Wat wilde Greenpeace in 2011?
Hoe kunnen we een gifvrije toekomst bereiken? In 2011 wilden we in elk geval:
• dat westerse bedrijven verantwoordelijkheid nemen voor hun productie in ‘verre’ landen, zoals China;
• dat bedrijven stappen nemen om vervuiling tegen te gaan en werken aan een verbetering van standaarden voor de hele industrie;
• de Chinese overheid aansporen tot betere regelgeving.
Resultaten
In de zomer van 2011 publiceerde Greenpeace een rapport over de vervuilende textielindustrie en de gevolgen ervan in China, waar het afvalwater de rivieren vergiftigt. Grote sportkledingbedrijven kwamen daarop met een actieplan om gif uit hun gehele productieproces te bannen. Puma, Nike, Adidas en het Chinese sportmerk Li-Ning hebben inmiddels al de eerste stappen gezet zodat al hun leveranciers vanaf 2020 hun schoenen en kleding gifvrij produceren. H&M en C&A beloofden bovendien al in 2012 openbaar te maken wélke chemicaliën hun toeleveranciers lozen. Greenpeace zit er bovenop om ervoor te zorgen dat ze hun afspraken nakomen.
Een enorm groot en snel behaald succes: we kregen enkele van de grootste spelers in de sector in beweging en we legden zo een basis om de gehele kledingindustrie aan te zetten tot verduurzaming van het productieproces. Onze inspanningen werken zelfs door in de Chinese politiek, waar op hoog niveau vragen over het rapport zijn gesteld. Vervuiling is een dagelijkse realiteit voor veel mensen in landen als China, maar objectieve informatie is lastig te verkrijgen. Om de overheid te laten zien dat productie zonder giflozingen mogelijk is, richt onze campagne zich op grote, bekende bedrijven die gevoelig zijn voor deze oproep door consumenten.
Op 23 december 2011 werd oliehandelaar Trafigura in hoger beroep opnieuw schuldig bevonden aan illegale export van afval uit Nederland naar Afrika en het verzwijgen van het schadelijke karakter van dat afval toen het bedrijf dat eerder in de Amsterdamse haven probeerde kwijt te raken. Voor Greenpeace is het belangrijk dat het internationale milieumisdrijf van Trafigura door de Nederlandse rechter is bestraft. De straf die Trafigura kreeg, een boete van € 1 miljoen, is een waarschuwing voor alle bedrijven die Afrika als goedkoop afvoerputje voor afval beschouwen. Het hof bevestigde bovendien dat het om schadelijk en zeer giftig afval ging, anders dan de beweringen van enkele journalisten die Greenpeace bekritiseerden.
Criticasters trekken giftige aard afval Trafigura onterecht in twijfel
Sinds het oliebedrijf Trafigura in 2006 gevaarlijk afval dumpte in Ivoorkust, strijdt Greenpeace voor gerechtigheid. Gerechtigheid voor de bewoners van de stad Abidjan, waar het afval werd geloosd. Nog altijd weten zij niet aan welke stoffen zij precies zijn blootgesteld en wat de mogelijke gevolgen zijn voor het milieu en hun gezondheid. Maar dat het giftig was en daar nooit terecht had mogen komen, staat voor Greenpeace buiten kijf. Dit blijkt uit analyses van monsters van het afval en andere belastende bewijsstukken - zoals interne e-mails van Trafigura - waar wij samen met verschillende (internationale) media de hand op hebben kunnen leggen.
Toch gaf het NRC in 2011 ruim aandacht aan criticasters die het afval ongevaarlijk noemden. Op 23 december werd Trafigura ook in hoger beroep veroordeeld, mede op basis van onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Het hof constateerde ‘dat uit de bevindingen van het NFI blijkt dat de aangeboden stoffen in objectieve zin een schadelijk karakter moet worden toegekend, nu de slops brandbare, bijtende/corrosieve stoffen en schadelijke tot (zeer) giftige stoffen bevatten, naast stoffen waaruit onder bepaalde omstandigheden schadelijke tot zeer giftige stoffen vrij kunnen komen’ (Bron: uitspraak Gerechtshof Amsterdam, 23 december 2011).
