magazine / juni 2014

De brandweerteams van Greenpeace Rusland

©Greenpeace

In de Russische bossen bestrijden Greenpeace-vrijwilligers de vele branden die, vooral in het droge seizoen, overal de kop opsteken. Een reportage over een onbekende activiteit van zo’n 150 dappere jonge mensen: de brandweerteams van Greenpeace Rusland.

Draag bij aan ons internationale werk Zodat wij wereldwijd verschil uit kunnen blijven maken


Kilometers verschroeide aarde, met hier en daar een vermolmde zwarte boomstronk of een venijnige rookpluim. Juravlinaya Rodina is een onbeschermd natuur-gebied ongeveer 150 kilometer ten noorden van Moskou. De naam betekent ‘Moederland van de Kraanvogels’, maar het is er op dit moment weinig idyllisch. Vanaf een nauwelijks begaanbare weg is de verwoesting goed te zien van de bosbrand die hier gisteren woedde. ‘Er staan nog enkele bomen overeind, maar die zijn erg gevaarlijk’, vertelt Anton (‘Benny’) Beneslavskiy van Greenpeace Rusland. ‘Hun wortels zijn weg. Ze kunnen elk moment omvallen.’

Rampjaar 2010

Greenpeace-vrijwilligers blusten hun eerste branden in de droge lente en zomer van 2010, toen Rusland werd geteisterd door een enorme golf bosbranden. Op talloze plaatsen breidde het vuur zich razendsnel uit en in zeven districten werd de noodtoestand afgekondigd. Hele steden werden bedreigd en de branden bereikten ook grote gebieden die nucleair vervuild waren na de Tsjernobylramp – met het risico dat de nucleaire deeltjes zich verder zouden verspreiden. In totaal ging in dat jaar een gebied bijna zo groot als de provincie Utrecht in rook op.

‘De overheid liet het compleet afweten’, herinnert Benny zich. Aan de lokale brandweermensen lag het niet, die wilden dolgraag aan de slag. Maar ze kregen er simpelweg de middelen niet voor. Greenpeace-campagneleiders en vrijwilligers schoten te hulp, onder meer met mobiele brandblussers op hun rug. Zij werkten samen met de beroepsbrandweer om de enorme branden te bedwingen, voordat ze de nucleair vervuilde gebieden zouden bereiken.

Branden op de kaart

Greenpeace hielp niet alleen de branden blussen, maar hield Russische burgers ook op de hoogte van de ware omvang van de bosbranden, via satellietbeelden en gedetailleerde kaarten. Voor veel Russen en Russische media was de speciale Greenpeace-website ‘Forest Forum’ de enige betrouwbare bron van informatie. Volgens de regering vielen in 2010 honderd doden, maar Benny denkt dat het er veel meer waren. In die hete zomer was het sterftecijfer in Moskou twee keer zo hoog als normaal. Dat kwam door de hitte, maar vermoedelijk ook door de branden. De stofdeeltjes die zich overal verspreidden, tastten de longen immers aan.

Sindsdien is het elke zomer raak. ‘Greenpeace neemt elk jaar weer de rol van brandweer op zich, omdat de overheid dat niet doet’, vertelt Benny. 

‘Er heerst een corrupte cultuur van liegen en informatie achterhouden. Niemand geeft toe hoe groot het probleem van de bosbranden is. Want aan een probleem dat er niet is, hoef je ook geen geld uit te geven.’

Op blusles

Benny vindt de brandweerteams echt iets voor Greenpeace. De branden zijn een milieuramp, niet alleen vanwege de bosvernietiging, maar ook door de enorme CO2-uitstoot die ze veroorzaken. Om daarvoor meer aandacht te krijgen, heeft hij buitenlandse vrijwilligers uitgenodigd. Nina en Malte, twee jonge Duitsers die actief zijn voor Greenpeace, krijgen vandaag blusles. Gisteren wist het Greenpeace-team de brand te bedwingen door het bluswerk op de randen van het bos te richten. Vandaag nemen ze de ondergrondse veenbrandjes onder handen, die nog altijd nasmeulen. Anders bestaat het risico dat het vuur zich opnieuw verspreidt. ‘Om die brandjes onder de grond te blussen, kun je niet zomaar met wat water gooien’, leggen de Russische Ola en Masja zorgvuldig uit. ‘Je moet zo spuiten dat je zand en as met het water vermengt.’ Voor het doven van één rookpluimpje, ter grootte van dat van een sigaret, is Nina ruim een half uur met een zware brandweerslang in de weer.

