magazine / september 2013

‘Ik heb geen moeite met mijn strafblad, ik kan het goed uitleggen.’

©GP/Horneman

De wet overtreden voor je idealen. Hoe ver ga je daarbij? Heiligt het doel altijd de middelen? Joris Thijssen (1975) begon in 2000 bij Greenpeace als actievrijwilliger en is er inmiddels campagnedirecteur. Tegen welke dilemma’s loopt hij aan? Die wet, daar heeft hij niet zo veel moeite mee, zegt hij. Lastiger is het dat hij soms geen actie kan ondernemen omdat het bijvoorbeeld negatieve pers oplevert of omdat er binnen Greenpeace geen consensus is. 'Ik heb er moeite mee dat ik niet zonder meer kan doen wat mijn morele besef me ingeeft.’

Dit artikel is een ingekorte voorpublicatie van een hoofdstuk uit het onlangs verschenen boek ‘Bewogen besluiten - over professionals en hun dilemma’s’ van Deirdre Enthoven. 

‘Kernafvaltransporten, dat zijn gebeurtenissen waarbij Greenpeace elke keer weer wil ingrijpen. De transporten zijn gevaarlijk. Het kán misgaan in de nucleaire industrie, zoals Fukushima heeft laten zien. Daarnaast is het gesleep met kernafval zinloos. Een paar jaar geleden planden we weer eens een actie tegen zo’n transport. We verstopten een opblaasbaar spandoek tussen de bielzen van het spoor, en zouden vlak voordat de trein eraan kwam het doek opblazen. Ons doel was het transport daardoor even tot stilstand te brengen, zodat de ME in actie zou komen en alle aandacht op het doek zou vallen. Maar zo ver kwam het niet. We werden gesnapt en een van onze vrijwilligers werd opgepakt. De actie was niet gevaarlijk. Het laatste wat wij willen, is dat er risico wordt genomen met een kerntransport. Dat zou volledig indruisen tegen onze overtuiging dat kernenergie zo gevaarlijk is. Maar De Telegraaf kopte ‘Nederland ontsnapt aan een kernramp’ en rukte daarmee onze actie volledig uit zijn verband. Experts zeiden dat het allemaal wel meeviel. Toch bleef het verhaal uit de krant hangen. En daarmee het gevoel dat Greenpeace mens en milieu in gevaar brengt. Het gevolg is dat wij nu een groot dilemma hebben bij elk volgend kernafvaltransport: enerzijds moeten we daartegen demonstreren, dat is echt een van onze speerpunten, anderzijds zal elke actie direct weer de geschiedenis oprakelen van de mislukte onderneming op het spoor waarmee wij zogenaamd mensen in gevaar hadden gebracht. Elke actie op dit vlak kan daardoor al snel contraproductief zijn.’

Fingerspitzengefühl

‘Doe je het wel of doe je het niet? Daar gaat het vrijwel altijd om. Dat was zo toen ik zelf begon als actievrijwilliger en ik moest beslissen of ik de risico’s die bij een actie kwamen kijken aanvaardbaar vond. Dat was zo toen ik elf jaar geleden in dienst trad van Greenpeace en meer betrokken raakte bij de organisatie van acties, en dat is nu, als campagnedirecteur, niet anders. Alleen maak ik nu meer afwegingen. Destijds ging het vooral om mijzelf: mijn veiligheid, of bijvoorbeeld de vraag of ik een strafblad wilde riskeren. Nu gaat het steeds om twee belangrijke punten. Ten eerste: Kunnen we met de actie milieuwinst behalen? Bereiken we er onze doelen mee? Creëren we meer draagvlak voor onze opvattingen, of kan de onderneming een negatieve uitwerking hebben op datgene waar wij voor staan? En ten tweede: Is het verantwoord hier mensen voor in te zetten? Aan welke risico’s stel ik hen bloot? Zijn die aanvaardbaar? Kunnen ze gearresteerd worden? Wat zijn de juridische consequenties dan? En zijn de mensen die ik wil vragen geschikt voor het type actie dat we willen uitvoeren? Ik wik en weeg tegenwoordig wel veel minder dan toen ik net begon, ben door de jaren steeds meer gaan vertrouwen op mijn intuïtie. Ik heb door mijn ervaring echt een goed fingerspitzengefühl ontwikkeld voor wat werkt en wat niet. En ik maak die afwegingen niet alleen. Met het campagneteam bedenken we acties en bepalen we wat we precies zouden willen doen, op welke manier en met wie. Als we daar uit zijn, leg ik het plan voor aan het managementteam van Greenpeace. Dat geeft, onder leiding van de directeur, al dan niet goedkeuring.’

Ruggespraak

‘Ik stap in principe pas naar het managementteam als ik er echt van overtuigd ben dat het een goede actie is. Maar soms kom ik er niet uit en dan houd ik meer ruggespraak. Zoals nu, over het dilemma of we wel of niet moeten demonstreren tegen het volgende kernafvaltransport.’

