magazine / maart 2014

Een olieramp in het regenwoud

© Paul Hilton/GP

Palmolie met behoud van regenwoud: kan dat?
Je koekje bij de thee, de crèmespoeling in je haar, het wasmiddel in je machine: palmolie zit in meer dan de helft van de producten die we graag gebruiken. Voor die olie wordt in Indonesië regenwoud gekapt, het thuis van de laatste tijgers. Is er een alternatief?

Wil jij ook tijgervriendelijke shampoo? Klik hier


‘Smelt in de mond, niet in je hand.’ Ken je die reclame nog? Dat trucje is onder andere te danken aan palmolie, een plantaardige olie die het ‘smeltgedrag’ en ‘mondgevoel’ regelt en structuur geeft aan een breed scala bewerkte producten. Of het in de artikelen zit die je gebruikt, weet je pas vanaf eind dit jaar met zekerheid. Dan verplichten nieuwe Europese regels fabrikanten op het etiket te zetten wélke plantaardige olie in hun product zit. Maar de keerzijde van de populariteit van palmolie is al jaren zichtbaar. Wie een beetje het nieuws of de campagnes van Greenpeace volgt, weet dat in Indonesië en Maleisië eeuwenoude regenwouden worden verwoest voor de aanleg van oliepalmplantages.

Of het nu een echte trend is of niet; naast suikervrije en glutenvrije producten zien we sinds een jaar of twee ook producten met het stempel ‘palmolievrij’. Neem Lush, een kleine winkelketen met duurzame verzorgingsproducten. Volgens de eigen website vond dit Britse bedrijf het niet langer verantwoord om mee te werken aan de toename van het palmoliegebruik. Meer producten zonder palmolie staan op de website palmolie.info, waar inmiddels 184 reguliere boodschappen worden vermeld waarin de grondstof niet zit. Maar palmolie weglaten, betekent vaak iets anders erin stoppen. En of dat nu zo verstandig is… Waarom roept Greenpeace niet op tot een boycot van palmolie?

Onvervangbare palmolie

Oliepalmen geven de hoogste opbrengst per hectare van alle eetbare oliën, veel meer dan bijvoorbeeld koolzaad, soja of zonnebloemen. Wereldwijd wordt jaarlijks 47 miljoen ton palmolie geproduceerd. Die vraag blijft groeien door de toenemende welvaart in China en India en het stijgende gebruik van palmolie als grondstof voor biobrandstoffen. Deze enorme hoeveelheid olie vervangen door andere plantaardige oliën - als dat technisch al haalbaar is - zou waarschijnlijk tot dezelfde (of ergere) problemen leiden als we die nu kennen van de palmolie-industrie. Bovendien is palmolie belangrijk voor de economische ontwikkeling van Indonesië. Palmolie boycotten en vervangen door andere grondstoffen is dan ook geen reëel alternatief. Maar op het gebied van duurzame palmolie valt nog een wereld te winnen.

Noodtoestand

In Zuidoost-Azië werd vorig jaar de noodtoestand uitgeroepen vanwege de extreme smog. Die luchtvervuiling werd niet veroorzaakt door het drukke verkeer, maar door aangestoken branden op Sumatra. Na het kappen van eeuwenoude bomen steken palmoliebedrijven de restanten van het bos in brand. Rampzalig voor het klimaat, vooral waar eeuwenoude veenlagen in vlammen opgaan: in veengronden ligt namelijk extreem veel koolstof opgeslagen die bij verbranding vrijkomt als het broeikasgas CO2.

Wat overblijft, zijn uitgestrekte hectares verwoest land, ontheemde mensen en dieren als de orang-oetan en de Sumatraanse tijger. Zij komen letterlijk in de knel. En het blijft niet bij Azië; palmoliebedrijven hebben het Afrikaanse Congobekken ontdekt, waar nog miljoenen hectare woud ‘beschikbaar’ zijn. Greenpeace en andere organisaties vechten ook daar samen met de lokale bevolking om ontbossing en landonteigeningen tegen te gaan. We moeten de opmars van industriële, grootschalige palmoliebedrijven stoppen. Greenpeace wil blijvende oplossingen creëren waarbij landen als Indonesië zich groen kunnen ontwikkelen en toch hun bossen kunnen beschermen.

