magazine / september 2013

We zeggen en doen vooral heel veel niet

Vreedzame protesten voor het behoud van het Gezipark in Istanbul worden neergeslagen.

Vreedzame protesten voor het behoud van het Gezipark in Istanbul worden neergeslagen.

©GP/Engin Iriz

Het is geen toeval dat Nederland de thuisbasis is van het internationale kantoor van Greenpeace: het liberale, democratische klimaat biedt de vrijheid die nodig is om zonder angst voor represailles milieu-schandalen aan het licht te brengen. Honderden Greenpeace-collega's werken echter in landen met minder soepele regimes. Het maakt ze noodgedwongen inventief, maar niet minder effectief.

draag bij aan campagnes wereldwijd

De afgelopen decennia opende Greenpeace kantoren in landen die je niet direct associeert met democratische rechten als de vrijheid van meningsuiting. In de Democratische Republiek Congo bijvoorbeeld, waar we vanuit Kinshasa al jaren campagne voeren voor het behoud van de bossen en de rechten verdedigen van de mensen die in het bos leven. Je kunt er 's avonds niet veilig over straat, kritisch zijn over een wantrouwende regering is op zijn zachtst gezegd ingewikkeld en lokale actievoerders moeten hun idealisme soms met de dood bekopen. Ondanks al die tegenwerking lukt het Afrikaanse Greenpeace-medewerkers zaadjes te planten en verandering te oogsten. Zo schreven duizenden scholieren prachtige gedichten voor het bos en in Oshwe, een dorpje midden in het regenwoud, hielpen we een radiostation bouwen dat van elektriciteit wordt voorzien door zonnepanelen.

Relatief veel ruimte

Het is cruciaal dat het aantal lokale vrijwilligers en medewerkers van Greenpeace groeit in landen waar de milieuproblemen het grootst zijn. Neem China, een van de snelst groeiende economieën, met verreweg de grootste bevolkingsdichtheid ter wereld. De Communistische Partij ondervindt steeds meer de gevolgen van die groei: met de stijgende welvaart willen mensen meer vrijheid. Greenpeace krijgt relatief veel ruimte om te opereren, omdat de regering de omvang en ernst van veel milieuproblemen erkent. Uit het meest recente jaarverslag van Amnesty International blijkt dat die ruimte er voor veel andere criticasters niet is: de autoriteiten hebben politieke activisten en mensenrechtenverdedigers nog altijd stevig in hun greep. Velen zijn het slachtoffer van pesterijen, intimidatie en willekeurige detentie.

Heilige begrippen

Campagne voeren voor het milieu in dit soort landen betekent balanceren, lastige keuzes maken, onmogelijke knopen doorhakken. Vaak je tong afbijten, uitglijden en weer opkrabbelen. De ervaringen van de Turkse Gulcin, Chinese Xiaoning en Russische Vladimir bewijzen dat het wel kán. De kracht van geweldloos verzet wint het van wapenstokken en traangasbommen. Door slim gebruik te maken van social media kunnen verhalen over milieu-misstanden in een mum van tijd massa's mensen bereiken, ook als staatsmedia er geen woord aan vuilmaken. ‘Vrijheid van meningsuiting en het recht op vreedzaam protest zijn heilige begrippen, zonder die twee kan er geen echte democratie zijn’, schreef Kumi Naidoo, directeur van Greenpeace International, op zijn webblog naar aanleiding van de onrusten op het Taksimplein. ‘Dit is een strijd voor de kwaliteit van de Turkse democratie. Het is een strijd voor het recht op vreedzaam protest; een strijd om te kunnen zeggen dat mensen en de natuur belangrijker zijn dan de zakelijke belangen van machtige elites en hun onstilbare honger naar winst.’

Dankzij Nederlandse steun

Wereldwijd zijn alle Greenpeace-kantoren met elkaar verbonden. Zij stemmen internationale campagnes op elkaar af. Rijkere kantoren als Nederland en Duitsland dragen voor een groot deel bij aan de financiering van minder draagkrachtige, in Afrika, Latijns-Amerika

en Azië, maar ook in sommige Europese landen. We wisselen onderling meer uit dan alleen geld: ook met onze expertise en menskracht helpen we bij het opzetten van een nieuw kantoor of het ondersteunen van lopende campagnes.

Gulcin Sahin

 

'Soms zien mensen ons als buitenlandse macht'

Gulcin Sahin (32) werkt als communicatiemedewerker mee aan campagnes en acties in Turkije, Israël, Libanon, Jordanië en Egypte. Het Greenpeace-regiokantoor dat onze milieucampagnes hier organiseert, zetelt in Istanbul en bestaat sinds 1995. Vijftig medewerkers en driehonderd vrijwilligers proberen in dit politiek gecompliceerde gebied het milieu op de kaart te krijgen en te houden.

