Bladzijde - 2 december, 2008
Eén van de grootste problemen rond kernenergie is het radioactieve kernafval. Dat blijft 240.000 jaar gevaarlijk en er is nog altijd geen oplossing voor.
Radioactief afval. We komen er nooit écht vanaf.
Tijdens de kernenergieketen ontstaat radioactief afval,
waaronder plutonium. Dat is een hoog-radioactieve stof die in de
natuur niet voorkomt. Pas na 240.000 jaar is plutonium zijn
radioactiviteit kwijt. Al die tijd blijft de stof gevaarlijk en
moet het kernafval goed bewaard en bewaakt blijven.
Onder de grond
Sommigen menen dat 'eindberging' in ondergrondse aardlagen een
oplossing voor het kernafval kan zijn. Maar de zoektocht naar een
'veilige' plek onder de grond heeft nog nooit bevredigende
resultaten opgeleverd. Proeven met zoutmijnen in Duitsland zijn
stilgelegd, omdat er radioactief materiaal naar buiten dreigde te
lekken.
Ook in de Verenigde Staten kampt een groot eindbergingsproject
met allerlei problemen. En al vinden we een geschikte plek, wie
zegt dan dat die aardlagen tienduizenden jaren stabiel blijven?
Lekkage is onvermijdelijk. Toekomstige generaties zullen daarvoor
de prijs betalen.
En dan?
De kerncentrale Borssele alleen al produceert jaarlijks 10 ton
kernafval. Na
opwerking van het afval in Frankrijk wordt een deel daarvan
voor honderd jaar opgeslagen in een speciaal daarvoor bestemd
gebouw bij de kerncentrale. Maar niemand heeft een oplossing voor
wat er na die honderd jaar mee moet gebeuren. Echt helemaal kwijt
raken we het nooit - in nog geen 240.000 jaar.