magazine / juni 2017

Geheimen uit Afrika's groene hart

©Michael Nichols/National Geographic Creative

In het indrukwekkende laaglandregenwoud van het Congobekken deden wetenschappers afgelopen winter een schokkende klimaatontdekking. GPM zet haar spotlights op het groene hart van Afrika dat onze bescherming harder dan ooit nodig heeft.

Waarom zijn de bomen in de tropische regenwouden van het Congobekken zo veel langer dan die in het Amazonewoud of de regenwouden van Indonesië? En waarom staan ze zo ver uit elkaar? Het antwoord is simpel: het Congobekken is het thuis van gorilla’s, bosolifanten en andere planteneters. Laaghangend groen en jonge boompjes krijgen weinig kans bij deze veelvraten, maar hoge bomen lopen geen gevaar. Daardoor staan in het Congobekken vooral honderden jaren oude woudreuzen die in hun lange leven veel CO2 opgeslagen hebben. Het bekken, dat zich uitstrekt over Kameroen, de Centraal-Afrikaanse Republiek, de Democratische Republiek Congo (DRC), Equatoriaal-Guinea, Gabon en Congo-Brazzaville is dan ook een van ’s werelds belangrijkste CO2-opslagplaatsen.

GROTER DAN ENGELAND

In januari van dit jaar publiceerden wetenschappers een opzienbarende CO2-ontdekking in dit uitgestrekte laaglandregenwoud: een veenmoeras, groter dan Engeland, waarin maar liefst 30 miljard ton koolstof ligt opgeslagen. Daarmee is het in één klap gepromoveerd tot grootste veengebied in de tropen. Als die koolstof als CO2 vrij zou komen, redden we het ook met een perfecte uitvoering van het Parijse Klimaatakkoord niet meer in de strijd tegen klimaatverandering. Die 30 miljard ton CO2 is net zoveel als de Verenigde Staten in twintig jaar tijd uitstoten. ‘We móeten dit bosgebied beschermen!’ beklemtonen de wetenschappers dan ook in hun publicatie.

Greenpeace is al decennialang actief in het Congobekken. onze campagnes richten zich tegen illegale houtkap en de oprukkende palmoliesector. We onthullen hoe overheden tot op het hoogste niveau betrokken zijn bij illegale activiteiten. Dat maakt ons werk lastig en gevaarlijk. Maar uiteindelijk kan alleen goed bosbeleid dit kostbare regenwoud duurzaam beschermen.

WRANGE BESCHERMENGEL

De noodzaak van bescherming is nog groter als we ons realiseren dat het veenmoeras in een van de meest instabiele regio's in Afrika ligt. Die instabiliteit is aan de ene kant de wrange beschermengel van het regenwoud, want het maakt investeerders huiverig. Maar het betekent ook dat corruptie en fraude welig tieren en de wetshandhaving weinig voorstelt. Palmoliebedrijven die het in Indonesië steeds moeilijker krijgen, rammelen al jaren aan

de poorten van het Congobekken. Zij hebben onder meer in Kameroen laten zien dat ze zonder veel scrupules regenwouden kappen en kleine boeren van hun land jagen. Ook voor het droogleggen van een veengebied draaien ze hun hand niet om. De dreiging is heel concreet: het Maleisische Atama heeft de grootste palmolieconcessie in de regio, waarvan een deel overlapt met het net ontdekte veengebied.

TOERISTEN IN SPANJE

Maar ontbossing in deze unieke regenwouden heeft nog tal van andere gevolgen. Als in Congo ontbost wordt, zijn de effecten voelbaar tot in het midden van de Verenigde Staten en het zuiden van Europa. Regen wordt via hogere luchtlagen meegevoerd van het ene continent naar het andere. Beduidend minder bos in het Congobekken kan droogte veroorzaken in de Amerikaanse Corn Belt, uitgerekend in periodes dat dit belangrijke landbouwgebied water nodig heeft. Voor toeristen en inwoners van Spanje en Portugal zullen de toch al warme zomers extreem heet worden. De enorme regenwouden spelen ook een grote rol in de regenval in Afrika. De miljoenen liters water die het Congobekken produceert, komen als neerslag terecht in andere West-Afrikaanse landen. Onderzoek laat zien dat grootschalige ontbossing van het Congobekken de regenval in sommige Afrikaanse gebieden kan verminderen met wel 40 procent, waarbij ook nog het aantal hittegolven toeneemt. Rampzalig voor een continent dat toch al zwaar getroffen wordt door de gevolgen van klimaatverandering.

GORILLA’S IN GEVAAR

Je kent ongetwijfeld de beelden van de jaarlijkse bosbranden in de Indonesische regenwouden. Afgelopen jaar woedden ook in het Congobekken enorme branden. Professor Hansen van de Universiteit van Maryland, die de bosbranden waarnam via satellietbeelden, acht de kans groot dat mensen de branden veroorzaakt hebben. ‘De meeste brandhaarden liggen vlakbij wegen die door houtkappers zijn aangelegd.’ Ruim 15.000 hectare regenwoud ging in 2016 in vlammen op. En net als in Indonesië is niet alleen het bos slachtoffer, maar ook zijn bewoners. Waar in Indonesië de leefgebieden van orang-oetans in vlammen opgaan, verwoesten de branden in het Congobekken een belangrijk thuis van de westelijke laaglandgorilla’s – een nieuw gevaar voor deze toch al ernstig bedreigde diersoort. TERUG NAAR DE INDEX >