magazine / juni 2015

Praten als Brugman

Protest bij de snel smeltende Gornergletsjer in Zwitserland.

Protest bij de snel smeltende Gornergletsjer in Zwitserland.

©Nicolas Fojtu/Greenpeace

DE KRACHT VAN EEN HALF MILJOEN SUPPORTERS IN DEN HAAG
Nederland wordt in 2016 EU-voorzitter. Ben je er klaar voor? Lobby-coördinator en campagneleider Joris Wijnhoven wel. In de politieke wandelgangen smeedt hij plannen om duurzame energie hoog op de agenda te krijgen.

Joris Wijnhoven

 

Volg Joris op Twitter: @JorisW_GP

Als lobby-coördinator is Joris de spil tussen de campagnedoelen van Greenpeace en de politiek. Hij houdt nauw contact met het Greenpeace-team in Brussel, volgt de Haagse debatten over duurzame energie én houdt de 196 afspraken van het SER Energieakkoord in de smiezen. ‘Mensen verwachten dit misschien niet van Greenpeace, maar lobbywerk is net zo hard nodig om beleid te beïnvloeden als spandoeken ophangen.’

Zo is het Nederlands voorzitterschap dé kans om duurzame energie aan te kaarten op hoog niveau. Nu al praat Joris met ambtenaren en politici, zodat het Europese debat er volgend jaar niet alleen over gaat of we wel of geen gas uit Rusland halen, maar ook over energiebesparing en duurzame energiebronnen. Beleid beïnvloeden is een kwestie van timing, doorzettingsvermogen en een lange adem. ‘Onze lobby begint meestal met een brief waarin we onze standpunten uitleggen en onderbouwen. Die brief gaat naar de woordvoerders, beleidsmedewerkers en Kamerleden van alle partijen. Soms worden we daarna uitgenodigd voor een gesprek. Interessanter is het als je jezelf aan tafel wringt of zorgt dat ze niet om je heen kunnen. Dan kom je op plekken waar echt beleid gemaakt wordt.’

Achter gesloten deuren 

Lobby gebeurt per definitie achter gesloten deuren. Wie direct denkt aan schimmige praktijken, kan Joris geruststellen. Daar doet Greenpeace niet aan mee. Wie denkt aan saai werk dat veel geduld vraagt, zit dichter bij de waarheid. ‘Als ik het als buitenstaander bekijk, denk ik soms: jeetje wat moet dit een gepiel lijken. Het is taai werk, maar superbelangrijk.’

Business men walking on the street with briefcase. Shadows on the floor.Geschaeftsmaenner gehen ueber Strassenpflaster mit Aktenkoffer. Schatten auf dem Boden.Kom je alleen over de vloer bij de partijen waarmee je het al eens bent, dan doe je volgens Joris iets verkeerd. Je moet juist bij partijen zijn waarvan je iets gedaan wilt krijgen. Als lobbyist kom je er dan ook niet met een standaardverhaaltje. ‘Je moet meedenken met degene die tegenover je zit. Bij de VVD gebruik je argumenten over werkgelegenheid. Zit je bij GroenLinks, dan praat je over CO2-winst.’ Zo nodig investeert Greenpeace in extra onderzoek. We vroegen bijvoorbeeld het Den Haag Centrum voor Strategische Studies om een essay over het verband tussen duurzame energie, en vrede en veiligheid. Dit bleek een hele succesvolle invalshoek, die met name de rechtse partijen ontzettend interessant vonden.

Liever geen lobby-types

Tussen de grijze pakken en stropdassen is Greenpeace een vreemde, maar inmiddels gerespecteerde eend in de bijt. ‘Je wordt wel eens neergezet als die activist,’ lacht Joris, ‘Maar vaak hebben beleidsmedewerkers en Kamerleden juist een hekel aan die lobbytypes. Ze willen gewoon praten met mensen die echt weten hoe het zit, zoals onze campagneleiders. Ze weten donders goed dat wij onze zaken op orde hebben en onze argumenten wetenschappelijk onderbouwen. En als Greenpeace iets zegt, spreekt bovendien een club met meer dan 400.000 donateurs. Dat geeft je wel degelijk invloed.’

