magazine / maart 2014

Greenpeace Afrika groeit op

Tijdens een training over zonne-energie in Kaapstad wordt een maaltijd bereid in een solar box.

Tijdens een training over zonne-energie in Kaapstad wordt een maaltijd bereid in een solar box.

© GP/Bram Lammers

Greenpeace Afrika bestaat ruim vijf jaar. Een reportage van correspondent Elles van Gelder over een ‘opgroeiende kleuter’ die door overheden steeds vaker om advies wordt gevraagd.

Christian Mwamba pakt de soldeerbout en knutselt zijn eerste lamp op zonne-energie in elkaar. Het is priegelwerk. Zijn blik is in opperste concentratie gericht op het laatste draadje dat hij vastsmelt. De 23-jarige Congolees draait het paneel naar de zon en kijkt tevreden als het lampje oplicht. ‘Als iedereen in de DRC (Democratische Republiek Congo) dit zou kunnen maken, zitten we nooit meer in het donker.’

Zonnepanelen op villa’s

Christian lacht erbij, maar hij is bloedserieus. ‘Voordat ik naar Zuid-Afrika kwam, hadden we in mijn stadje in de DRC zes maanden lang geen elektriciteit. We hebben thuis het idee dat zonnepanelen alleen zijn weggelegd voor de rijkeren. Je ziet ze alleen op villa’s. Zonne-energie moet toegankelijker worden voor de arme bevolking. Het is zonde om al die uren zon die we hebben niet te benutten.’

Christian doet mee aan een training over zonne-energie in Kaapstad, waar hij werktuigbouwkunde studeert. De training is georganiseerd door Greenpeace, met als doel een achterban te creëren die zich bewust is van schone energie. Naast de Congolees zit een potige man te solderen. De 48-jarige Adrian van der Linde werkte tien jaar op olieplatforms, maar stopte ermee toen hij zich bewust werd van de impact van olieboringen op natuur en milieu. Nu is hij timmerman en werkt hij het liefst met duurzaam hout.

Geteisterd continent

Het continent waarop Christian en Adrian wonen, wordt hard geraakt door klimaatverandering. Regen is onvoorspelbaar, oogsten nemen af door droogte en er is steeds minder te grazen voor het vee. Afrika draagt relatief weinig bij aan de versnelde opwarming van de aarde, maar is wel een van de grootste slachtoffers. Tropische regenwouden worden gekapt en maken plaats voor plantages. Kleine vissers hebben het moeilijk vanwege de overbevissing door buitenlandse monsterschepen. Het lag dus voor de hand om vijf jaar geleden een Afrikaans kantoor op te richten. Greenpeace begon met drie mensen in Johannesburg. Inmiddels zijn er drie kantoren, in Zuid-Afrika, Senegal en de DRC, waar ruim zeventig mensen actief zijn.

'Hier gaat het niet om een ijsbeer, maar om een mensenleven'

Het goede voorbeeld geven

Het kantoor in Johannesburg ligt in een lommerrijke wijk. Paarse bloesems van de tropische jacarandaboom omlijnen de straat en kondigen de naderende zomer aan. Voor het pand van Greenpeace staat directeur Mike O’Brien-Onyeka. Hij draagt een Nigeriaans hemd en een broek van zwarte stof met borduursels. ‘We produceren meer stroom dan we nodig hebben met de zonnepanelen op ons dak’, zegt hij trots, met een knikje richting het kantoor. ‘We moeten zelf het goede voorbeeld geven.’

De 44-jarige Mike leidt Greenpeace Afrika sinds een jaar. Hij heeft een opvallend curriculum vitae. Als kind uit een arm Nigeriaans gezin ging hij naar een militaire middelbare school, omdat deze gratis was. Vanaf zijn elfde leerde hij schieten en marcheren. Eind jaren tachtig, toen hij begin twintig was, stapte hij uit het leger, omdat militairen werden ingezet tegen burgers. Hij ging studeren en sloot zich aan bij Amnesty International. De oud-militair groeide uit tot een ngo-tijger en werkte voor verschillende organisaties op het gebied van mensenrechten, conflictbeheersing en kinderrechten. De strijd tegen klimaatverandering noemt hij de grootste uitdaging in zijn twintigjarige loopbaan.

