Vorige pagina's:
Meer dan zeventig broomhoudende stoffen of stofgroepen worden gebruikt als vlamvertragers. Drie daarvan zijn op dit moment de populairste: PBDE’s, HBCD en broomhoudende bisphenolen (met name TBBP-A) (1). Broomhoudende vlamvertragers zitten in talloze industriële toepassingen en in elektronische apparaten, voertuigen, verlichting en bedrading. Daarnaast worden ze verwerkt in textiel, bijvoorbeeld in vloerbedekking, meubels en verpakkings- en isolatiemateriaal zoals polystyreen (1).
In 2001 werd wereldwijd 204.740 ton broomhoudende vlamvertragers gebruikt in industriële toepassingen. Daarvan nam Azië 58 procent voor haar rekening, de VS 29 procent en Europa 12 procent. Van al die broomhoudende vlamvertragers was 58 procent TBBP-A, 33 procent PBDE’s en 8 procent HBCD (2). Broomhoudende vlamvertragers worden geproduceerd door verschillende bedrijven, zoals Great Lakes Chemical, Albemarle, Atochem en de Dead Sea Bromine Group. De Britse producent Great Lakes Chemical kondigde in 2004 aan te stoppen met de productie van penta- en octa-BDE’s (3).
Verspreiding in het milieu
De meeste broomhoudende vlamvertragers zijn persistente en bioaccumulatieve chemicaliën, die overal in het milieu aanwezig zijn. Ze zijn zelfs in afgelegen gebieden teruggevonden, bijvoorbeeld in potvissen die hun voedsel diep in de oceaan vinden (4). Over PBDE’s en PBB’s is het meest bekend, al is het gebruik van PBB’s inmiddels grotendeels gestopt (5). Van andere broomhoudende vlamvertragers die veelgebruikt worden weten we minder. Maar uit recent onderzoek lijkt verontreiniging met HBCD mogelijk ook een wijdverbreid fenomeen te zijn (6).
In 30 procent van Nederlandse regenwatermonsters zijn broomhoudende vlamvertragers aangetroffen. Dichtbij Terneuzen werd de hoogste concentratie HBCD gemeten. Hier wordt deze stof geproduceerd door Broomchemie, een dochterbedrijf van de Dead Sea Bromine Group (7).
Mensen worden misschien vooral blootgesteld aan deze stoffen via voedsel, maar toch zijn ook andere bronnen mogelijk van belang. Bijvoorbeeld via direct contact met producten waarin vlamvertragers zijn verwerkt. PBDE’s, HBCD en TBBP-A zijn aangetoond in de lucht binnenshuis en in stof op de werkplek (8, 9). Er bleek enig verband tussen de concentraties in bloed en contact met (onder meer) computers in de kantooromgeving (10). Broomhoudende vlamvertragers werden ook aangetroffen in huisstof in Groot-Brittannië en in acht Europese parlementsgebouwen (11, 12).
PBDE’s zijn vaak aangetoond als veelvoorkomende, verontreinigende stoffen in mensen (13, 14, 15, 16). De concentraties van deze stof in menselijk bloed en in moedermelk zijn toegenomen, vergeleken met die van enkele decennia geleden (17, 18).
Als producten met deze stoffen worden verbrand, kunnen extreem giftige broomhoudende dioxines en furanen vrijkomen, ongeacht de chemische vorm van de gebruikte broomhoudende vlamvertragers (19).
Effecten
Hoewel langzaam duidelijk wordt hoe het gif werkt, is de giftigheid bij lage doses op langere termijn over het algemeen slecht beschreven (12). In een recente evaluatie van beschikbare gegevens over HBCD, PBDE en TBBP-A concludeerden wetenschappers dat dit reden geeft tot bezorgdheid. Maar de database voor toxicologie is ontoereikend om de risico’s daadwerkelijk in te schatten (20). De studie constateerde dat om de risico’s van blootstelling aan broomhoudende vlamvertragers beter te kunnen begrijpen, onderzoeken zich moeten richten op verwante stoffen en zo mogelijk op hun afbraakproducten, die in mensen en in het wild levende dieren aanwezig zijn.
