magazine / december 2014

Actievoerders in een labjas

Reyes Tirado in het veld

Reyes Tirado in het veld

© Swapan Nayak/GP

Welkom op de Universiteit van Exeter, Engeland, de thuisbasis van het Greenpeace-laboratorium. Verborgen achter monsters en meters, pipetjes en pompjes zoekt een team van negen specialisten hier naar de wetenschap achter milieuproblemen.

De wetenschapsafdeling van Greenpeace werd min of meer per ongeluk opgericht. Op zoek naar een toxicoloog nam de organisatie in 1986 contact op met de Universiteit van Londen, waar Paul Johnston op dat moment werkte. Hij hoorde van de opdracht, meldde zich aan en ging mee op wat een van zijn indrukwekkendste onderzoeksreizen bij Greenpeace zou worden. ‘Zes weken lang voer ik mee op de Beluga I, een klein schip met een ingebouwd laboratorium. Tijdens die reis heb ik de mooiste en de lelijkste kanten van Groot-Brittannië gezien. Het idee was dat ik monsters zou nemen van industrieel afvalwater, om te zien wat erin zat. Nadat ik daarmee klaar was, moest er nog ontzettend veel werk gedaan worden: het water testen, de resultaten analyseren, meer monster nemen… Het begon met een contract voor zes maanden, maar 27 jaar later zit ik hier nog.’

Vragen die niemand stelt
Inmiddels is Johnston hoofd van de afdeling en voert het labonderzoek uit voor alle Greenpeace-kantoren. ‘We hebben in Nieuw-Zeeland de gevolgen van diepzeemijnbouw onderzocht en met het Thaise kantoor werkten we aan de detox-campagne rond de textielindustrie. Maar we hielpen ook met de interpretatie van het stuifmeelonderzoek voor de bijencampagne in Nederland.’ Het laboratorium is voorzien van apparatuur om chemicaliën op te sporen in aarde, water, lucht en planten. Alleen bestrijdingsmiddelen en radioactiviteit kunnen nog niet worden geanalyseerd, maar Johnston hoopt pesticiden ooit nog te kunnen toevoegen aan zijn onderzoeksarsenaal. ‘Er ligt daarbuiten nog een schat aan informatie die we alleen kunnen ontsluiten als we onze eigen analyses kunnen doen.’ Een interne wetenschapsafdeling bespaart Greenpeace niet alleen veel geld, legt Johnston uit, het betekent ook antwoord krijgen op vragen die niemand anders stelt. ‘Daarbij verkennen we soms nieuwe wetenschappelijke terreinen. Wij waren bijvoorbeeld de eerste groep scheikundige onderzoekers die zich bezighield met de chemische samenstelling van industrieel afvalwater. Dit soort kennis kwam lange tijd alleen van ons.’

‘Wij varen op een ander moreel kompas’
Kan een laboratorium dat is opgericht en wordt betaald door Greenpeace wel objectief zijn? De vergelijking met dubieus onderzoek in opdracht van het bedrijfsleven is snel gemaakt, erkent Johnston, maar ook makkelijk te  ontkrachten. ‘Eerlijk gezegd zou ik niet meteen al het onderzoek van bedrijven bij het vuilnis zetten. Jammer genoeg heeft de industrie zichzelf in een positie gebracht waarin mensen haar rapporten niet meer geloven. Dat komt doordat een paar rotte appels belangrijke milieu- informatie overduidelijk negeerden - alleen om hun product te beschermen. Ik ben dat veel tegengekomen in de wereld van schadelijke chemicaliën.’

‘Wij kunnen en willen niet op die manier te werken. Het is zinloos en volstrekt onverantwoord om onze actievoerders erop uit te sturen als we een zaak niet hard kunnen maken. Daardoor heeft ons werk hier veel bijgedragen aan het wereldwijde respect voor Greenpeace. Mensen weten dat onze beweringen ondersteund worden door wetenschappelijk onderzoek. Bij Greenpeace varen we op een ander moreel kompas.’

Wie help ik ermee?
Dat Greenpeace een eigen laboratorium heeft, is maar bij weinig mensen bekend. Reyes Tirado, een van de biologen in het team, vindt het prima om een meer onzichtbaar deel van Greenpeace te zijn. ‘Mensen zijn niet altijd geïnteresseerd in de wetenschappelijke details. Ik zorg voor de wetenschappelijke basis, de campagneleiders vertalen die wetenschap vervolgens in boodschappen die de mensen interesseren en aanspreken.’ Tirado kwam in 2006 bij de afdeling na een uitgebreide onderzoekscarrière in haar thuisland Spanje en in Californië, waar ze de effecten van droogte op planten onderzocht. ‘Ik heb altijd van onderzoek gehouden, vooral van de meer gerichte en gedetailleerde studies. Tegelijkertijd vroeg ik me constant af: waarom doe ik dit en wie help ik ermee? Toen zag ik een vacature bij Greenpeace die wetenschap combineerde met actie om de planeet beschermen. Ik solliciteerde en kreeg de baan.’

Luisteren naar de boeren
Haar nieuwe baan bracht Tirado niet alleen naar het koude klimaat van Exeter. Als landbouwspecialist in een internationale organisatie zijn ontwikkelingslanden een belangrijk deel van haar werkveld. ‘Op dit moment onderzoek ik in Kenia hoe ecologische landbouw de bodem weerbaarder maakt tegen de gevolgen van klimaatverandering. Ik breng veel tijd door met de lokale bevolking, om te luisteren naar de problemen en uitdagingen waar mensen mee te maken krijgen. Als je het landbouwsysteem wilt verbeteren, zijn boeren een cruciale factor, dus is het belangrijk dat we naar ze luisteren.’ Weerstand is ze nog niet vaak tegengekomen bij haar onderzoekswerk. ‘Integendeel’, vertelt ze, ‘soms ontstaat er ruzie onder de boeren, omdat ze allemaal hun waterput gecontroleerd willen hebben, terwijl wij er maar een paar kunnen onderzoeken.’ Natuurlijk hebben sommige boeren liever niet dat Greenpeace hun landbouwpraktijken tegen het licht houdt. ‘Juist dit soort gebrek aan transparantie, waarbij boeren voorzichtig zijn met wat bekend wordt over hun werkwijze, is voor mij een teken dat het landbouwsysteem de verkeerde kant op gaat.’

De hoogste nitraatvervuiling ooit
Ondanks haar werk in soms zwaar vervuilde gebieden, heeft Tirado nooit het idee gehad dat ze zelf gevaar liep. Wel brengt haar contact met de lokale bevolking soms heftige situaties met zich mee. Tijdens een van haar eerste projecten ontmoette ze in Thailand een arm gezin dat asperges kweekte. ‘Het was een bescheiden, hardwerkende familie met jonge kinderen die overal ronddartelden. Toen ik hun drinkwater testte, vond ik de hoogste nitraatvervuiling die ik ooit gezien had. Voor mij was dat zo’n schok, het besef dat deze mensen, die kleine kinderen, elke dag dit enorm vervuilde water dronken.’ Nadat de familie gewaarschuwd was, informeerde Tirado de lokale autoriteiten over de vervuiling. Zij troffen dezelfde nitraatwaarden aan en namen maatregelen om het probleem op te lossen. ‘Voor mij was dit moment confronterend, maar tegelijkertijd een motivatie om dit werk te blijven doen. Hier kan ik gedegen wetenschappelijk onderzoek inzetten om de natuur en de mensen te beschermen.’