekkies roken op het voordek. Ger draagt gewoon een spijkerbroek en een blauwe trui en heeft voor zijn werk niet meer nodig dan een kleine motorboot en een hengel. Wie hem ziet, denkt eerder aan een recreant dan aan een beroepsvisser die zijn brood op zee verdient. Hij doet aan de ‘schoonste’ vorm van visserij die denkbaar is. ‘Bij mij aan boord vind je geen modder van de zeebodem, geen reusachtige netten waarin tonnen vis verdwijnen. Ik ga alleen of met wat vrienden het water op, gooi mijn anker uit bij een wrak of rif – waar de scholen zeebaars en kabeljauw zich ophouden – en werp mijn hengel met kunstaas uit. Vervolgens is het hopen dat er wat zit en dat ze bijten.’

Te jonge visjes

Niet alleen de hoeveelheid vis in zee is door de jaren heen sterk teruggelopen; de doorsnee vangst is letterlijk kleiner geworden. ‘Doordat vissen te jong worden weggevangen, hebben ze geen kans zich voort te plan-ten. Dat is funest voor de visbestanden. Een zeebaars van 8 kilo was tien jaar terug nog heel gewoon, nu ben ik blij met een vis van amper 5 kilo.’ In de haven zag hij een kotter 9.000 kilo zeebaars lossen. ‘Dat vang ik in een heel jaar. Vis wordt veel te goedkoop verkocht en eindigt soms als meel en olie voor viskwekerijen. Ik ben pessimistisch over de toekomst; voor veel vissers is het vijf voor twaalf geweest.’

Ger heeft het geluk dat hij zijn vangst verkoopt aan klanten – vooral in de betere horeca – die bereid zijn te betalen voor een duurzaam gevangen visje. Voor zijn zeebaars krijgt hij 40 procent meer dan de ‘dump-prijzen’ die hij op de veiling voorbij ziet komen. Niet al zijn kleinschalige collega’s hebben die luxe, geregeld haakt er iemand af. Omdat het niet rendabel is, maar ook omdat de sfeer op het water steeds onaangenamer wordt. Intimiderend gedrag van grotere schepen die rakelings langs zijn bootje varen, agressieve bejegening, hij maakt het vaak genoeg mee. Niet dat hij daar erg van onder de indruk is, maar leuker is zijn werk er niet op geworden.

Stoppen? Geen haar in de uitgedunde dos op zijn hoofd die daaraan denkt. Hij mag dan wel, naast de zeebaars, met moeite twee kistjes kabeljauw per jaar bijeen vissen (‘vroeger kon ik mijn boot onder water vissen’), maar afstand nemen van de vrijheid op het water is geen optie. Ger krijgen ze niet weg. ‘Mannen, we gaan varen!’

Duurzame vissers slaan handen ineen

In de Europese wateren is bijna 70 procent van de vissoorten overbevist. De EU moet duurzame, kleinschalige visserij stimuleren en belonen, vindt Greenpeace. Daarnaast is strengere controle en betere handhaving nodig, zodat de industriële visserij de regels niet ongestraft aan haar laars kan lappen.

Eind vorig jaar organiseerde Greenpeace voor het eerst een Europees congres voor kleinschalige vissers. En in maart troffen Nederlandse vissers elkaar in IJmuiden. Zij slaan de handen ineen om de Europese visserijministers wakker te schudden. De EU beslist dit jaar over een nieuw gemeenschappelijk visserijbeleid. Dat gebeurt maar eens in de tien jaar: een uitgelezen kans om overbevissing eindelijk aan te pakken.