Hoewel hun acute giftigheid laag lijkt, is aangetoond dat chronische blootstelling aan broomhoudende vlamvertragers (vooral in de baarmoeder) de ontwikkeling van de hersenen en het skelet bij ratten belemmert (21). Dat kan leiden tot permanente neurologische effecten (22). Veel voorkomende metabolieten van PBDE’s en TBBP-A kunnen de binding van schildklierhormonen belemmeren (23, 24). Dat vergroot de kans op nadelige gevolgen voor de groei en ontwikkeling.
Bewezen is dat een aantal PBDE’s en TBBP-A in staat zijn een verbinding aan te gaan met oestrogene receptoren en in vitro een aantal oestrogene reacties opwekken in menselijke cellijnen (25). Eén onderzoek naar TBBP-A stelde een oestrogene reactie in vivo vast (26).
TBBP-A blijkt ook in in vitro analyses schildklierhormonen te beïnvloeden (27). Voor PBDE’s en HBCD zijn genotoxische gevolgen geconstateerd in zoogdiercellijnen (28).
In 1998 besloot de OSPAR-commissie de lozingen en uitstoot van alle gevaarlijke stoffen in het mariene milieu in 2020 te beëindigen. Broomhoudende vlamvertragers werden op de prioriteitenlijst gezet. Actie op deze stoffen vereiste prioriteit om de doelstelling te kunnen halen (29). OSPAR heeft sindsdien opnieuw de mogelijkheid bekeken om actie te ondernemen op PBDE’s en HBCD, maar wacht het resultaat af van onderzoek in de Europese Unie (EU) voordat het specifieke maatregelen ontwikkelt (30).
In haar achtergronddocument over TBBP-A uit 2004, concludeerde OSPAR dat vervanging door alternatieve stoffen met minder risico’s voor het milieu gestimuleerd moeten worden. Ook moeten dit soort alternatieven worden ontwikkeld (31).
In 2003 besloot de EU PBB’s en alle PBDE’s vanaf 1 juli 2006 uit te faseren, uit elektrische en elektronische apparaten, via de EU-richtlijn RoHS (beperking van schadelijke stoffen) (32). Maar een uitzondering voor deca-BDE is nog in behandeling. Bovendien verbiedt de richtlijn het gebruik van andere broomhoudende vlamvertragers niet, zoals TBBP-A.
Sinds augustus 2004 heeft de EU producten van de Europese markt verbannen, die octa- en penta-BDE bevatten (33). Essentiële gegevens over deca-BDE ontbreken nog, waardoor een beoordeling van deze stof niet rond komt. EU-lidstaten hebben tot nu toe ingestemd met vrijwillige reducties van fabrieksemissies, terwijl het testen doorgaat (34). De EU heeft importeurs en fabrikanten kortgeleden verplicht testen uit te voeren en informatie te verschaffen over TBBP-A (35).
Alternatieven
Studies van de Deense en Zweedse overheid hebben aangetoond dat voor toepassingen van broomhoudende vlamvertragers, goede en minder schadelijke alternatieven voorhanden zijn (36). Een aantal elektronicabedrijven heeft al toegezegd alle broomhoudende vlamvertragers uit te faseren. Ze hebben een serie producten op de markt gebracht waar deze chemicaliën niet in zitten (37).
Noten
1) Lassen C, Lokke S, Hansen,LI (1999). Brominated Flame Retardants: substance flow analysis and substitution feasibility study. Danish Environmental Protection Agency, Environmental Project No. 494, Copenhagen, ISBN 87-7909-415-5:240 pp.
2) BSEF (2001). Major Brominated Flame Retardants Volume Estimates: Total Market Demand by Region. Brussels: Bromine Science and Environmental Forum.
