magazine / juni 2017

Hoop in West-Afrika

©Pierre Gleizes/Greenpeace

De kust van West-Afrika is populair bij dolfijnen, haaien, vissen én bij vissers. Uit de hele wereld komen industriële vissersschepen hier hun netten vullen. Deze lente was ook de Esperanza er, op zoek naar misstanden én duurzame oplossingen.

Bolei Liu, campagneleider Oceanen van Greenpeace China, staat bij de loodsdeur van de Esperanza. Hij laat een luchtfoto zien van de Lian Run 47. Op het bovendek van dit Chinese vissersschip liggen haaienvinnen te drogen. Niet veel later koerst Bolei in een rubberboot op  het doelwit af, samen met twee medewerkers van de CNSP, de visserij-inspectie van Guinee. Vanaf de Esperanza houdt Pavel Klinckhamers door een verrekijker de activiteiten op het blauwe vissersschip in de gaten. ‘Ze stoppen de haaienvinnen nu in een witte bak’, geeft de Nederlandse campagneleider via de portofoon door. ‘Ze verstoppen ze.’

IN EEN OPWELLING

Al vijftien jaar voert Greenpeace in Kaapverdië, Mauritanië, Senegal, Guinee-Bissau, Guineeen Sierra Leone actie voor betere regelgeving en inspectie van de visserij. De kusten in deze regio zijn een zogenaamde opwellingszone: een verticale zeestroom stuwt koud water van de bodem naar de oppervlakte.

Als Bolei de kratten omdraait, ontdekt hij tientallen gedroogde haaienvinnen

Dit water zit vol mineralen, waardoor fytoplankton er welig tiert en op zijn beurt weer de basis vormt voor een rijk ecosysteem. De Afrikaanse  overheden profiteren hiervan door de verkoop van vislicenties, maar van duurzaam beheer is geen sprake en de weinige restricties worden vaak met steekpenningen omzeild. ‘Het gevolg is een enorme overbevissing, veel bijvangst en illegale visserij’, vertelt Pavel, als we hem spreken via Skype. ‘Dankzij de samenwerking met Greenpeace kunnen de lokale inspecteurs langer op zee controleren dan hun eigen slecht onderhouden boten toelaten. Onze internationale bemanning maakt de communicatie met buitenlandse kapiteins voor hen bovendien een stuk gemakkelijker. En het mes snijdt aan twee kanten, want wij kunnen bewijs verzamelen van de misstanden voor onze campagne.’

VOOR HET OOG VAN DE CAMERA

De Guineese inspecteurs gaan aan boord van de Lian Run 47, gevolgd door Bolei en onze cameraman, die alles documenteert. Bolei klimt het bovendek op, op zoek naar de haaienvinnen. ‘Wacht even tot de camera erbij is’, waarschuwt Pavel over de portofoon. Op een deel van het bovendek vinden ze een tent van plastic zeil. Hierin liggen platgevouwen kartonnen dozen, jerrycans en her en der wat slippers. ‘Zie je die witte bakken?’, instrueert Pavel. ‘Eigenlijk zijn het kratten. Ze staan ondersteboven!’ Als Bolei de kratten omdraait, ontdekt hij tientallen gedroogde haaienvinnen. Hij tolkt voor  de inspecteurs die de boze Chinese kapitein aanspreken. Die wijst naar zijn Afrikaanse bemanning. ‘De Afrikanen snijden de vinnen af als we niet kijken.’ Maar als kapitein blijft hij verantwoordelijk voor alles wat er op zijn schip gebeurt. Hij krijgt een boete van € 250.000, moet zijn vangst inleveren en verliest zijn vis- en navigatievergunning.

NETWERKEN WERKT

In totaal controleren we 37 schepen en worden 13 schepen beboet, waarvan er 11 direct naar de haven gestuurd worden. Er wordt 6,5 kilo haaienvinnen in beslag genomen, waarvan 4 kilo van een Italiaans schip komt. Ook vinden we netten met kleinere mazen dan toegestaan, bewijs van het illegaal overladen van vangst en schepen zonder duidelijke naamvoering. Terug in de haven legt Greenpeace contact met ngo’s en vissersgemeenschappen die protesteren tegen de ongebreidelde industriële visserij. Ministers en de president van Guinee Bissau brengen een bezoek aan ons schip. Het bewijsmateriaal is de start voor een goed gesprek. ‘Door onze werkwijze uit te leggen, laten we zien dat we een organisatie zijn met veel kennis en waarmee het goed samenwerken is. Bovendien zorgen deze ontmoetingen voor veelmedia-aandacht. Duurzame visserij komt daardoor hoger op de publieke en politieke agenda.’ Ook honderden kinderen bezoeken de Esperanza tijdens de open dagen. Ze laten ons schip achter vol kleurrijke tekeningen en oproepen aan hun regeringsleiders. Met deze tour heeft Greenpeace een nieuwe golf van aandacht gecreëerd die doorrolt, ook na het vertrek van de Esperanza.

HAAIENVINNEN ALS BIJVERDIENSTE

De handel in haaienvinnen is niet verboden, maar in veel landen is het niet toegestaan om alleen de vinnen mee te nemen. Dat is om te voorkomen dat haaien vinloos maar levend in zee worden teruggegooid, waar ze een langzame dood sterven. Het is vaak de Afrikaanse bemanning die de haaienvinnen afsnijdt en verkoopt aan Chinese handelaren.

‘Niet helemaal onbegrijpelijk’, zegt Pavel. ‘Zo proberen ze wat extra’s over te houden aan het slecht betaalde en mensonterende werk aan boord. Ze zijn lang van huis, werken de hele dag in de brandende zon en leven op rijst en 1,2 liter water per dag.’ De Afrikanen slapen in een tent op het dek; de kajuiten met airco zijn voor de Chinese crew.

Bekijk ook het videoverslag van deze inspectie.

Tail fins found in the freezer of the Shuen De Ching No.888. In total there were sacks containing 75 kilograms of shark fins from at least 42 sharks. Under Taiwanese law and Pacific fishing rules, shark fins may not exceed 5% of the weight of the shark catch, and with only three shark carcasses reported in the log book, the vessel was in clear violation of both. The Rainbow Warrior travels in the Pacific to expose out of control tuna fisheries. Tuna fishing has been linked to shark finning, overfishing and human rights abuses. Photo: Paul Hilton / Greenpeace


TERUG NAAR DE INDEX>