‘Vanuit mijn eigen morele overtuiging denk ik dat we het gewoon weer moeten doen.

"We moeten niet bang zijn en actievoeren tegen datgene wat we verwerpelijk vinden."

Alleen: zo gemakkelijk is het niet. Ik voer hier discussies over met degene in mijn campagneteam die verantwoordelijk is voor de acties tegen kernafval. En ik vraag inmiddels ook anderen naar hun mening, inclusief onze directeur. Zij lijkt aan mijn kant te staan en zal uiteindelijk haar fiat moeten geven, wil het doorgaan. Dat er uiteindelijk weer een actie zal komen, staat naar mijn idee vast. Maar op welke termijn en hoe precies, daar zijn we nog niet over uit.’

 

‘Ik heb er wel moeite mee dat ik niet zonder meer kan doen wat mijn morele besef me ingeeft. Ik kan me er enorm over opwinden dat een krant daar bewust in kan tegenwerken. Die foute berichtgeving kan tot gevolg hebben dat wij nog jarenlang weinig tot niets kunnen ondernemen tegen kernafvaltransporten.’

Geweldloosheid

‘Hoever we gaan bij een actie, of we moeten stoppen of doorgaan, dat is soms ook een dilemma. Er is wel een heel duidelijke grens: we plegen geen geweld. En zodra er sprake is van geweld door anderen, stoppen we. Geweldloosheid is ons belangrijkste principe als het om actievoeren gaat. We trainen onze actievoerders daar specifiek in. Hoe voorkom je dat je je laat verleiden toch iets terug te doen? Bij vastketenacties kun je heel lang doorgaan zonder gewelddadig te hoeven worden.  Gelukkig kent de Nederlandse politie Greenpeace goed. De ME weet dat ze bij onze acties niet ineens een baksteen in hun nek zullen krijgen, dus tegenover ons stellen ze zich vrijwel altijd rustig op. In het buitenland is het minder voorspelbaar. Ik deed in 2007 mee aan een actie op het Meer van Genève. De G8 kwam aan de Franse kant van het meer bijeen om te vergaderen over onder andere de klimaatverandering. Met vier rubberbootjes voeren we vanaf de Zwitserse kant van het meer in de richting van de G8-top. Midden op het meer werden we ingesloten door zo’n dertig boten van de Franse marine. Ze voeren over onze boot heen, de motor sloeg af, ik kneusde mijn pols. Zij riepen dat geweld van hun kant geoorloofd was omdat wij de regels overtraden. Toen was het afgelopen. Als mensen gewond raken, is de grens bereikt.’

Regels overtreden

‘Minder duidelijk is het soms welke regels we wel en welke we beter niet kunnen en willen overtreden. We demonstreren wel eens zonder vergunning en plegen af en toe erfvredebreuk. Of heel soms huisvredebreuk, als we ergens zichtbaar aanwezig willen zijn. In 2003 bijvoorbeeld, toen we na de formatie van het kabinet-Balkenende onze afkeuring voor de afwezigheid van een milieuminister kenbaar wilden maken. Ik heb me toen op het moment van de bordesscène met de koningin als zelfbenoemde milieuminister in een net pak en met een groot spandoek bij Huis ten Bosch gemeld. Ik pleegde daarmee erfvredebreuk en overtrad misschien nog wel meer regels. Toen pakte dat goed uit. Men vond de actie sympathiek, ik kwam er met een waarschuwing vanaf. En belangrijker: heel Nederland wist dat dit kabinet geen groene plannen had. Maar sympathiek gevonden worden is geen doel op zich.’

‘Voordat we besluiten tot actie over te gaan, laten we ons altijd juridisch adviseren. Daardoor weet je ongeveer wel waar het in het slechtste geval op uit kan draaien. Zelf heb ik ook een strafblad, onder meer vanwege het binnenvallen bij het CDA-congres in 2006 en naar aanleiding van een actie bij kolencentrale Geertruidenberg. Ik heb daar geen moeite mee, ik kan het goed uitleggen. En de dreiging van een veroordeling heeft mij nooit dilemma’s opgeleverd, laat staan mij ervan weerhouden actie te voeren.’

‘Soms pakt het wel anders uit dan verwacht. In 2009 heb ik zonder proces drie weken doorgebracht in een Deense cel. We waren opgepakt nadat we binnen waren gedrongen in het Deense paleis in Kopenhagen, waar de klimaattop toen plaatsvond. We hadden de Denen zwaar te kakken gezet door zo gemakkelijk door hun beveiliging heen te breken. Dat moesten we voelen, zo leek het. We waren totaal afgesloten van de buitenwereld, het was vlak voor Kerstmis en ik mocht zelfs geen contact hebben met mijn zwangere vriendin. Het was een penibele situatie, maar bang ben ik niet geweest. En spijt heb ik er nooit van gehad.’