magazine / maart 2015

Onderhandelen met de grote jongens

Onder druk van Nederlandse retailers beloofden grote Braziliaanse handelaren niet meer te handelen in soja uit ontboste Amazonegebieden.

Onder druk van Nederlandse retailers beloofden grote Braziliaanse handelaren niet meer te handelen in soja uit ontboste Amazonegebieden.

© Markus Mauthe/GP

Om de bossen in Brazilië te redden, zit Hilde Stroot in Nederland om de tafel met supermarkten, houthandelaren en speelgoedfabrikanten. GPM geeft een kijkje achter de schermen van een onbekend, maar erg belangrijk deel van het Greenpeace-werk.

Het onderhandelingsproces begint met een brief, vaak voorzien van een onafhankelijk onderzoeksrapport, waarin Greenpeace het bedrijf wijst op zijn schadelijke activiteiten. ‘Je weet van tevoren nooit zeker hoe ze reageren’, vertelt Hilde, programmaleider bossen voor Greenpeace Nederland. ‘Soms schrikt een bedrijf van de informatie en gaat het meteen aan de slag. Maar meestal is er echt iets grondig mis en zijn behoorlijke stappen nodig. Dat gaat niet zonder slag of stoot.’

Praten en huiswerk maken

De trajecten zijn daardoor vaak lang. Met twee Nederlandse bedrijven praat Hilde nu al een jaar over ontbossingsvrije palmolie. ‘Elke drie maanden zitten we met elkaar om tafel. Na zo’n gesprek moet een bedrijf huiswerk doen: uitzoeken wie de leveranciers zijn, het probleem intern aankaarten en afstemmen met andere afdelingen. Ik maak regelmatig mee dat we de afdeling duurzaamheid allang hebben overtuigd, maar dat ze intern nog tegen muren aanlopen.’ In dat geval kan Greenpeace in korte tijd haar donateurs en vrijwilligers mobiliseren en de druk opvoeren met petities, acties en publiciteit. ‘Dan zijn veel bedrijven alsnog bereid om de dialoog aan te gaan.’

Via Ahold naar de Amazone

Greenpeace-campagnes zijn internationaal. Elke bossenonderhandeling hier in Nederland houdt verband met de bescherming van de regenwouden in Indonesië, het Congobekken of de Amazone. ‘Soms vragen we de afnemers om hun banden te verbreken met de leveranciers van palmolie, fout hout of soja waarvoor regenwoud is gekapt. In andere gevallen willen we juist meer betrokkenheid. Neem het zeven jaar oude sojamoratorium in Brazilië. Greenpeace confronteerde grote Europese afnemers, waaronder Ahold, met de herkomst van hun soja. Dankzij de druk die deze groep retailers vervolgens uitoefende, beloofden de grote sojahandelaren om niet meer te handelen in soja uit ontboste gebieden.’

Ook na zo’n overeenkomst houdt Greenpeace een vinger aan de pols. Terecht, bleek vorig jaar toen de sojahandelaren onder het moratorium uit wilden. 

‘Ze vonden dat een nieuwe wet in Brazilië de ontbossing afdoende kon stoppen, wat een kul-argument was. Wij leggen dan aan de retailers hier uit waarom dat een kul-argument is.’

Smoesjes, shoppen en het Stockholm-syndroom

Hilde kent inmiddels het scala aan smoesjes en strategieën waarmee bedrijven veranderingen willen tegenhouden. ‘Ons onderzoek wordt in twijfel getrokken, een andere leverancier vinden is te ingewikkeld, het beleid kan pas over zes jaar worden geïmplementeerd… Of ze gaan shoppen bij verschillende organisaties om te kijken waar de duurzaamheidslat het laagst ligt. Gelukkig werken we goed samen met collega-organisaties waardoor je ook dit shoppen kunt voorkomen.’

Een andere valkuil is de band die ontstaat – Hilde noemt dit een variant op het Stockholmsyndroom. ‘Het is allemaal mensenwerk. Ze betrekken jou in hun probleem: “Ja weet je, het is er intern heel moeilijk doorheen te krijgen...” Voor je het weet ga je daarin mee. Om scherp te blijven gaan we daarom altijd met meerdere onderhandelaars naar een gesprek. Bij onderhandelingen met grote, internationale jongens is er ook een tweede team aanwezig dat achter de schermen de Greenpeace-onderhandelaars op koers houdt. Zo voorkom je dat je akkoord gaat met minder dan waarvoor je op pad bent gestuurd.’

In dit tweede team zijn Greenpeace-kantoren uit verschillende regio’s vertegenwoordigd. Internationale bedrijven zoals palmolieproducenten opereren immers in meerdere landen. ‘Je onderhandelt met dit soort multinationals over een beleid dat wereldwijd geïmplementeerd moet gaan worden. Het is dus van belang dat dit beleid het juiste effect heeft voor de verschillende regio’s, zodat de ontbossing daar daadwerkelijk stopt.’

‘Dit gaat je never nooit niet lukken’

Hilde Stroot, programmaleider bossenHilde hoort soms na het succes pas welke discussies de campagne binnen een bedrijf heeft losgemaakt. ‘Op het moment dat we overgaan tot actie zijn ze niet blij met ons. Maar achteraf kunnen bedrijven soms best lachen om je filmpje of vertellen dat een actie toch wel behoorlijk briljant was.’ Ze is vooral trots op het resultaat van de Greenpeace-campagne in Indonesië, waar palmolieproducenten enorme stukken regenwoud verwoesten. ‘Toen wij een aantal jaren geleden begonnen met een campagne tegen Golden Agri Resources (GAR), een van de grootste producenten, zeiden collega-organisaties: “Veel succes, maar dit gaat je never nooit niet lukken. Bedrijven zoals GAR staan boven de wet.” Maar Greenpeace onderhandelde met afnemers als Nestlé, Unilever, Procter & Gamble, Colgate Palmolive en Mars en overtuigde ze ervan enkel nog ontbossingsvrije palmolie te gebruiken. Daardoor verbond GAR zich binnen drie jaar ook aan een duurzaamheidslat die Greenpeace goed genoeg vond.‘Hierdoor besef je dat uiteindelijk geen enkel bedrijf in deze wereld onaantastbaar is.’Om ervoor te zorgen dat het beleid werkelijk geïmplementeerd wordt, gaan de gesprekken natuurlijk gewoon door. De klus is pas geklaard als je in het bos daadwerkelijk resultaat ziet.

 In de volgende GPM ontdek je hoe Greenpeace politieke besluitvormers de groene kant op beweegt.