magazine / december 2014

Terugkeer van de platte oester

Stilleven uit 1635 van Heda Willem Claesz

Stilleven uit 1635 van Heda Willem Claesz

Nog even en duizenden mensen bestormen haar weer voor een nieuwjaarsduik: de Noordzee. Hein Sas kijkt liever wat verder onder het grijsbruine wateroppervlak. Hij wil het rijke bodemleven laten opbloeien dankzij een bijzonder weekdier… de platte oester.
 

‘Het is de hoeksteen van een samenleving die nu helaas verdwenen is.’ Hein Sas dicht de platte oester nogal wat kwaliteiten toe. Maar hij is er dan ook zeker van dat dit weekdier, niet groter dan een decimeter in doorsnede, onmisbaar is om de biodiversiteit in onze Noordzee te herstellen. Daar is alleen wel wat voor nodig. Een ongestoorde plek bijvoorbeeld, die niet gemakkelijk te vinden is op de zanderige, veelvuldig omgeploegde zeebodem. En geld om te experimenteren met de herintroductie van het lastig te kweken schelpdier. Gelukkig is Hein Sas niet alleen een dromer, maar ook een doener die mensen wakker schudt en meekrijgt: ‘Op mijn verjaardag deze zomer kreeg ik een bijzonder cadeautje: ik hoorde dat we aan de slag kunnen!’

 

Het roer om

Hein Sas, grote man, rond brilletje, is een natuurkundige met een voorliefde voor de natuur en het milieu. Tot 1998 hield hij zich bezig met klimaat en afvalverwerking, onder meer bij CE Delft. Net als zoveel mensen die te lang doorploeteren, kreeg Hein een burn-out. ‘CO2 is een verschrikkelijk groot probleem waar we in Nederland maar niet aan willen’, vertelt hij. ‘Ik werd er zó somber van.’ Een jaar van verstilling volgde, waarna hij het radicaal anders ging doen. ‘Ik begon voor mezelf. Het water trok altijd al, dus het was niet zo vreemd dat ik me met de zeenatuur ging bezighouden.’ Het Programma Naar een Rijke Waddenzee volgde, waar hij onder andere de mosselvisserij hielp om steeds minder op de bodem te vissen. Hein voelt zich binnen dit programma als een vis in het water: ‘Zaken voor elkaar krijgen waar mensen én de natuur beter van worden, daar gaat het me om.’

 

Verloren schoonheid

Via de mosselen komt Hein in contact met de organisatie Duik de Noordzee schoon, (milieu)bureau Waardenburg en ‘schelpdierprofessor’ Aad Smaal van onderzoeksinstituut Imares. Als ze het over de verdwenen biodiversiteit van de Noordzee hebben, duikt steeds vaker de platte oester op.

‘Aan de hand van oude onderzoeken en kaarten ontdekten we dat de Nederlandse kust ooit bezaaid was met duizenden vierkante kilometers oesterbanken die krioelden van het leven’, vertelt Hein enthousiast. ‘Omvangrijke kolonies koudwaterkoraal, sponzen, dodemansduim en anemonen leefden op de banken. Krabben en garnalen wervelden eromheen, hier paaiden vissen, vonden ze voedsel en een schuilplaats.’ Maar die onderwaterrijkdom bleef niet lang onopgemerkt. Prenten uit de 19de eeuw laten zien hoe de visserij floreerde: zeilboten met sleepnetten haalden oesterbank na oesterbank op, net zolang tot de platte oester zelf geschiedenis werd.

 

Hoeksteen van de Noordzee

Hein Sas en consorten beseffen dat de platte oester niet zomaar een overbeviste soort is, maar een hoeksteensoort van de Noordzeenatuur, in vaktermen een echte ‘biobouwer’. Tot hun verbazing lukt het ze al snel om de ministeries van Economische Zaken en Milieu hiervan te overtuigen. Ook komt er geld voor onderzoek naar de herintroductie van de platte oester. ‘Eerst brengen we in kaart hoe en waar we met de oester kunnen experimenteren. Een van de mogelijkheden die we onderzoeken is het Prinses Amaliawindpark’, zegt Hein opgetogen. ‘Waar windturbines al niet goed voor kunnen zijn!’ Daarna gaan ze proberen complete oesterbanken terug te krijgen. Hein: ‘Alle oesters worden als mannetje geboren en wisselen na ongeveer drie jaar van geslacht. Zó onhandig! We hebben dus veel oesters van beide geslachten en verschillende leeftijden nodig. Vervolgens worden ze in het wild uitgezet, waarbij we proeven doen met verschillende vormen van bescherming. Uiteindelijk willen we natuurlijk weer kilometers oesterbanken langs onze kusten zien!’

 

Gegrepen door een schelp

Het is duidelijk, de schelpdieren hebben Hein gegrepen, zelfs in culinair opzicht. Want op de vraag of hij ze wel eens eet, antwoordt hij: ‘Ik kook graag, ben vinoloog en ook parttime culinair journalist.’ Dan gaan zijn ogen even hemelwaarts. ‘De smaak van de platte oester is onovertroffen. Het is niet alleen een hap zilt, maar van een aardse, kruidige romigheid die zijn weerga niet kent. Een verrukking, zeker met een glas goede champagne.’ Maar daar gaat het nu niet over. De missie van Hein gaat over het terugbrengen van biodiversiteit en over verbinden. ‘Van Greenpeace tot de visserijsector, iedereen is positief en geïnteresseerd in ons project. We willen tenslotte allemaal een rijke, sterke Noordzee. Die zee ís geen troebel bakkie water. Wat er bijvoorbeeld op de scheepswrakken groeit, is rijker dan je in de Middellandse Zee vindt, zoals Duik de Noordzee schoon ons heeft laten zien. De Noordzee is van een potentiële schoonheid die we vergeten zijn. Die schoonheid wil ik weer terugbrengen.’