magazine / december 2014

De energierevolutie ingewikkeld? Helemaal niet!

Molen in Werder, Duitsland

Molen in Werder, Duitsland

© Paul Langrock Zenit/Greenpeace

Als je met Sven Teske praat over het Energie[r]evolutiescenario van Greenpeace, lijkt het opeens heel eenvoudig. 'Windenergie is booming en energiebesparing een eitje. Alleen transport, daar moeten we nog flink aan trekken.'

Sven Teske, directeur hernieuwbare energiebronnen bij Greenpeace International, is net terug uit China, waar hij het jongste wereldwijde windenergierapport presenteerde, samen met de Global Wind Energy Council. Ondanks zijn jetlag staat Sven te springen om het goede nieuws te vertellen: ‘Windenergie is booming. Als alle seinen op groen blijven staan, kan windenergie in 2050 ruim een kwart van al onze stroom leveren!’


Waarom is juist windenergie zo belangrijk? ‘Wind is de ideale stroomleverancier in de strijd tegen klimaatverandering. Je kunt windturbines snel installeren en op het net aansluiten. Vergelijk dat eens met vervuilende kolen- of kerncentrales, de bouw daarvan kost jaren. Bovendien kun je windenergie snel opschalen. Wind geeft ons de tijd om te werken aan een definitieve oplossing voor het klimaatprobleem: een radicaal ander energiesysteem.’

Autoloos en koud leven?
Sven Teske is de drijvende kracht achter het Energie- [r]evolutiescenario. Als technisch ingenieur is hij dé aangewezen persoon dus om uit te leggen wat het scenario nu precies inhoudt. Gaat het lukken om de mondiale CO2-uitstoot in 2050 te verminderen met minstens 80 procent en het aandeel duurzame energie flink te verhogen? En wat betekent de noodzakelijke energie-besparing voor ons dagelijks leven: moeten we massaal warme truien aan en zonnepanelen op ons dak leggen - en moeten we onze auto laten staan?

Sven lacht. ‘Natuurlijk niet. We kunnen op een eenvoudige manier veel energie besparen. In goed geïsoleerde huizen kun je heel comfortabel wonen. Zet tv’s en computers helemaal uit en niet in de standby-stand, dat scheelt echt heel veel stroom. Kantoren moeten ‘s nachts hun lichten uitdoen en bedrijven hun productie veel slimmer inrichten. Het kán allemaal, we beschikken over superefficiënte technologie en apparaten. Stoppen met energieverspilling zou alleen al in West-Europa de sluiting betekenen van ruim 300 vervuilende kolencentrales. En dan heb ik het nog niet eens over de verwarmde toiletbrillen in Japan, de loeiende airco’s in lege hotelkamers of de centraal geregelde thermostaten in Oost-Europa die tijdens een warm voorjaar vrolijk doorstoken.’

 

Het Energie[r]evolutiescenario is een ‘draaiboek’ voor een schone energietoekomst, zonder fossiele brandstoffen en kernenergie. Greenpeace laat zien welke maatregelen nodig zijn om de temperatuur op aarde onder de cruciale grens van 2 °C te houden. Kort door de bocht komt het neer op een radicale keuze voor duurzame energiebronnen en energie-efficiëntie. Dat kost wat, maar die investeringen hebben we er tegen 2050 ruim uit. En daarna dalen de kosten alleen maar. De energiebronnen zon, wind en waterkracht zijn immers gratis, in tegenstelling tot de slinkende voorraden olie, kolen, uranium en gas.


Is de duurzame toekomst lokaal?
In 1999 richtte Sven de eerste Duitse energiecoöperatie op, Greenpeace energy eG. De coöperatie bestaat nog steeds, heeft zeventig werknemers in dienst en voorziet 110.000 mensen van groene stroom. Inmiddels zijn burgers overal ter wereld zelf aan de slag gegaan met duurzame energie en energiebesparing. Ze douchen iets korter, zetten de thermostaat een graadje lager, kopen windaandelen en leggen zonnepanelen op hun dak. Steeds vaker doen ze dat samen met anderen, in hun buurt of in een energie-coöperatie, soms gesteund door de lokale overheid. Wat vindt Sven daarvan? Hij heeft regelmatig contact met lokale overheden in tal van landen. Ligt de duurzame toekomst op lokaal niveau?

‘Lokale initiatieven zijn superbelangrijk. Burgers en bedrijven laten zien dat het kán en dat mensen duurzamer willen leven. Maar we hebben ook schaalvergroting nodig, want wereldwijd stijgt de CO2-uitstoot nog steeds. Overheden kunnen ons helpen grote stappen te zetten. Japan bijvoorbeeld stelt de vijf energiezuinigste apparaten als norm voor álle producenten. Na een jaar of twee mogen de vijf slechtst presterende merken gewoon niet meer verkocht worden. Japan beloont de koplopers dus voor hun milieuvriendelijke gedrag en dat werpt zijn vruchten af. Of kijk naar de weerstand tegen windparken op land: als de overheid regelt dat bewoners direct profiteren van de windstroom, draaien ze vaak om als een blad aan de boom. Ik denk dat zowel burgers als bedrijven hun regeringen flink moeten opjutten.’