3) ENDS REPORT 348, January 2004.
4) De Boer J et al. (1998). Do flame retardants threaten ocean life? Nature 394 pp.28-29.
5) Dorey C (2003). Chemical Legacy. Contamination of the Child. Greenpeace UK. ISBN 1-903907-06-03.
6) Readman J, Worsfold P, eds (2002). Proceedings of ISEAC 32. International Symposium on the Environment and Analytical Chemistry, Plymouth, 17-20 June 2002:15.
7) Peters RBJ (2003). Hazardous Chemicals in Precipitation. TNO-report R 2003/198.[http://www.greenpeace.org/raw/content/international/press/reports/hazardous-chemicals-in-precipi.pdf]
8) Sjödin A, Carlsson H, Thuresson K, Sjolin S, Bergman Å, Ostman C (2001). Flame retardants in indoor air at an electronics recycling plant and at other work environments. Environ Sci Technol; 35(3):448-454.
9) Jakobsson K, Thuresson K, Rylander L, Sjödin A, Hagmar L, Bergman Å (2002). Exposure to polybrominated diphenyl ethers and tetrabromobisphenol A among computer technicians. Chemosphere; 46(5):709-716.
10) Hagmar L, Jakobsson K, Thuresson K, Rylander L, Sjödin A, Bergman Å (2000). Computer technicians are occupationally exposed to polybrominated diphenyl ethers and tetrabromobisphenol A. Organohalogen Compounds; 47:202-205.
11) Santillo D, Johnston P, Brigden K (2001). The presence of brominated flame retardants and organotin compounds in dusts collected from Parliament buildings from eight countries. Greenpeace Research Laboratories, technical note 03/2001.
12) Santillo D, Labunska I, Davidson H, Johnston P, Strutt M, O Knowles (2003). Consuming Chemicals – Hazardous chemicals in house dust as an indicator of chemical exposure in the home. Greenpeace Research Laboratories Technical Note 01/2003. [http://www.greenpeace.to/publications_pdf/housedust_uk_2003.pdf]
13) Lindstrom G, van Bavel B, Hardell L, Liljegren G (1997). Identification of the flame retardants polybrominated diphenyl ethers in adipose tissue from patients with non-Hodgkin’s lymphoma in Sweden. Oncology Reports;4(5):999-1000.
14) Meneses M, Wingfors H, Schuhmacher M, Domingo JL, Lindstrom G, Von Bavel B (1999). Polybrominated diphenyl ethers detected in human adipose tissue from Spain. Chemosphere;39(13):2271-2278.
15) Strandman T, Koistinen J, Kiviranta H, Vuorinen PJ, Tuomisto J, Vartiainen T (1999). Levels of some polybrominated diphenyl ethers (PBDEs) in fish and human adipose tissue in Finland. Organohalogen Compounds;40:355-358.
16) She J, Winkler J, Visita P, McKinney M, Petreas M (2000). Analysis of PBDEs in seal blubber and human breast adipose tissue samples. Organohalogen Compounds;47:53-56.
17) Meironyte D, Noren K, Bergman A (1999). Analysis of polybrominated diphenyl ethers in Swedish human milk. A time-related trend study, 1972-1997. Journal Toxicol Environ Health A;58(6):329-341.
18) Thomsen C, Lundanes E, Becher G (2002). Brominated flame retardants in archived serum samples from Norway: A study on temporal trends and the role of age. Environ Sci Technol;36(7):1414-1418.
19) IPCS (1998). Polybrominated dibenzo-pdioxins and dibenzofurans. Environmental Health Criteria, No. 205, International Programme on Chemical Safety, UNEP/ILO/WHO, ISBN 92 4 157205 1:303 pp.
20) Birnbaum LS, Staskal DF (2004). Brominated Flame Retardants: Cause for Concern? Environ Health Perspect;112,9-17.