Twee imago’s in Rusland

Door de arrestatie van de bemanning van de Arctic Sunrise in september vorig jaar, kreeg Greenpeace in Rusland veel slechte publiciteit. ‘We werden weggezet als handlangers van de Amerikanen, die de Russische olie- en gasexport wilden saboteren. Maar de mensen in de dorpen kennen ons juist van ons bluswerk, en dat waarderen ze erg, ze vinden het stoer. Ons imago in Rusland heeft daardoor nu twee kanten.’

Terwijl hij geroutineerd de slangen verplaatst, vertelt Benny dat het vaak de dorpsbewoners zelf zijn die de branden stichten, al beseffen ze dat lang niet altijd. Om snel van hun uitgebloeide gewassen af te komen, verbranden ze hun akkers. Eén zuchtje wind van de verkeerde kant en het vuur slaat over naar het naastgelegen bos. Als dat op veengrond staat, zoals hier in Juravlinaya Rodina, gaat in een mum van tijd een gebied van enkele kilometers in vlammen op. Maar het belangrijkste probleem is het gebrek aan controle door de overheid. Vroeger bestond in Rusland een centraal controlesysteem voor bosbranden en patrouilleerden er tienduizenden boswachters, maar daar zette president Poetin in 2007 een radicale streep door.

Een stokoude tankwagen

Bij de pomp in het kanaal is inmiddels ook een brand-weerwagen van de gemeente verschenen. Die moet helpen blussen, maar dat is eigenlijk zinloos. De pompkracht van deze stokoude tankwagen is minimaal. Aan het verantwoordelijke bosdepartement hebben ze ook niets: dat laat weten de weg naar het natuurgebied niet te kunnen vinden. De brandweerlieden uit het dorp vinden dat hoogst eigenaardig. De weg loopt pal langs het kanaal. ‘Bovendien: het is hún gebied!’

Na drie uur is het verbrande veld nog steeds bezaaid met rookpluimpjes. Maar de vrijwilligers blijven optimistisch en energiek. Het werk is fysiek zwaar en vergt lange dagen, maar ze zijn blij dat de auto dit keer dicht bij de blusplek kon komen. Soms moeten ze wel vier uur lopen met de 25 kilo wegende pomp. Dan zijn ze al moe voordat ze beginnen met blussen. Benny vertelt dat de gezondheid van de vrijwilligers altijd voorop staat. Als ze bijvoorbeeld blussen in het district rond Smolensk, dat door de Tsjernobylramp is getroffen, meten ze altijd eerst de straling. ‘Als die te hoog is, maken we meteen rechtsomkeert.’

Ecostation Kostenevo

Ook morgen moet er nog geblust worden, en overmorgen waarschijnlijk ook. Ze gaan door totdat het klaar is. De vrijwilligers slapen daarom in het dorpje Kostenevo, ongeveer een half uur rijden verderop. Hier staat een van de ‘ecostations’ die Greenpeace op verschillende plaatsen in Rusland heeft ingericht, om sneller bij de bosbranden te kunnen zijn. Tussen opgestapelde zeecontainers is een houten constructie gebouwd, waarin brandweermaterieel ligt opgeslagen. Hier is het koud en donker, maar er heerst een huiselijke chaos. In een kartonnen doos liggen vier schattige pasgeboren katjes. Boven op het puntdak is een uitkijktoren ingericht, zodat de Greenpeace-vrijwilligers snel kunnen vaststellen waar brand is uitgebroken. In de zeecontainers staan stapelbedden en daar is het lekker warm. Op de deuren hangen grappige briefjes met zit-plaatsnummers, alsof het wagons in een slaaptrein zijn. In de ‘restauratiewagen’ heeft Dina koolsoep gekookt.

Natuurlijk is alleen een uitkijktoren niet genoeg om vast te stellen waar de branden zijn. Daarom wordt op het Greenpeace-kantoor in Moskou een warmtekaart gemaakt met behulp van satellietbeelden. Maar die beelden registreren niet elk type brand, weet Benny. 

‘Veengrond kan zelfs onder een sneeuwlaag nog doorbranden.’

Hoop op de Greenpeace-brandweer

Als de brand eindelijk onder controle is en we terugrijden naar Moskou vertelt Benny, terwijl countrymuziek uit de speakers knalt, dat er door de zachte winter nauwelijks smeltwater van sneeuw is. De grond is droog en volgens de voorspellingen wordt het opnieuw een bloedhete zomer. Dit jaar konden de branden wel eens erger worden dan in 2010. Van de overheid is weinig te verwachten. De dorpen vestigen hun hoop op de brandweerteams van Greenpeace. Voorlopig blijft het werk van dappere mensen als Benny, Masja, Ola en Dina nog hard nodig.