Tandeloze tijger

Samen met jou en talloze andere betrokken mensen voert Greenpeace al jaren intensief campagne voor het behoud van de prachtige regenwouden in Indonesië. We zetten palmolieproducenten en handelaren onder druk om te stoppen met ontbossing en kregen grote afnemers als Unilever en Nestlé zover dat ze geen palmolie meer willen inkopen waarvoor is ontbost. Deze twee grootverbruikers gingen bovendien verder dan de Ronde Tafel voor Duurzame Palmolie (RSPO) waarvan ze zelf lid zijn: zij besloten ontbossing tegen te gaan in álle schakels van hun productieketen. Ook producent Ferrero, bekend van Nutella, sloot zich bij hen aan en werd daarmee een lichtend voorbeeld voor de sector: de chocolademaker wil al in 2015 alleen nog ontbossingsvrije palmolie inkopen, terwijl Unilever 2020 als deadline stelt.

De RSPO is ooit opgericht om de productie van palmolie te verduurzamen en de bossen te sparen. Inmiddels kent de organisatie honderden leden, variërend van olieproducenten en verwerkers tot banken, detailhandelaren en zelfs milieuorganisaties. Maar de RSPO is een tandeloze tijger waarmee palmoliebedrijven proberen goede sier te maken. Nog altijd gaan elk uur honderd voetbalvelden tropisch regenwoud letterlijk in rook op. Vorig jaar onderzocht een Greenpeace-team de bosbranden op Sumatra. Op het grondgebied van RSPO-leden werden 720 brandhaarden gelokaliseerd. Het bewijsmateriaal overhandigden we aan de RSPO, maar die nam nauwelijks maatregelen tegen zijn regenwoudvernietigende leden.

Duurzame palmolie

Terug naar de oplossing. Om jou producten te garanderen waarvoor geen centimeter regenwoud is verwoest, moet palmolie duurzaam worden verbouwd. Gelukkig is dat geen nieuw concept; kleine lokale gemeenschappen telen al jaren op duurzame wijze oliepalmen. Het regenwoud is immers de basis van hun bestaan en daar gaan ze zorg-vuldig mee om. Maar zij kunnen wel een steuntje in de rug gebruiken om te overleven tussen de industriële palmoliebedrijven.

Het dorp Dosan op Sumatra is een mooi voorbeeld: sinds 2008 wordt daar met hulp van een lokale organisatie op duurzame wijze een oliepalmplantage onderhouden. Een mooi initiatief van de lokale overheid, die de plantage in 2000 opzette en overdroeg aan de kleine boeren van het dorp. Niet alleen leveren de oliepalmen genoeg werkgelegenheid, ook de winst van de palmolie vloeit terug naar de bewoners van Dosan.

Protect Paradise

Dit soort initiatieven krijgt pas echt een kans om bij te dragen aan een oplossing, als we tegelijkertijd de grootschalige, industriële palmoliegiganten aanpakken.
En daarin ben jij, samen met honderdduizenden andere betrokkenen in de wereld, al jarenlang onze trouwe bondgenoot. Onder druk van consumenten en directe afnemers besloot de grootste palmoliehandelaar ter wereld, Wilmar, in december vorig jaar te stoppen met ontbossing voor palmolie. Grote stappen vooruit hebben we dus samen gezet: de zaak is in beweging en nu moeten we doorpakken.

Onze pijlen zijn de afgelopen maanden, opnieuw samen met onze supporters, gericht op de cosmetica-industrie. En we hebben de eerste successen al binnen. L’Oréal, Mars en Colgate-Palmolive sloten zich aan bij Unilever, Nestlé en Ferrero: deze giganten zijn nu hard bezig de palmolie in hun producten ontbossingsvrij te maken. Dat is goed nieuws voor consumenten die niet onwetend mede-verantwoordelijk willen zijn voor de verwoesting van de prachtige regenwouden van Indonesië.