Giftige chemische stoffen leggen lange afstanden af door lucht en water. Ze verdwijnen niet, maar verspreiden zich over de hele wereld. Deze giftige stoffen worden ver van de plaats waar ze zijn geproduceerd of gedumpt, teruggevonden in de lichamen van dieren en mensen.
Van walvissen en ijsberen...
Al in 1997 vonden onderzoekers giftige stoffen in aangespoelde potvissen op het Nederlandse strand. Alarmerend, want potvissen vinden hun voedsel in de Atlantische Oceaan, op een diepte van vier- tot twaalfhonderd meter. In 2005 werden in Noorse orka's hoge concentraties van meerdere giftige stoffen gevonden.
Zelfs op de Noordpool worden ijsberen, walvissen, zeehonden en mensen blootgesteld aan pcb's, dioxinen, broomhoudende vlamvertragers, pesticiden en andere giftige stoffen. De schadelijke effecten worden steeds duidelijker. Begin 1998 troffen Noorse onderzoekers jonge ijsberen aan met mannelijke én vrouwelijke geslachtskenmerken.
... tot Nederlandse paling
Dat giftige stoffen lang in het milieu aanwezig blijven, bleek ook in 2000 toen de Nederlandse overheid adviseerde om geen paling te eten uit de grote rivieren. Het gehalte aan dioxinen en pcb's in de paling was te hoog. Pcb's zijn in Europa al jaren verboden, maar daarmee zijn we ze dus nog lang niet kwijt. Bovendien hebben ook 'nieuwe' chemische stoffen schadelijke effecten op dieren.
Zo lijken alkylfenolen geslachtsveranderingen te veroorzaken in oesters en zebravisjes, en ontwikkelden vrouwelijke zeeslakken (wulken) in de Noordzee een penis, waarschijnlijk als gevolg van organotin-verbindingen die lekten uit scheepsverf. In 2006 werden bovendien broomhoudende vlamvertragers teruggevonden in zwaardvissen in de Middellandse zee en perfluorverbindingen in paling in heel Europa.
Voedselketen
Giftige stoffen worden opgeslagen in het vetweefsel van dieren en mensen. Ze worden doorgegeven als het ene levende wezen, het andere opeet. Grote roofdieren en mensen staan bovenaan de voedselketen en krijgen dus de hoogste concentraties giftige stoffen binnen.
Broomhoudende vlamvertragers zijn bijvoorbeeld aangetroffen in aangespoelde potvissen en dwergvinvissen, haringen en zeehonden uit de Baltische Zee, rivierzalm, paling, konijnen, elanden en rendieren. Hoe hoger het dier in de voedselketen staat, hoe hoger de aangetroffen concentraties.
Bewoners van de Noordpool
Wrange conclusie is dat de speklaag, die mensen en dieren juist moet beschermen tegen de extreem lage temperaturen, hen extra gevoelig maakt voor schadelijke stoffen die makkelijk oplossen in vet. Ze hopen zich op in het vetweefsel: walvissen, ijsberen en andere dieren met een flinke speklaag, die lang leven en hoog in de voedselketen staan, verzamelen de hoogste concentraties in hun lichamen.
Mensen die afhankelijk zijn van een vetrijk dieet, blijken evenals dieren extreem veel schadelijke stoffen in hun lichaam op te stapelen. Pijnlijk duidelijk werd dat bij de Inuit in Canada en Groenland, ver verwijderd van de geïndustrialiseerde wereld. Zij eten vooral dieren die in hun speklaag al hoge doses schadelijke stoffen hebben opgeslagen, zoals walvissen, zeehonden en ijsberen. Onderzoek wijst uit dat giftige stoffen in hoge concentraties worden aangetroffen in moedermelk van Inuit-vrouwen.