magazine / juni 2013

Toekomstvisioenen

© GP/Andrea Gritter

Drie visionairs voorspellen de groene trends van (over)morgen.

‘Bezit is ouderwets’

Architect Thomas Rau (1960) geldt als een pionier in de conservatieve bouwwereld. Zijn revolutionaire duurzame gebouwen zijn ontworpen volgens het cradle-to-cradle-principe: alle materialen zijn geschikt voor hergebruik. Zijn filosofie is die van de oneindige kringloop. Niet bezit, maar gebruik staat centraal.

‘Niks in mijn kantoor is van mij. Ik wil zitten, een plekje voor mijn boeken en prettig werken, maar daarvoor hoef ik geen stoel, kast of bureau te kópen. Het idee van bezit is ouderwets, het gaat uiteindelijk om wat je met iets kunt doen, de performance. Ik draai de verstandhouding tussen maker en gebruiker om: degene die de spullen verkoopt, blijft er verantwoordelijk voor. Waarom zou ik om de paar jaar een nieuw apparaat kopen, om met het oude model te blijven zitten? Ik betaal liever voor de prestatie, de dienst, de behoefte die deze bevredigt. Dus bel ik Philips en zeg: ik heb een paar lampen nodig, kunnen jullie dat regelen? Ik betaal voor het licht dat Philips levert, maar het bedrijf blijft eigenaar en betaalt voor de elektriciteit die de lampen verbruiken. Philips heeft dus direct baat bij het leveren van een zo duurzaam en zuinig mogelijk product, in plaats van wegwerpspul. Als ik andere lampen wil, haalt Philips deze weg om ze een nieuwe bestemming te geven of te recyclen.

In de circulaire economie zijn spullen een samenraapsel van grondstoffen, die de vorm kunnen aannemen van een spijkerbroek, een auto of een huis. Uitgangs-punt is dat er niets verloren gaat. In de toekomst bouwen we alleen nog energieneutrale huizen van milieuvriendelijke materialen als leem. Dan maakt het niet uit of een gebouw vijf, vijftig of vijfhonderd jaar meegaat; alle materialen zijn opnieuw te gebruiken. Het is boerenverstand dat je niet kunt oogsten zonder te zaaien. In de huidige economie oogsten we alleen maar. Dat is onhoudbaar en niet op te lossen door een paar zonnepanelen op het dak te leggen. We moeten naar een materiaal- en energieconsumptieniveau dat past bij die ene planeet waarmee we het moeten doen.’

‘Geen tijdelijke gril’

Marjan Minnesma (1966) is directeur van de duurzameinnovatieclub Urgenda en stond de afgelopen twee jaar boven aan de Duurzame Top 100 van dagblad Trouw. Ze ziet een toekomst zonder grote lappen vlees en mét lupine, algen en andere milieuvriendelijke eiwitbronnen.

‘We zijn steeds bewuster bezig met ons eten en dat is écht geen tijdelijke gril. Dierziekten, schandalen met vlees, ondoorzichtige voedselketens: mensen hebben er genoeg van. De omslag die je nu al overal ziet, zal zich versnellen en binnen dertig jaar de hele landbouw op zijn kop zetten. Nu is één vleesloze dag in de week al normaal, over een paar jaar zal dat drie dagen zijn en in 2050 is een lap rood vlees op je bord een uitzondering. Lupine is een veelbelovend plantje dat nu al dient als basis voor vleesvervangers. Ook algen en eiwitrijke insecten zullen een steeds gangbaarder onderdeel van ons menu worden. Nederland is koploper in de productie van nieuwe duurzame eiwitproducten. Veel consumenten gruwen nu nog bij het idee van een sprinkhaan op hun bord, maar gemalen smaakt zo’n diertje prima.

Steeds meer mensen verbouwen hun eten zelf, in moestuinen en kleine collectieven, of ze kopen hun producten direct bij de boer. Een paar jaar terug werd je gek aangekeken, nu is het heel normaal. Een nieuwere ontwikkeling is het experimenten met het verbouwen van gewassen op voorheen onbruikbare grond. Landbouwgrond wordt wereldwijd steeds zouter. Dan kun je er zoet water doorheen spuiten, maar daarmee verbruik je kostbaar drinkwater. Op Texel wordt al geëxperimenteerd met groenten die op zilte grond groeien. Zo ligt daar inmiddels een enorm zeekraalveld. Ik schat in dat 10 procent van al onze landbouwgrond over een aantal jaar voor zilte landbouw gebruikt gaat worden.’

‘De kwal is een enorme inspiratie’

Daan Roosegaarde (1979) is kunstenaar en innovator. Met een energieopwekkende dansvloer in Rotterdam en een futuristische snelweg trekt hij wereldwijd de aandacht. Kern van zijn werk: energie is interactie. En vice versa natuurlijk.

‘Ik ben ervan overtuigd dat grote systemen, zoals onze energievoorziening, aan het crashen zijn. Want in de toekomst gaat het niet langer om bezit, maar om interactief gebruik. Neem straatverlichting: wat een ongelooflijke hoeveelheid hardware is er nodig om iets immaterieels als licht te produceren. Straatlampen, duizenden kilometers kabels en draden en vele uren aan onderhoud. Een aantal jaar geleden ging men opeens zonnecellen in lantaarnpalen schroeven. Laten we liever eens goed kijken naar de kwallen die in de diepzee licht geven zonder al die toestanden.

Grote bedrijven hebben soms moeite om te innoveren, terwijl de techniek ze kan bevrijden. Neem de auto-industrie: miljarden worden geïnvesteerd om de rijervaring te verbeteren. Maar waarom zou je technologie niet direct op de wegen zelf gebruiken? Samen met wegenbouwer Heijmans werk ik nu aan een slimme snelweg, een project om wegen duurzaam en autonoom te maken, op wel twintig verschillende manieren. Die lichtgevende kwal was daarbij mijn grote inspiratie. Zo ontwikkelen we verf die overdag door zonlicht oplaadt en ’s avonds licht geeft. Of verf die van kleur verandert als de temperatuur zakt en de weg glad wordt. En wat te denken van een rijbaan die elektrische auto’s oplaadt terwijl ze eroverheen rijden? Ik ben ervan overtuigd dat dat over een aantal jaar heel normaal is.’