magazine / september 2014

Palmolie in Kameroen: bedrog, intimidatie en geweld

©Greenpeace/Jan-Joseph Stok

In Kameroen wil het Amerikaanse Herakles Farms een palmolieplantage van ruim 70.000 hectare aanleggen, midden in het ongerepte regenwoud. Greenpeace trok door het gebied om de bevolking te waarschuwen voor Herakles’ ware intenties. Greg Norman van Greenpeace International was erbij.

Red het Kameroense regenwoud: stop de kettingzagen van Herakles. Kameroen heeft Herakles al toestemming gegeven voor de aanleg van een plantage van 20.000 hectare.

'Zodra de regen met bakken uit de lucht komt vallen, wordt het niet alleen steeds moeilijker om de luidsprekers in het dorpshuis van Ebanga te horen, maar ook om ze te zien. Licht en elektriciteit zijn, net als andere basisvoorzieningen, in dit deel van Zuidwest-Kameroen niet zo vanzelfsprekend als voor ons.

De lokale bevolking van Ebanga wil per se betrokken worden bij de toekomst van haar grond en haar bestaansbronnen – ook al zoiets dat in mijn land heel gewoon is. En dat is precies waar het om draait tijdens deze dorpsbijeenkomst met Nature Cameroon, een lokale ngo, en Greenpeace.

De twee organisaties trekken langs de dorpen in het dichtbeboste, ongerepte gebied waar het Amerikaanse agrobedrijf Herakles Farms een uitgestrekte palmolieplantage heeft gepland. Dit gebied verbindt nu nog vijf beschermde natuurparken en geldt als een van de vijfentwintig belangrijkste, internationaal erkende biodiversity hotspots op aarde. Hier leven zeldzame diersoorten als de bedreigde Nigeriaans-Kameroense chimpansee, de mandril, het speelse Preuss' rode franjeaapje en de Afrikaanse bosolifant, Bovendien zijn zo’n 14.000 mensen voor hun levensonderhoud aangewezen op dit regenwoud. Het Herakles-project zal dan ook enorme effecten hebben op het leven, het landgebruik en het zelfstandige bestaan van de inwoners.

Bewoners kunnen geen kant op

Herakles beweert dat het een grote meerderheid van de bevolking heeft geraadpleegd (dat moet namelijk volgens de wet) en dat de meeste mensen achter de plannen van het bedrijf staan. Maar als Greenpeace en haar partners de bosgemeenschappen een voor een bezoeken, ontstaat een heel ander beeld. Weliswaar heeft een aantal dorpshoofden - waarvan sommige zich zelden in 'hun' dorp laten zien - deals gesloten met het bedrijf, maar de meerderheid van de dorpsbewoners is daar niet bij betrokken.

In Ebanga hoor ik mensen zeggen: 'Ik wil eerst elektriciteit, voordat ik ze in mijn bos toelaat.' Sommige bewoners hebben een overeenkomst met Herakles getekend zonder de kleine lettertjes goed te begrijpen en nu hebben ze het gevoel dat ze geen kant meer op kunnen. Als we informatie uitdelen waarin de lage vergoedingen staan die Herakles wil betalen voor hun grond, vergeleken met de bedragen die ze bijvoorbeeld in Maleisië aanbieden, zijn de mensen verbijsterd.

Bulldozers en mishandeling

Elders, niet ver van een hobbelige, onverharde weg ligt Babensi 2. De inwoners van dit dorp lieten Herakles lang geleden weten dat de plantage niet welkom is en belandden prompt op de groeiende waslijst met mensen waar het bedrijf niet meer naar luistert. Na een zweterige tocht van negentig minuten door dichte begroeiing zien we het resultaat van de 'inspraak': een kaalgekapt stuk grond dat ooit het bos van Babensi 2 was. Plat gebulldozerd in opdracht van Herakles dat het gebied rond zijn kwekerij in het naburige dorp Talengaye wilde uitbreiden. Op de paar bomen die nog overeind staan, zien we strepen rode verf: een bewijs dat Herakles hier het land heeft afgebakend, zonder te wachten op instemming van de dorpsbewoners.

'We hebben zo veel klachten ingediend,' vertelt dorpshoofd Adolf Ebong Ndber. 'Hoe kúnnen ze ons land binnendringen zonder onze toestemming? Onze waterstromen drogen op, de dieren in het woud worden gedood.' Adolf en de andere dorpelingen kunnen nu nog in hun levensonderhoud voorzien op het beboste land direct achter hun huizen. Maar hun kinderen zijn de dupe. 'We zijn bang dat zij de dieren die hier leven niet eens meer zullen zien', zegt John Ebenki.