Hier en nu

Met een grote kop koffie zit Mike achter zijn bureau. ‘Op het noordelijk halfrond denken ze dat klimaatverandering in de toekomst het leven van hun kinderen
en kleinkinderen zal beïnvloeden’, zegt hij. ‘In Afrika is het nu al een urgent probleem. Het gevecht tegen klimaatverandering is hier geen strijd voor het behoud van pinguïns of ijsberen, maar voor mensenlevens.’ Denk maar aan de droogte in de Hoorn van Afrika die in 2011 een hoogtepunt bereikte. Naar schatting kostte die in Kenia, Somalië en Ethiopië het leven aan 50.000 tot 100.000 mensen, waarvan de helft kinderen. Mozambique heeft juist te maken met extreme regenval, cyclonen en overstromingen die oogsten verwoesten en mensenlevens eisen.

De viezerik van Afrika

Zuid-Afrika is door Greenpeace niet voor niets gekozen als belangrijkste basis. Het land is de machinekamer van het continent, de grootste economie, en heeft daarmee ook regionaal politieke invloed. Tegelijkertijd stoot Zuid-Afrika meer broeikasgassen uit dan elk ander Afrikaans land; het land is verslaafd aan kolen. Dat is goed te zien als je vanuit Johannesburg anderhalf uur naar het oosten rijdt, naar het stadje Emalahleni, dat letterlijk ‘kolen’ betekent. In deze gemeente liggen 22 kolenmijnen en een kolencentrale. De lucht zit er vol giftige gassen. Nu al wordt meer dan 90 procent van de Zuid-Afrikaanse elektriciteit opgewekt met vervuilende steenkolen en Zuid-Afrika bouwt er alleen maar kolencentrales bij.

‘Dit is waarom Greenpeace bestaat’, zegt Mike. ‘Dit is een directe bedreiging voor het milieu en de mensen, ook omdat de centrales veel water gebruiken en we nu al kampen met een watertekort. We gaan in gesprek met politici, want er zijn alternatieven. Dit land heeft zo veel zonlicht, zelfs in de winter, we zijn gek als we die energiebron niet gebruiken. Zuid-Afrika moet het goede voorbeeld geven aan de rest van het continent.’ Juist dat overleg met de machthebbers is niet gemakkelijk. Gebrek aan politieke wil is het grootste probleem in Zuid-Afrika als het gaat om het milieu. Greenpeace probeert oplossingen aan te dragen. ‘We moeten de politiek duidelijk maken dat het economisch rendabel is om over te stappen naar schone energie.

Een jonge chimpansee in het Congobekken.

A young female orphan chimpanzee that was taken in by the Jane Goodall Institute.  The chimpanzee is one of three African Great Ape species that occur in the Democratic Republic of the Congo. The chimpanzee is threatened with extinction through the destruction of its habitat and illegal poaching activities.

Kleine vechter

Ook campagneleider Irene Wabiwa kampt met een overheid die moeilijk benaderbaar is. Zij werkt in het Congobekken, waar het op een na grootste tropische regenwoud ter wereld zich uitstrekt over meerdere landen. Het grootste deel ligt in de DRC. De jonge Congolese vrouw brengt een groot deel van het jaar door in de dichte bossen van haar land. ‘Daar ben ik het gelukkigst’, lacht de advocate. Ze is klein van stuk, maar een vechter. Irene neemt het op tegen grote bedrijven die op destructieve wijze bos kappen. ‘Wereldwijd hebben we deze regenwouden nodig, omdat ze gigantische hoeveelheden CO2 opslaan’, zegt ze in het Engels, met een vet Frans accent. ‘Maar de meeste mensen beseffen dit niet. Zij kennen mijn land alleen van verhalen over oorlog en rebellen. De Amazone is bekend, dat regenwoud is iconisch, maar het Congobekken niet. Dat maakt het gevecht voor dit unieke regenwoud moeilijk.’

