magazine / december 2016

Groene Vrede

©Imad Maalouf/Greenpeace

In een al eeuwenlang door oorlog en geweld verscheurde regio laat het werk van Greenpeace in het Midden-Oosten de hoopvolle kracht van verbinding zien. Al twintig jaar bouwt een klein, maar onvermoeibaar team steen voor steen aan een groene én vreedzame toekomst.

Selaata, Libanon, 1999. Vanaf de Rainbow Warrior voert Greenpeace een vreedzame actie bij een grote chemische fabriek die giftig afvalwater zó de Middellandse Zee in loost. Het is de eerste actie van de Libanese Zeina Khalil AlHajj als woordvoerder van het piepjonge Greenpeacekantoor in Beiroet. ‘Er stonden gewapende militairen op de kade, de sfeer was gespannen. Toen we aan land gingen, begonnen ze plotseling op ons te schieten. Ze vernielden camera’s van aanwezige journalisten, die samen met buitenlandse Greenpeace-activisten naar een schuilplek renden. Verstandig. Maar wij waren zó verontwaardigd over deze gewelddadige reactie, dat we naar de militairen toe renden om verhaal te halen. Er vielen gewonden: één collega brak zijn arm en een ander hield er een rugblessure aan over. De fabriek sleepte ons voor de rechter, die ons gelukkig in het gelijk stelde en het geweld van de militairen buitenproportioneel noemde.’


HELDEN VAN DE ZON

Het milieu staat los van religie of afkomst

Zeventien jaar later gelden er striktere milieuwetten in Libanon en is Zeina al twee jaar uitvoerend directeur van Greenpeace Mediterranean: vanuit haar vaste standplaats Istanboel stuurt ze dit Greenpeacekantoor aan, waarin landen rond de Middellandse Zee (Marokko, Turkije, Libanon en Israël) een uniek samenwerkingsverband zijn aangegaan. Een regio die zo op het eerste oog niet zit te wachten op een club als Greenpeace. 

Toch is niets minder waar, stelt Zeina. ‘Het milieu staat los van religie of afkomst. Stroomgebrek waardoor je je land niet kunt irrigeren, treft iedereen even hard. Een mislukte oogst betekent voor elke kleine boer het verschil tussen wel of geen nieuwe kleren voor de kinderen. Turkije en Libanon importeren veel elektriciteit uit het buitenland. Om die afhankelijkheid te verminderen, bouwt Turkije een tweede kerncentrale. Slechts 8 procent van de stroom in dit land is duurzaam opgewekt. En dat terwijl de zon er 300 dagen per jaar schijnt!’ 

Direct druk uitoefenen op de politiek is hier een stuk lastiger. Daarom werkt Greenpeace vaak via lokale gemeenschappen, soms van deur tot deur. Zo komt de verandering op gang die nodig is voor een duurzame toekomst. In Turkije is het totale aandeel van zonne-energie weliswaar nog bescheiden (562 MW), maar al wel een verdubbeling ten opzichte van 2015. Greenpeace draagt daaraan bij, bijvoorbeeld door jonge Turkse mannen op te leiden tot installateur en de energiecoöperatie van een groep Libanese vrouwen te steunen. 

Zeina: ‘We maakten flmpjes van deze solar heroes: gewone mensen wiens leven echt verbeterd is door zonnestroom. Hun verhalen overtuigen andere mensen. Neem de Turkse boerin Kezban Karaman, die met een klein veld zonnepanelen in haar eigen stroombehoefte voorziet. Zij zegt: “We hoeven niet meer afhankelijk te zijn van de regering of bedrijven. Al eeuwenlang drogen we ons fruit onder de zon, nu kunnen we er zoveel meer mee doen. Voor de toekomst en de gezondheid van onze kleinkinderen.”’ LEES VERDER>

JIJ MAAKT HET WERK MOGELIJK

Als donateur van Greenpeace ondersteun je ook ons werk in het Midden-Oosten: het Nederlandse Greenpeace-kantoor draagt een derde van de inkomsten bij aan kleinere, armlastiger kantoren. 


In 2015 ging het om € 7,8 miljoen. Greenpeace Mediterranean heeft zelf zo’n 65.000 supporters, waarvan 40.000 in Turkije, die gemiddeld € 10 per maand doneren.