Pak de trein en deel je auto
Met schone energie komt het wel goed, daarvan is Sven overtuigd. ‘Als ik kijk naar ons energiescenario liggen we behoorlijk op schema. Alleen het transport is in 2050 nog niet echt duurzaam, daar moeten we nog flink aan trekken. De sector groeit te hard en de ontwikkeling van elektrisch vervoer is te laat in gang gezet. Technisch kunnen we nog niet zeggen “houd je 4wheeldrive maar, we zetten er wel een zuinige motor in.” Maar op korte termijn kunnen we de duurzaamheid van het openbaar vervoer wel sterk verbeteren. Ook hierin kun je als burger een verschil maken, door zo veel mogelijk te kiezen voor het openbaar vervoer en de fiets. Elektrische auto’s zijn helaas nog niet voor iedereen weggelegd, maar hybrides en deelauto’s wel.’

‘Ook binnen het bedrijfsleven in Europa zie je een duidelijke kentering. Kijk naar multinationals als Unilever, Philips en Ikea die de EU opriepen om veel ambitieuzer te zijn in haar klimaat- en energiedoelen. Zij beseffen heel goed dat hoe langer we wachten met maatregelen tegen klimaatverandering, hoe duurder het wordt. Bovendien dalen de kosten van zonnepanelen en windturbines in een ongekend tempo en stijgt hun energieopbrengst dankzij snelle technologische ontwikkelingen. Dat economische plaatje kunnen bedrijven prima uittekenen.’

‘Maar de industrie kan veel meer doen. Heineken zou zijn bier prima kunnen brouwen met behulp van zonne-energie. In het Duitse Beieren doen veel bierbrouwers dat al. Ik heb zelf het technisch document gecheckt waarin precies staat hoe ze dat aanpakken. Dus waar wacht Heineken op?’

Veertig energiescenario’s
Samen met het Duitse Lucht- en ruimtevaartinstituut en lokale kennisinstituten heeft Greenpeace voor veertig landen en regio’s een eigen energiescenario gepubliceerd. ‘Voor elk land berekenen we hoe het van de huidige, inefficiënte energievoorziening naar een slimme, duurzame energievoorziening kan gaan. Waar kan een land, gezien de huidige mogelijkheden, het beste mee beginnen en wat kan nog wel tien jaar wachten? Daarbij zijn we behoorlijk conservatief, we gaan alleen uit van energietechnologie die zichzelf bewezen heeft.’

‘Nederland bijvoorbeeld, is een notoir winderig land. In het Energie[r]evolutiescenario voor Nederland staat windenergie dan ook bovenaan het lijstje met duurzame stroomleveranciers. Daar moet Nederland echt voluit voor kiezen. Op nummer twee staan zonnepanelen, daarin timmeren burgers al behoorlijk aan de weg. Huizen, kantoren en fabrieken kunnen in 2050 verwarmd worden door aardwarmte, duurzame biomassa en zonneboilers. Gas, als minst vervuilende van de fossiele brandstoffen, levert nog ongeveer een derde van alle verwarming. Maar kolen en kernenergie zijn dan al lang uit beeld.’

Duurzaam gas door de pijpleiding
Sven vindt het onzin om het einde van de grote energie-netten te verklaren, zoals The Economist recent deed. ‘Je moet dat per land bekijken. Neem bijvoorbeeld Nederland, dat heeft veel geïnvesteerd in de aanleg van gaspijpleidingen. Dat gaat de overheid echt niet zomaar vervangen door kleinschalige energienetwerkjes. En dat hoeft ook niet. Je kunt ze uitstekend inzetten voor het transport van duurzame energie: gas dat is geproduceerd met zonnestroom bijvoorbeeld. ‘Slimme energienetwerken hebben ook echt geen bak privégegevens over jouw energiegebruik nodig. Als netbeheerder moet je weten of een buurt op bepaalde momenten veel of weinig energie verbruikt, zodat je de productiecapaciteit daarop kunt afstemmen. That’s all.’

Hij helpt graag nog een hardnekkig misverstand uit de wereld dat energiebedrijven de tent wel kunnen sluiten als Greenpeace haar zin krijgt. ‘Ook voor hen blijft er een rol in het Energie[r]evolutiescenario. Zij verliezen heel veel klanten die hun eigen zonnestroom opwekken. Maar consumenten hebben geen zin om tijd te steken in het onderhoud van hun zonnepanelen; die moeten het gewoon doen als ze eenmaal op het dak liggen. Dat is een dienst die energiebedrijven kunnen leveren: onderhoud, afstemming met het net, ontzorgen op energiegebied zeg maar.’

Overheden adopteren energiescenario
Heeft Greenpeace invloed op de energiepolitiek en het denken over energie? Sven is ervan overtuigd. Sterker nog, hij ziet het gebeuren. ‘Ons energiescenario is duizenden keren geciteerd in wetenschappelijke publicaties en was een belangrijke referentie voor het invloedrijke IPCC-rapport  over hernieuwbare energie (2011). In Turkije hielp ons scenario de vorige regering een energiebeleid te formuleren.  In Nieuw-Zeeland adopteerde de regering vier, vijf jaar geleden het energiescenario integraal. Zelfs in China hebben we zichtbaar invloed op de energiedoelen die de overheid zichzelf stelt. We presenteren sinds 2006 onze tweejaarlijkse wereldwijde windrapporten in Beijing en krijgen daar altijd veel media-aandacht. We zien onze streefcijfers soms direct terug in officiële energieplannen.’

Alle Energie[r]evolutiescenario’s, grafieken en berekeningen zijn te vinden op energyblueprint.info.