magazine / maart 2017

Formeren met de billen bloot

©Greenpeace/Lorette Dorreboom

Durft een nieuw kabinet het roer om te gooien en radicaal te kiezen voor besparing en schone energie? Of wordt het kwakkelen en raakt het anderhalve graaddoel uit beeld? Joris Wijnhoven, campagneleider klimaat & energie, peilt het politieke klimaat. 

Het kan verkeren. Was klimaatverandering in de verkiezingscampagnes nog de roze olifant in de kamer (levensgroot probleem, maar haast niemand had het erover) nu de kabinetsformatie op gang komt, staat de omslag naar schone energie bovenaan de politieke agenda. Gelukkig maar, want de komende vier jaren worden cruciaal in het terugdringen van de rol van kolen, gas en olie.

De verkiezingsuitslag biedt zeker mogelijkheden. De doorbraak van de klimaatsceptische PVV bleef uit, waardoor er sowieso een coalitie komt van partijen die het akkoord van Parijs omarmen. Bovendien wonnen de partijen met de meest ambitieuze en uitgewerkte plannen voor het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen (Christen Unie, D66, GroenLinks en Partij voor de Dieren) samen maar liefst twintig zetels. In de varianten die het meest voor de hand liggen zijn tenminste twee van die partijen nodig om een coalitie te vormen. Met de electorale wind in de rug hebben die ook wat te eisen.

In hun programma’s konden CDA en VVD zich nog permitteren vrij vaag en onvolledig te zijn over de maatregelen die zij voor ogen hebben om het tempo van de omslag naar schone energie flink op te voeren. Dat resulteerde voor de VVD in een slecht rapportcijfer van het Planbureau voor de Leefomgeving (de CO2-uitstoot bij de liberalen neemt op basis van hun program zelfs wat toe na 2020). Het CDA koos er zelfs voor haar program helemaal niet op milieueffecten te laten analysen. Maar in de formatie zullen ze met de billen bloot moeten. Louter mopperen op de groene voorstellen van een ander is dan niet voldoende, het commitment aan Parijs dient handen en voeten te krijgen.

Gelukkig is er veel voorwerk gedaan en eigenlijk hebben we met zijn allen vrij goed in beeld wat er moet gebeuren. In plaats van kolen zal de stroomvoorziening moeten gaan draaien op zon en wind, voornamelijk op zee. Om de Groningse gaskraan verder dicht te kunnen draaien, zullen we onze gebouwen en huizen als een haas moeten isoleren en warm houden met duurzame bronnen. Ook moet elektrisch rijden snel de norm worden. Last but not least is de industrie aan zet om over te schakelen op schone productiemethoden.

Over bovenstaande agenda is weinig discussie mogelijk: andere smaken zijn er eigenlijk niet als je binnen de anderhalve graad opwarming van de aarde wil blijven. Grote vraag is of een nieuw kabinet het aandurft een voorschot te nemen op de Europese discussie en zélf klimaat- en energiedoelen durft te stellen die in lijn zijn met Parijs. Met nationale doelen die ambitieuzer zijn dan de trage Europese molens malen, kunnen we het tempo opschoeven. Die doelen zouden we vervolgens vastleggen in een klimaatwet.

Wat dan nog rest is een plan hóe we die klimaatwet gaan nakomen. Daarbij heb je een maatregelenmix nodig met een wortel (verleiding, subsidies), maar ook een stok (heffingen en verplichtingen). We weten uit ervaring dat verleiding kan helpen (al meer dan 400.000 gezinnen hebben zonnepanelen), maar dat we het daarmee alleen niet redden. Er zal dus ook een zekere mate van (financiële) dwang nodig zijn om bijvoorbeeld achterblijvende bedrijven en andere grote vervuilers in beweging te krijgen. Juist over die concrete maatregelenmix moeten de onderhandelende partijen nu tot overeenstemming komen.

Om hen te laten zien dat kiezers van álle partijen vragen om een stevige klimaatafspraken, is Greenpeace een campagne gestart, waarbij mensen statements kunnen laten afgeven aan de partij waarvoor ze gekozen hebben. Want klimaat raakt ons allemaal.