Cookies helpen ons om jou beter over ons werk (en acties) te informeren. Wil je meer informatie?

De slachtoffers

IJsberen die zich op de Noordpool vastklampen aan smeltende ijsschotsen staan symbool voor de klimaatverandering. Maar er is meer aan de hand. De oliemaatschappijen willen er boren naar de laatste druppels olie in de aarde. Dat is niet alleen slecht nieuws voor het klimaat, maar ook voor de ongerepte natuur en voor alle vaste bewoners van het Noordpoolgebied.

 
 
 
 
 
 
DE IJSBEER

De ijsbeer (Ursus Maritiumus) is de grootste beer ter wereld. IJsberen leven op de bevroren vlakten van de Noordelijke IJszee. Zij zijn voor hun voortbestaan bijna helemaal afhankelijk van het zee-ijs.

IJsberen leven in negentien min of meer geïsoleerde groepen in het Noordpoolgebied. Ze komen voor in het Arctische deel van Canada, Groenland, het vaste land van Noorwegen, Rusland, Alaska, Spitsbergen, het eiland Jan Mayen en op het ijs rond de Noordpool.

Klimaatverandering veroorzaakt het dramatische smelten van het zee-ijs in het Noordpoolgebied. De habitat én het voortbestaan van de ijsberen komt daarmee in gevaar. Beren vinden in sommige gebieden moeilijk voldoende voedsel, waardoor ze steeds zwakker worden. Hun slechtere conditie heeft weer impact op hun overlevingskansen en op hun voortplanting.

In 2007 concludeerde een Amerikaans geologisch onderzoeksteam dat tweederde van het aantal ijsberen op aarde in 2050 verdwenen is als we zo doorgaan met de uitstoot van CO2. Alleen als we de CO2-uitstoot weten terug te dringen, waardoor het poolijs minder snel smelt, is er nog hoop voor de ijsbeer.

"Klimaatverandering veroorzaakt het dramatische smelten van het zee-ijs in het Noordpoolgebied. De habitat én het voortbestaan van de ijsberen komt daarmee in gevaar."

Feiten op een rij
Status Kwetsbaar
Geschatte aantal 20.000 - 25.000
Leeftijd 25-30 jaar
Gewicht 410-720 kg
Voeding Carnivoor
DE WALRUS

In het Noordpoolgebied komt de walrus (Odobenus Rosmarus) voor in de Beringzee en de Chukchizee bij Rusland en Alaska, in de Laptevzee en de westelijke Beaufortzee

Het leven van een walrus speelt zich grotendeels af rond het zee-ijs. Ze volgen de aangroeiende of juist afkalvende rand van het ijs. Walrussen trekken in de winter zuidwaarts, waar het ijs dient als plek voor rusten, eten en voorplanten. Gedurende de lente en zomer verblijven de mannetjes voornamelijk op land, terwijl de vrouwtjes op het ijs blijven om te rusten en hun jongen te voeden.

Het poolijs is de laatste decennia in de zomer zodanig afgenomen dat het voor walrussen steeds gevaarlijker wordt. Ze worden gedwongen op drijfijs te blijven in diep water, waar ze moeilijker aan voedsel kunnen komen, of ze moeten verblijven op land. Als het zee-ijs blijft afnemen in dikte en omvang of als het terugtrekken van het poolijs in de zomer snel gaat, kunnen vrouwtjes het moeilijk krijgen zichzelf en hun jongen te voeden. Het smeltende ijs in het Noordpoolgebied heeft dus nu al effect op de walrus.

"Ze worden gedwongen op drijfijs te blijven in diep water, waar ze moeilijker aan voedsel kunnen komen, of ze moeten verblijven op land."

Feiten op een rij
Status Onbekend
Geschatte aantal Onbekend
Levensduur Tot 40 jaar
Gewicht Tot 1400 kilo
Voeding Carnivoor
DE POOLVOS

De Poolvos (Alopex Lagopus) woont op de toendra’s van het Noordpoolgebied. Hij komt voor in Alaska, Canada, Groenland, IJsland, Spitsbergen, Rusland en Scandinavië. De vossen leven zowel op de binnenlandse toendra’s als op die in de kustgebieden.

Poolvossen op de binnenlandse toendra’s leven voornamelijk op lemmingen en veldmuizen. Als er weinig lemmingen zijn, planten deze vossen zich soms jaren niet voort. De Poolvossen in de kustgebieden voeden zich met zeevogels en hun eieren en kuikens.

Wetenschappers bevestigen dat een krimpende habitat een risico vormt voor het voortbestaan van poolvossen. De temperatuurstijging verandert de lage toendra’s langzaamaan in bosgebieden. Dat is slecht nieuws, aangezien poolvossen niet goed gedijen in een bosrijke omgeving. De lemming neemt ook nog in aantal af, waardoor de vossen moeilijk voldoende kunnen eten. Daarnaast trekt de rode vos steeds meer noordwaarts. Gevaarlijk, want de rode vos doodt zijn Arctische variant namelijk meteen.

Poolvossen in de meer noordelijke gebieden hebben te maken met het gevaar van het terugtrekkende zee-ijs. Het ontbreken van zee-ijs maakt het de Poolvos moeilijker om lange afstanden af te leggen voor voedsel en voor voortplanting.

"Wetenschappers bevestigen dat een krimpende habitat een risico vormt voor het voortbestaan van poolvossen."