21) Eriksson P, Viberg H, Jakobsson E, Örn U, Fredriksson A (1999). PBDE, 2,2’,4,4’,5-pentabromodiphenyl ether, causes permanent neurotoxic effects during a defined period of neonatal brain development. Organohalogen Compounds;40:333-336.
22) Eriksson P, Viberg H, Ankarberg E, Jakobsson E, Örn U, Fredriksson A (2001). Polybrominated diphenylethers (PBDEs): a novel class of environmental neurotoxicants in our environment. In: Asplund, L.; Bergman, Å.; de Wit, C., et al. eds. Proceedings of the Second International Workshop on Brominated Flame Retardants, BFR 2001, Stockholm, May 14-16 2001:71-73.
23) Meerts IATM, Marsh G, van Leeuwen-Bol I, Luijks EAC, Jakobsson E, Bergman Å, Brouwer A (1998). Interaction of polybrominated diphenyl ether metabolites (PBDE-OH) with human transthyretin in vitro. Organohalogen Compounds;37:309-312 26(9):1703-1718.
24) Meerts IATM, Letcher RJ, Hoving S, Marsh G, Bergman A, Lemmen JG, van der Burg B, Brouwer A (2001). In vitro estrogenicity of polybrominated diphenyl ethers, hydroxylated PDBEs, and polybrominated Bisphenol-A compounds. Environ Health Perspect;109(4):399-407.
25) Legler J, Brouwer A (2003). Are brominated flame retardants endocrine disruptors? Environment International;29(6):879-885.
26) Kitamura S, Suzuki T, Sanoh S, Kohta R, Jinno N, Sugihara K, Yoshihara S, Fujimoto N, Watanabe H, Ohta S (2005b). Comparative study of the endocrine-distrupting activity of bisphenol‑A and 19 related compounds. Toxicol Sci;84:249-259.
27) Kitamura S, Kato T, Iida M, Jinno N, Suzuki T, Ohta S, Fujimoto N, Hanada H, Kashiwagi K, Kashiwagi A (2005a). Anti-thyroid hormonal activity of tetrabromobisphenol A, a flame retardant, and related compounds: Affinity to the mammalian thyroid hormone receptor, and effect on tadpole metamorphosis. Life Sci;76:1589-1601
28) Helleday T, Tuominen KL, Bergman A, Jenssen D (1999). Brominated flame retardants induce intragenic recombination in mammalian cells. Mutat Res;439(2):137-147.
29) OSPAR, Oslo and Paris Convention for the Protection of the Marine Environment of the North-East Atlantic (1998). OSPAR Strategy with Regard to Hazardous Substances. OSPAR 98/14/1 Annex 34 (www.ospar.org).
30) OSPAR (2001). Certain Brominated Flame Retardants – Polybrominated Diphenylethers, Polybrominated Biphenyls, Hexabromocyclododecane. OSPAR Priority Substances Series.
31) OSPAR Background Document on Tetrabromobisphenol-A, Hazardous Substances Series, ISBN 1-904426-39-5. [http://www.ospar.org/documents/dbase/publications/p00202_BD%20on%20TBBPA.pdf]
32) Directive 2002/95/EC of the European Parliament and of the Council of 27 January 2003 on the Restriction of the use of certain Hazardous Substances in electrical and electronic equipment. Official Journal L 037 , 13/02/2003 P. 0019 – 0023.
33) Official Journal of The European Union, L 42/45 Feb. 15, 2003.
34) EC (2002a). European Union Risk Assessment Report, bis(pentabromophenyl) ether, 1st Priority List, Volume 17, EUR 20402 EN: 294 pp.
35) Commission Regulation (EC) No 642/2005 of 27 April 2005. Official Journal of the European Union.
36) Bergendahl CG et al (1999). Alternatives to halogenated flame retardants in electronic and electrical products. Results from a conceptual study. IVF Research Publication 99824.
37) See http://www.greenpeace.org.uk/Products/Toxics/chemicalhouse.cfm