Dat de dorpsbewoners zich bij de autoriteiten beklagen, schrikt Herakles niet af. Nog geen twee weken na ons bezoek aan Babensi 2 werd hier een team van lokale ngo-medewerkers en een Greenpeace-collega in een hinderlaag gelokt en mishandeld door werknemers van Herakles. Dit past in de traditie van het bedrijf om elke tegenstand de kop in te drukken met intimidatie en geweld.

Mangobomen omgezaagd

Een incident is het geweld zeker niet. Elizabeth, een vrouw in een ander dorp, vertelt hoe een Herakles-werknemer zonder enige aankondiging op haar land verscheen en haar mangobomen met een grote kettingzaag te lijf ging. Nu zoekt ze, alleen gewapend met een eigendomspapier, samen met lokale ngo’s naar een nieuw stuk land en naar compensatie door de Kameroense overheid, die heeft toegestaan dat Herakles zonder geldige overeenkomsten met kappen is begonnen.

De verhalen van kleine landeigenaren die uit winstbejag door ondernemingen worden beroofd van hun basisrechten, zijn helaas geen uitzondering in Afrika. Daarom moeten wij bedrijven als Herakles heel duidelijk maken dat de manier waarop zij palmolie produceren onverantwoord is. Greenpeace heeft samen met lokale ngo's vastgelegd hoe het Herakles-project de bevolking, haar bestaanszekerheid, de biodiversiteit en het milieu in gevaar brengt. Nu is het de hoogste tijd om dit verwoestende project te stoppen. Voor eens en voor altijd.'

Palmolie: van Afrika naar Azië en weer terug

Oliepalmen zijn inheems in Afrika en worden daar al eeuwenlang gebruikt als bron van olie, voedsel en bouwmateriaal. Nigeria was in de jaren zestig van de vorige eeuw zelfs ‘s werelds grootste producent van palmolie. Inmiddels is dat land allang ingehaald door Indonesië en Maleisië, die samen goed zijn voor ruim 85 procent van de wereldproductie. In deze Zuidoost-Aziatische landen zien we wat de consequenties zijn van de ongebreidelde, grootschalige palmolieproductie: miljoenen hectares regenwoud zijn verwoest met een enorme CO2-uitstoot als gevolg. Kleine boeren zijn zonder pardon van hun land verdreven, bodem en water raken ernstig vervuild door bestrijdingsmiddelen en kunstmest. Neushoorns, orang-oetans en tijgers behoren door de palmolie-expansie nu tot de meest bedreigde diersoorten.

De markt voor palmolie blijft groeien, zeker nu deze goedkope olie ook de basis is voor biobrandstoffen. Nu uitbreiding van het aantal plantages in Zuidoost-Azië steeds lastiger wordt, mede dankzij de campagnes van Greenpeace, richten westerse en Aziatische investeerders hun begerige blikken op de regenwouden van Afrika. Daar is nog relatief veel ongerepte natuur, is de grond spotgoedkoop en doen overheden niet al te moeilijk.

 Uit onderzoek van Greenpeace blijkt dat op ruim 2,6 miljoen hectare grond (ongeveer tweederde van Nederland) in tien West- en Centraal-Afrikaanse landen al grootschalige palmolieplantages zijn aangelegd of gepland. Op het Afrikaanse continent dreigt dezelfde ecologische en humanitaire ramp als zich in Zuidoost-Azië heeft voltrokken - en dat wil Greenpeace absoluut voorkomen.

Greenpeace steunt duurzame palmolieproductie

Greenpeace probeert met behulp van lokale actievoerders en ngo’s als SEFE en Nature Cameroon te voorkomen dat bedrijven als Herakles voet aan de grond krijgen in Kameroen of elders in Afrika. 'De teelt van palmolie hoeft helemaal niet ten koste te gaan van de natuur', zegt Daniëlle van Oijen, campagneleider bossen bij Greenpeace. 'In het Congobekken voeren we campagne voor kleinschalige plantages waaraan lokale boeren een prima boterham verdienen, terwijl het regenwoud behouden blijft. Daar zit een goede toekomst in voor mens en bos; niet in het grootschalige landjepik door multinationals met een businessmodel dat leunt op ontbossing en corruptie.'