'Ik werk in het hart van de wijk Taksim, waar de politie op brute wijze heeft geprobeerd een einde te maken aan een vreedzaam protest tegen de verwoesting van het Gezipark. Ons kantoor is ’s nachts opengebleven, we ontfermden ons over gewonde en uitgeputte demonstranten. Het behoud van het park is nooit een Greenpeace-campagne geweest, maar het raakt wel aan een van onze kernwaarden: het belang van de natuur als fundamentele menselijke behoefte. Dat besef is bij veel Turken absoluut niet vanzelfsprekend, ze associëren ontwikkeling en vooruitgang eerder met asfalt. In Istanbul kennen de meeste mensen Greenpeace wel, daarbuiten veel minder. Toch lukt het ons resultaten te boeken. Zo is het in Turkije nog steeds verboden genetisch gemanipuleerd voedsel te importeren en staat overbevissing echt op de politieke agenda.

Vanwege ons internationale karakter en onze Engelse naam zien mensen ons soms als een 'buitenlandse macht' die tegen de groei van Turkije is. We proberen daarom brede, internationale campagnes zo veel mogelijk te koppelen aan de milieuproblemen waarmee burgers zelf dagelijks in aanraking komen. Vervuild water, droogte, lege zeeën: dat raakt iedereen. Onze vrijwilligersgroepen helpen milieuproblemen oplossen die in hun eigen dorp of stad spelen, zoals straatafval.’

Weinig last van de politie

‘Onafhankelijke media bestaan hier amper. Als we campagne voeren tegen kolen- en kerncentrales meldt de staatstelevisie daar niets over. De regering wil die centrales nu eenmaal bouwen en accepteert geen tegengeluid. Tijdschriften en kranten zijn huiverig om over deze onderwerpen te schrijven, omdat ze de advertenties van energiebedrijven nodig hebben. Vóór de harde reacties op het vreedzame protest hier in Taksim voelde ik me niet beperkt in mijn dagelijkse werk, nu soms wel. Er zijn dingen die we niet zeggen of doen, omdat we weten dat ze averechts werken. De politie laat ons meestal met rust, ook tijdens acties, waarschijnlijk omdat agenten weten dat we altijd geweldloos te werk gaan. Maar soms gaat het toch mis, zoals bij een actie tegen een nieuwe kerncentrale, waarbij alle actievoerders werden opgepakt en zonder vorm van proces zes maanden vastgezet.

Hoe gaan we ons verder ontwikkelen? Welke keuzes maken we? Met de protesten rond het Gezipark hebben mensen laten zien dat ze zich vreedzaam kunnen verzetten tegen het geweld van militairen en politie. Dat stemt me hoopvol.’

Vladimir Chuprov

 

'Torenhoge boetes voor een demonstratie'

Vladimir Chuprov (42) is campagneleider klimaat en energie bij Greenpeace Rusland. In dit enorme land heeft Greenpeace twee kantoren, een in Moskou (sinds 1989) en een in Sint-Petersburg (sinds 1992). Hier zijn 70 vaste medewerkers en zo'n 150 vrijwilligers actief.

'Greenpeace is de bekendste en invloedrijkste milieuorganisatie in Rusland. Als er iets met het milieu aan de hand is, worden we vrijwel altijd benaderd om opheldering te geven. Onze invloed reikt dus verder dan onze eigen campagnes: we praten vaak mee over andere milieukwesties. De orthodoxe kerk heeft in de Russische politiek veel in de melk te brokkelen, maar als het om het milieu gaat, staat ze vaak aan onze kant. Tot zover het goede nieuws. De Russische economie is het laatste decennium geëxplodeerd. Na jaren van armoede en tekorten kennen we nu welvaart en overvloed, vooral door de export van olie en gas. Hoewel de olie- en gasindustrie de leefomgeving van mensen vernietigt en ze ziek maakt, is het in die context lastig te vertellen dat we kritische vraagtekens moeten plaatsen bij onze verslaving aan fossiele brandstoffen. Ook spelen oliemaat-schappijen sterk in op nationalistische sentimenten. Zo adverteert Gazprom met de tekst 'Wat goed is voor Gazprom, is goed voor het hele land.'