Feiten op een rij
Status Niet bedreigd
Geschatte aantal Enkele honderdduizenden
Levensduur 3-6 jaar
Gewicht 3-8 kg
Voedsel Omnivoor
DE NOORDELIJKE ZEEHOND

In het Noordpoolgebied leven verschillende soorten zeehonden: bandrobben, baardrobben, ringelrobben, larghazeehonden, zadelrobben en klapmutsen

Deze noordelijke zeehonden vertrouwen op het ijs om te rusten en voor het grootbrengen van hun jongen. Daarvoor moet het ijs wel dik genoeg zijn. Er heerst grote bezorgdheid over de impact die het krimpende zee-ijs heeft op deze dieren.

Zo brengt het ontbreken van zee-ijs de voortplanting van baardrobben en ringelrobben in gevaar, omdat ze hun pups op het ijs ter wereld brengen en ze daar ook grootbrengen. Doordat het zee-ijs eerder in het jaar smelt dan voorheen, kunnen jongen vroegtijdig van hun moeder afgezonderd raken. Hun kans op overleven wordt daarmee behoorlijk verkleind. Ringelrobben maken een schuilplaats van sneeuw, maar door de warmere temperaturen in de lente stort het dak van hun schuilplaats vaak te vroeg in. De ringelrobben zijn dan een gemakkelijke prooi voor roofdieren.

Zeehonden vertrouwen op het ijs om te rusten en voor het grootbrengen van hun jongen. Daarvoor moet het ijs wel dik genoeg zijn."

Feiten op een rij
Status Zadelrobben Niet bedreigd
Status Bandrobben Onbekend
Status Baardrobben Niet bedreigd
Status Ringelrobben Niet bedreigd
Status Larghazeehond Onbekend
Status Klapmutsen Kwetsbaar
Geschatte aantallen onbekend*
Gemiddelde leeftijd Max. 43 jaar*
Gewicht 36 – 350 kilo*
Voedsel Voornamelijk vis
* verschilt per soort
DE GROENLANDSE WALVIS

Groenlandse walvissen (Balaena Mysticetus) leven in de Noordelijke IJszee en aangrenzende zeeën. Hun leefgebied omvat bijna de hele Noordpoolcirkel.

Historisch gezien slonk het aantal Groenlandse walvissen dramatisch door de commerciële walvisjacht. Tegen de tijd dat het jagen op walvissen verboden werd, waren er nog maar weinig over. Het aantal Groenlandse walvissen is de afgelopen jaren weer toegenomen. Vandaag de dag vormt het smeltende zee-ijs door klimaatverandering het grootste gevaar. Ook de gas- en oliewinning wordt sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw als grote bedreiging voor de walvis gezien.

Groenlandse walvissen zijn goed aangepast aan met ijs bedekt water, hoewel ze ook van open water gebruikmaken. In de winter kan de walvis veilig haar jongen krijgen en grootbrengen in water bedekt door zee-ijs, waar ze beschermd zijn tegen orka’s. Smeltend zee-ijs zal het gevaar van orka’s vergroten.

Gevreesd wordt dat temperatuurstijging en toenemende straling van de zon een negatief effect hebben op Groenlandse walvissen. De dikke laag blubber van deze walvissoort maakt dat ze slecht tegen hitte kunnen. Met een ijsvrije zee is dat overduidelijk een probleem.

"In de winter kan de walvis veilig haar jongen krijgen en grootbrengen in water bedekt door zee-ijs, waar ze beschermd zijn tegen orka’s."

Feiten op een rij
Status Niet bedreigd
Geschatte aantal 14.400
Leeftijd Ongeveer 100 jaar
Gewicht 75.000-100.000 kg
Voedsel Carnivoor
DE NARWAL

De narwal, ofwel de zee-eenhoorn (Monodon Monoceros), is een Arctische tandwalvis, die het hele jaar door in het Noordpoolgebied leeft.

Dit iconische dier is nauw verwant aan de witte dolfijn of beloega. Er leven zo’n 80.000 narwallen in de Baffinbaai, tussen de Noordelijke IJszee en de Atlantische Oceaan. Ongeveer 7.000 van deze dieren zwemmen in de Groenlandzee. Narwallen zijn langzame zwemmers en hun vermogen om diep te duiken voor voedsel maakt hen zeer geschikt voor de diepzee. Ze zijn zeer goed aangepast aan dik zee-ijs en kunnen er lang overleven. Winter betekent voedertijd voor de narwallen en de Groenlandse heilbot is dan favoriet. In de zomer zwemmen ze in ondieper water en dan eten ze minder.

Narwallen zijn zeer gevoelig voor klimaatverandering, omdat ze alleen in het Noordpoolgebied kunnen leven. Bovendien zijn er maar weinig narwallen in aantal, planten ze zich langzaam voort en zijn ze kwetsbaar door hun afhankelijkheid van zee-ijs.
Met de opwarming van het zeewater zullen veel diersoorten naar het noorden trekken en dat heeft zeker gevolgen voor de voedselvoorziening van de narwallen. Het dunner wordende zee-ijs beschermt hen dan ook niet meer tegen roofdieren.

"Met de opwarming van het zeewater zullen veel diersoorten naar het noorden trekken en dat heeft zeker gevolgen voor de voedselvoorziening van de narwallen."

Feiten op een rij
Status Gevoelig
Geschatte aantallen 20.000 - 25.000
Leeftijd 25-30 years
Gewicht 1550 – 1900 kg
Voedsel Carnivoor