Irene reist soms dagenlang per kano en brommer om afgelegen dorpen te bereiken. Ze hobbelt honderden kilometers lang over modderige wegen met kuilen, in haar missie om de inwoners te informeren over hun rechten. Voor tientallen miljoenen mensen is het regenwoud de primaire levensbron. Ze halen er hun voedsel, medicijnen en hout om hun huizen mee te bouwen. De bedrijven die hier kappen, sluiten vaak overeenkomsten met lokale leiders, waarbij ze beloven een school of kliniek te bouwen in ruil voor toegang tot het bos. Maar vaak komen ze hun afspraken niet na. Irene staat de dorpelingen bij in deze ongelijke strijd.

Zwakke overheid

‘Greenpeace Afrika is niet tegen elke vorm van houtkap’, benadrukt Irene. Maar de bedrijven moeten iets teruggeven aan de gemeenschap en er moet een plan zijn voor de aanplant van nieuw bos door de houtkapbedrijven. Sinds 2002 loopt er een moratorium op nieuwe industriële kapconcessies, maar dat wordt massaal omzeild. Industriële bedrijven maken gebruik van vergunningen die zijn bedoeld voor de kleinschalige houtkap door ambachtelijke Congolese bedrijfjes. ‘Het Congobekken is groot en het is moeilijk te controleren wie waar kapt. Bovendien is de overheid in de DRC zwak’, zegt Irene. ‘Er is veel corruptie. De autoriteiten krijgen soms geld van houtkapbedrijven en willen dan niet naar ons luisteren. Daarom vragen we ook aandacht voor dit probleem buiten de DRC. We gaan naar Nederland en naar Duitsland en zeggen: voordat je geld geeft voor ontwikkelingssamenwerking, moet je voorwaarden stellen die de bossen en de bevolking beschermen.’

Senegalese vissers slaan hun slag in een traditionele pirogue.

Fishermen at work in artisanal fishing pirogues with seine nets off of the Senegalese coast, Kafountine, Casamance. Recent canceling of fishing licenses by the the newly elected Senegalese government has been a very important first step towards restoring the fisheries to what they were before large-scale plunder began.

Succes in Senegal

In Afrika is het veel lastiger dan in Nederland om mensen te mobiliseren en een beweging te creëren die samen met Greenpeace druk uitoefent op overheden en bedrijven. Mensen zijn veel meer bezig met grote dagelijkse problemen, bijvoorbeeld hoe ze hun kinderen te eten moeten geven. Greenpeace betrekt mensen wel bij haar werk door bijvoorbeeld de workshop over zonne-energie in Kaapstad, maar dat is kleinschalig. Toch is directeur Mike O’Brien-Onyeka optimistisch over de rol van Greenpeace Afrika, mede door het grote succes vorig jaar in Senegal. Daar werden de zeeën leeggevist door grote Europese vissersschepen. Greenpeace wist de nieuwe president Macky Sall ervan te overtuigen dat dit zowel voor de oceanen als de kleinschalige visserij rampzalig was. Sall heeft 29 visvergunningen opgezegd en kijkt nu naar een structurele oplossing middels wetgeving. Kleine vissers in Senegal vertellen dat hun netten weer vol zitten; de Senegalese kustgemeenschappen bloeien op.

Mike noemt het 5-jarige Greenpeace Afrika nog een kleuter die tijd nodig heeft om op te groeien. ‘Meer en meer worden we gezien als een serieuze gesprekspartner’, zegt hij. ‘Onlangs belde de provincie Gauteng, waarin Johannesburg ligt, ons voor een advies over schone energie. En Mozambique wil meer weten over overbevissing en hoe het land zijn kusten kan bewaken. Dat overheden naar ons komen voor oplossingen betekent dat we op de goede weg zitten.’

Nokuphiwa Dlamini (23)

ZUID-AFRIKA, SOWETO, 20130906 – Greenpeace activiste Nokuphiwa Dlamini in Soweto.Foto: Bram Lammers

Nokuphiwa is vrijwilliger bij Greenpeace in Zuid-Afrika. Nokuphiwa merkt dat er nog veel moet gebeuren om Zuid-Afrika bewust te maken van natuur en milieu. Ze wil vooral dat haar landgenoten hun vuilnis opruimen. ‘Zuid-Afrikanen gooien hun troep gewoon op straat. Blikjes en verpakkingen gaan achteloos het autoraam uit. En als de kliko vol is, wordt het afval vaak in een open veld gekieperd, omdat ze niet willen wachten tot de ophaaldag. Daar erger ik me rot aan.’