Weinig positieve ontwikkelingen

‘Voor ngo’s was 2012 een dramatisch jaar. Na de massaprotesten tegen de autoritaire stijl van president Poetin zijn verschillende wetten aangenomen die het werk van maatschappelijke organisaties lastig maken. Zo moet je tegenwoordig al een vergunning hebben als je met meer dan één persoon een 'publieke activiteit' wilt organiseren. Je krijgt een torenhoge boete als je toch een demonstratie houdt; dan hebben we het over bedragen die het hele budget van een organisatie kunnen opslurpen. Er ligt een nieuwe spionagewet klaar die het strafbaar maakt informatie te delen met buitenlandse organisaties of personen. Dat zou voor een internationale organisatie als de onze de doodsteek zijn. Nee, veel positieve ontwikkelingen kan ik helaas niet melden. In tegendeel, de situatie wordt hier met de dag erger.'


'Zorgvuldig je woorden kiezen, de juiste snaar raken'

In China voert Xiaoning Shen (31) campagne voor Greenpeace vanuit het kantoor in Beijing. Dit opende zijn deuren in 2002, vijf jaar na het Greenpeace-kantoor in Hong Kong. Xiaoning wil liever niet op de foto, omdat ze tijdens voorbereidingen voor acties niet herkend wil worden. Ook wil ze niet dat het aantal vrijwilligers zwart op wit in GPM komt te staan, omdat 'we niet nog meer aandacht op ons willen vestigen in het toch al beklemmende politieke klimaat'.

'Greenpeace China werkt anders dan de meeste Greenpeace-kantoren. Zo zijn educatieve activiteiten hier veel belangrijker. We geven voorlichting aan lokale politici en trainen ze soms zelfs. Door ze informatie te bieden en vaardigheden bij te brengen, hopen we dat ze beter in staat zijn een groener beleid in te voeren. Het is een omweg, maar zo werkt het hier in China. Het concept van een niet- gouvernementele organisatie als Greenpeace is relatief nieuw in ons land. Het is verboden zelf fondsen te werven of geld uit het buitenland te ontvangen, dus een bijdrage van Greenpeace International mogen we niet aannemen. Ook ben je als ngo verplicht je te verbinden aan overheidsinstanties, wat we natuurlijk niet willen, omdat onafhankelijkheid een de belangrijkste waarden van onze organisatie is. Voor onze inkomsten zijn we helemaal afhankelijk van Hong Kong, dat bij China hoort, maar meer vrijheden kent. Dit kantoor kan wél geld ontvangen van onze internationale organisatie.’

‘De Chinese regering erkent de grootschaligheid en de ernst van de milieuproblemen waarmee we te maken hebben. Milieuproblemen zijn niet alleen een belemmering voor verdere economische groei, ze veroorzaken ook sociale onrust, nu milieuvervuiling in rap tempo de grootste bedreiging voor de volksgezondheid aan het worden is. In juni publiceerden we een onderzoek waarin we overtuigend aantonen dat de kolencentrales in Beijing, Tianjin en Hebei gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor 10.000 vroegtijdige doden. Dat onderzoek heeft veel beroering veroorzaakt en bracht een breed debat op gang over de Chinese afhankelijkheid van kolen.’

Obstakels ontwijken

‘Het is zoeken naar manieren om ons verhaal te vertellen zonder mensen tegen het hoofd te stoten. De confrontatie zoeken, dat is in onze cultuur bot en onontwikkeld, terwijl het voeren van overleg juist aanzien geeft. Ondanks de ingewikkelde culturele en politieke context lukt het ons effectief te zijn. De kolencampagne is misschien wel de lastigste, omdat veel mensen geloven dat steenkool de ruggengraat van onze economie is. Ze herinneren zich nog goed de bittere armoede van een halve eeuw geleden. Dan moet je extra voorzichtig te werk gaan, zorgvuldig je woorden kiezen en de juiste snaar proberen te raken.

Het gebruik van gif is hier bijvoorbeeld een groot probleem. Door ons te richten op pesticiden in Chinese kruiden, die worden gebruikt in de traditionele geneeskunde, raken we aan het leven van veel gewone Chinezen. We namen steekproeven in negen verschillende steden en konden zo aantonen dat er veel te veel gif in die kruiden zit. Met die informatie kunnen we rechtstreeks met de medicijnfabrikanten om tafel. We leven vrij geïsoleerd van de rest van de wereld, omdat we geen vrije pers hebben en social media als Twitter, Facebook en YouTube verboden zijn. Dan is het zoeken naar andere, innovatieve manieren om ons verhaal te vertellen. Ik zie ons als een dappere voorhoede die zich volledig bewust is van de vele obstakels die ze moet ontwijken.’