magazine / september 2014

Burning Man laat geen sporen na

©Guido van Diepen

Als je eind september door de Black Rock Desert in Nevada loopt, zie je geen spoor meer van de stad-voor-een-week Black Rock City. Toch dansten hier een maand eerder tienduizenden mensen tijdens het festival Burning Man. Festivalmotto: 'Leave no Trace'.

Zand, rotsen, zon en wind beheersen altijd de uitgestrekte vlaktes van de Black Rock Desert in de Amerikaanse staat Nevada. Maar als we in de laatste week van augustus deze woestijn binnenrijden, staat midden op de vlakte een 45 meter hoog houten bouwwerk in de vorm van een man te branden. Tienduizenden mensen staan eromheen. Sommigen aanschouwen het spektakel in stilte, anderen joelen en dansen. We bevinden ons op het jaarlijkse festival Burning Man, befaamd om zijn onmogelijke locaties.

Zeventigduizend mensen hebben in de woestijn een cirkelvormige stad uit de grond gestampt en storten zich in een vrije gemeenschap waarin geld taboe is en zelfvoorziening centraal staat. Wat volgt, is een week vol feesten, overleven en interactie. We zien kunstwerken en art cars rondrijden waar mensen maanden, soms zelfs jaren aan hebben gebouwd, zoals levensgrote draken, vuurspuwende octopussen en piratenschepen. Elke avond barst in de woestenij van neonlampen en vuurzeeën een feest los.

Aan het eind van de week is iedereen weg, de woestijn in stilte achterlatend. Je zou een puinhoop verwachten na zo'n megafestival. Maar wie enkele weken later op dezelfde woestijnvlakte gaat kijken, vindt geen spoor van een stad of zelfs van een mens. Geen sigarettenpeuk of blikje te bekennen.

Koning dankzij zonne-energie

'Leave no Trace' luidt het officiële motto waarmee het festival wordt gevierd. Terwijl de houten man midden op het terrein staat te branden, delen mensen drankjes en eten met elkaar. Iedereen neemt een eigen beker mee. En ook al is er geen vuilnisbak te bekennen, niets wordt op de grond gegooid: afval stoppen de bezoekers in een eigen zak. Zelfs het water dat wordt gebruikt om te douchen of pasta in te koken raakt de grond niet, maar gaat in tonnen weer mee naar huis. En onder het bouwwerk van de 'burning man' ligt een gigantische vuurdoek om de as en het puin na de verbranding op te vangen en af te voeren. Het festival doet er alles aan om de woestijn, die onder toezicht staat van het Bureau of Land Management (BLM), onaangetast achter te laten.

Beperkingen maken mensen creatief. Vaste bezoeker John doucht op een tapijt dat hij heeft uitgespreid over een groot stuk plastic. ‘Het tapijt neemt het water op en de zon verdampt dat weer', zegt hij trots. Zijn buurman heeft zelf een ingenieuze waterverdamper in elkaar geflanst met behulp van een fietswiel, yoghurtbekers en een aquariumpomp. Een filter scheidt het water van vuil. Over een rad heeft hij een doek gespannen dat het water opneemt, waarna het langzaam draaiend verdampt in de zon. ‘Veertig liter per dag gaat zo de lucht in', verzekert hij. Genoeg voor een kamp van dertig mensen.

Cousin Dicky staat lachend voor zijn camper, waarvan het dak bekleed is met zonnepanelen. ‘Vijf jaar geleden stond ik ook al op dit kamp. Maar toen betrapte mijn beste vriend me erop dat ik een generator gebruikte om mijn camper van stroom te voorzien. Ik moest volledig overstappen op zonne-energie. Anders zouden ze me eruit gooien.’ Hij veegt het zweet van zijn zongebruinde voorhoofd en wijst op het dak. ‘Nu leef ik dankzij zonne-energie als een koning. Ik heb muziek, licht en zelfs een vriezer om mijn bier koud te houden.'

MOOP meenemen graag

Maar hoe goed de festivalbezoekers ook hun best doen, er blijft altijd iets achter als de stad weer opbreekt. Italiaan Nino, in Arabisch pak compleet met tulband, kijkt beschaamd. ‘De laatste avond moest ik heel nodig, maar kon ik door een stofstorm de chemische toiletten niet vinden. Toen heb ik maar op het terrein gepist.’ Hij zal niet de enige zijn, gezien de vochtcirkels in de uitgedroogde vlakte. Ook slingeren op de laatste dag overal papiertjes, dopjes en stukjes plastic rond. 'MOOP' noemen ze dat op het festival: Matter Out of Place. Iedereen wordt geacht 'moop' op te rapen en mee te nemen.

Na de laatste festivaldag lopen tientallen vrijwilligers in een menselijke linie het hele terrein af met vuilniszakken. Het afval dat ze vinden wordt geregistreerd met gps-coördinaten en gekoppeld aan de betreffende kampeerders via de zogeheten MOOP Map. Teamleider Jedi: ‘Sinds we op de MOOP Map vastleggen waar afval is achtergebleven en mensen hiermee confronteren, is het terrein nog schoner geworden. Vóór 2006 waren veel plekken op de kaart rood gemarkeerd. Dit betekent: veel afval, ontoelaatbaar dus. Een jaar later kleurden rode vakjes geel (minder afval) en in de jaren daarna werd de MOOP Map steeds groener: go! go! go! Tegenwoordig is zelfs toezichthouder BLM verbaasd over hoe schoon het terrein wordt achtergelaten. Het is ongelofelijk dat een tijdelijke stad van deze omvang geen sporen nalaat. Maar het kán.’