Hoe hebben we dat bereikt?
Greenpeace onderzocht de relatie tussen de bedrijven in de kledingindustrie en het lozen van gif in China, en legde die relatie vervolgens bloot: we voerden actie, in binnen- en buitenland en zowel online als offline. Ook organiseerden we diverse publieksactiviteiten, onder andere op het festival Lowlands.
Sinds Trafigura in 2006 gevaarlijk afval liet dumpen in Ivoorkust, strijdt Greenpeace voor gerechtigheid. Na aangifte door Greenpeace tegen Trafigura spaarde het bedrijf kosten noch moeite om zijn welverdiende straf te ontlopen. Vorig jaar werd Trafigura eindelijk in hoger beroep veroordeeld. Helaas niet voor de dump en de gebeurtenissen in Ivoorkust, maar wel voor de illegale export van het afval. Het is nu aan de politiek om ervoor te zorgen dat multinationals verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor wat ze doen, waar ook ter wereld.
Campagne uitgelicht: Detox-campagne (schone kleren)
Greenpeace presenteerde in juli 2011 het rapport ‘Dirty Laundry’, dat verduidelijkt hoe de textielindustrie Chinese rivieren en meren vervuilt. Leveranciers van onder andere Nike en Adidas dumpen giftig afvalwater in rivieren waaruit mensen hun drinkwater en vis halen. Met desastreuze gevolgen voor hun gezondheid. Puma reageerde als eerste op de feiten en beloofde dat vóór 2020 zijn toeleveranciers stoppen met de dump van schadelijke chemicaliën. Een spectaculaire actie bij het Europese hoofdkantoor van Nike in Hilversum werd gevolgd door een wereldwijde striptease bij winkels van het sportmerk. Meer dan 600 vrijwilligers in 28 steden als Beijing, Bangkok, Madrid en Amsterdam wierpen hun kleding af om te laten zien dat onze sportkleding niet ten koste mag gaan van het milieu.
Creatievelingen namen intussen de bekende logo’s van Nike en Adidas onder handen in een logocompetitie, met fantastische persiflages als resultaat. Nike en Adidas gaven gehoor aan de oproep van duizenden online-actievoerders en committeerden zich aan een schone productielijn vóór 2020. Later in het jaar volgden kledinggiganten H&M, C&A en het sportkledingmerk Li-Ning. De deelname van Li-Ning is bijzonder belangrijk, omdat dit het eerste Chinese merk is dat een dergelijke belofte doet sinds de start van de campagne in Oost-Azië. De bedrijven lanceerden samen een joint roadmap: een plan voor het aanpakken van de uitstoot van gevaarlijke chemicaliën.
Na de eerste stap van de bovengenoemde merken wil Greenpeace andere grote kledingbedrijven meekrijgen, zodat het detoxen van de sector niet bij een hype blijft maar dat de hele industrie duurzaam verandert.
Toekomst
In 2011 kregen we de eerste kledingbedrijven zover toezeggingen te doen over het uitbannen van gif in hun productieproces. Maar we zijn er nog lang niet. Vele andere merken hebben zich nog niet gecommitteerd aan dit doel. En we gaan kijken of de merken die zich wél gecommitteerd hebben, daadwerkelijk en snel hun beloftes nakomen.
Greenpeace blijft Nederlandse bedrijven in de gaten houden, want milieumisdaden, ook als die ver buiten de grenzen plaatsvinden, mogen niet ongestraft blijven. Het gaat ons om het recht op leven en een gezond milieu, en om gerechtigheid door de verantwoordelijken te laten vervolgen. Nederlandse multinationals moeten zich waar dan ook ter wereld houden aan de Nederlandse wetgeving. Om dit te bewerkstelligen hebben we nog een weg te gaan. We gaan hiervoor nog meer en slimmer samenwerken met onze Greenpeace-collega’s en andere bondgenoten in vele landen.