'We willen niet gelijk hebben, we willen gelijk krijgen'.

Die enorme achterban zie je goed zodra de lobby steun krijgt van publieke acties. Deze Greenpeace-strategie valt niet altijd bij iedereen in goede aarde. Zo was Diederik Samsom not amused toen meer dan vijfduizend Nederlanders hem via Facebook aanspoorden om Nederland met groene ambities naar de EU-klimaattop te sturen. Tijdens de onderhandelingen voor het SER Energie-akkoord daagde Greenpeace grote multinationals publiekelijk uit om een duurzaam akkoord te eisen. ‘Werkgeversorganisatie VNO-NCW vond dat we het spel niet volgens hun regels speelden. Jammer dan. Je kunt ons niet verbieden om met bedrijven te praten en uiteindelijk bepalen wij welke toon we aanslaan en welke middelen we inzetten. Dat heeft wél tot een akkoord geleid.’

Samen sterker

Om in Den Haag nog sterker te staan, werkt Greenpeace intensief samen met andere organisaties. Brieven versturen we vaak namens meerdere organisaties. Of neem ‘De Groene 11’, een samenwerkingsverband van inmiddels veertien groene ngo’s. Drie Haagse medewerkers houden namens deze organisaties de politieke debatten bij, zodat de ngo’s precies weten wat er speelt. ‘De Groene 11’ is een vast kenniscentrum voor Kamerleden en beleidsmedewerkers. Want lobby is meer dan het beïnvloeden van politici: je helpt ze ook bij hun werk. ‘Politici zijn voor hun informatie afhankelijk van anderen. Het is onmogelijk om als politicus alles zelf uit te dokteren.’ Als oud-beleidsmedewerker van de Tweede Kamer weet Joris waar hij over praat: ‘Ik had me geen raad geweten zonder lobbyisten van verwante organisaties.’

‘Wij willen het graagst’

Windfarm Bietikow near Prenzlau in Brandenburg (Germany). The wind turbines, Typ Enercon E66, belong to the IFE Eriksen AG. Reflection of clouds in a car roof.Windpark Bietikow bei Prenzlau in der Uckermark (Brandenburg). Windpark der IFE Eriksen AG, Typ Enercon E66. Spiegelung von Wolken auf einem Autodach.Het Greenpeace-team in Brussel is met vijftien mensen het best vertegenwoordigd van alle milieuorganisaties. In totaal lopen er in Brussel tussen de 15.000 en 30.000 lobbyisten rond, de meerderheid namens het bedrijfsleven. Ook in Den Haag zijn de groene lobbyisten ver in de minderheid. Deze ondervertegenwoordiging is vooral een geldkwestie. ‘Veel sponsors en donateurs willen het liefst snel resultaat en leuke projecten zien. Lobby is niet snel, niet altijd leuk en per definitie onzichtbaar.’ Hoe we het dan kunnen winnen van de bedrijven? ‘Wij willen het graagst. Wij zijn het meest gemotiveerd. Daar ligt onze kracht.’

Die kracht bewijst zich in de grote en kleine resultaten. Joris’ persoonlijke hoogtepunt is nog steeds het SER Energieakkoord. ‘Er ligt gewoon een Wet windenergie op zee, die is al door de Tweede Kamer. Provincies hebben beloofd waar ze windmolens op land gaan neerzetten. Er is geld om het allemaal te doen. Het gaat hard met zonne-energie. We zijn nog nooit zo ver gekomen in de omslag naar energiebesparing en schone energie. Natuurlijk, het kan altijd sneller en ook wij blijven kritisch. Maar als we dit uitvoeren, is dat echt heel ambitieus.’