Kerncentrales

Bladzijde - 2 december, 2008
Kerncentrales zijn er in allerlei soorten en maten. De meeste zijn zeer verouderd: ze zijn gemiddeld 23 jaar oud en gebruiken technologie uit de jaren ’70. Tegenwoordig strijden landen om het hardst bij het ontwerpen van nieuwe reactoren. Maar de resultaten zijn niet bemoedigend.

De kerncentrale in Sellafield, Engeland.

De meeste bestaande reactoren, zoals Borssele in Nederland, zijn sterk verouderd. Ze zijn niet erg efficiënt met grondstoffen, ze produceren veel afval en brengen veel veiligheidsrisico's met zich mee. In deze centrales gebeuren dan ook regelmatig ongelukken, en niet alleen in Oost-Europa!

Nooit écht veilig

De nucleaire industrie probeert de wereld nu wijs te maken dat we aan het begin staan van een geheel nieuw, veilig en schoon nucleair tijdperk. Nieuwe kerncentrales zouden alle problemen doen verdampen. In de praktijk kan dat natuurlijk helemaal niet: geen enkele centrale is helemaal veilig. En de nieuwe die nu in aanbouw zijn, al helemaal niet. Nieuwbouwprojecten stuiten bovendien op allerlei problemen bij de bouw, en voor het kernafval is nog steeds geen oplossing. Zo rooskleurig is de toekomst van de kernindustrie dus niet.

Kernfusie: nog lang niet geschikt

Eén van de andere 'schone' technologieën waar sommigen hun hoop op vestigen, is kernfusie. Daarbij worden atoomkernen niet gespleten, zoals bij een traditionele kernreactor, maar juist samengevoegd. Daar komt ook energie bij vrij. Maar kernfusie is een experimentele technologie, die nog lang niet geschikt is om er echt veel energie mee op te wekken. Ook is kernfusie niet veilig. Bij een ongeluk kan radioactief tritium in de omgeving terechtkomen. En ook bij kernfusie ontstaat radioactief afval.

Meer informatie over kerncentrales