Vorige pagina's:
DEHP is de meest gebruikte weekmaker in plastics. Ook de ftalaten DINP en DIDP worden op grote schaal toegepast. DBP en DEP zijn in gebruik als weekmakers, maar ook als oplos- of fixatiemiddelen in cosmetica (2). DEP wordt toegepast in een groot aantal persoonlijke verzorgingsproducten als oplos-middel en als geleidingsstof voor geuren en andere cosmetische ingrediënten. Een andere toepassing van DEP is het ongeschikt maken voor consumptie van de alcohol die gebruikt wordt in cosmetica (1).
De jaarlijkse productie van ftalaten ligt in West-Europa ruwweg op een miljoen ton. Naar schatting 900.000 ton daarvan wordt gebruikt om PVC (polyvinylchloride) zacht en buigzaam te maken. Ongeveer 30 procent van de jaarlijkse productie bestaat uit DEHP (3).
Verspreiding in het milieu
Ftalaten behoren tot de meest voorkomende chemische stoffen in het milieu, omdat ze in grote hoeveelheden worden geproduceerd en toegepast (2). Ze breken niet gemakkelijk af en kunnen zich ophopen in het milieu en in organismen. In 2003 trof TNO de ftalaten DEHP en DINP in relatief hoge concentraties aan in regenwater, binnen een onderzoek in opdracht van Greenpeace (4).
Aangezien DEP een bestanddeel is van parfums en andere persoonlijke verzorgingsproducten lijkt inademing een belangrijke ‘route’ waarlangs mensen deze stof binnenkrijgen (5). Ook opname via de huid is waarschijnlijk een belangrijke factor. Wetenschappers troffen hoge concentraties afbraakproducten van ftalaten aan in de urine van vrouwen. Mogelijke oorzaken zijn het gebruik van nagellak en parfum (6).
Kleine kinderen staan mogelijk sterker bloot aan ftalaten dan volwassen, omdat ze meer in aanraking komen met speelgoed, meubels en vloerbedekking. In een urineonderzoek in de Verenigde Staten werden de hoogste concentraties metabolieten (afbraakproducten) van een aantal ftalaten aangetroffen in de urine van kinderen van 6 tot 11 jaar (7). Ziekenhuispatiënten kunnen ftalaten binnenkrijgen door het gebruik van PVC in medische apparatuur. Van het ftalaat DEHP in bloed- en infuuszakken van PVC is aangetoond, dat het uit de zakken ’lekt’ en in het bloed terechtkomt (8).
Effecten
Langdurige blootstelling van ratten aan het ftalaat DINP leidde tot gewichtstoename van de lever en nieren (9). Sommige ftalaten kunnen mogelijk kanker veroorzaken. Blootstelling aan DEHP is bijvoorbeeld in verband gebracht met leverkanker bij knaagdieren (10).
De grootste risico van ftalaten als DEHP, DBP en BzBP is dat ze een anti-androgeen effect hebben. Blootstelling tijdens de zwangerschap kan de ontwikkeling van de testes en de spermaproductie beïnvloeden (11, 12, 13). Uit een onderzoek kwam naar voren dat meisjes met vroegtijdige borstontwikkeling (6 maanden tot 8 jaar) vaak veel hogere concentraties ftalaten in hun bloedserum hadden, dan leeftijdgenoten uit de controlegroep (14).
DEP wordt in het algemeen als niet erg giftig beschouwd, maar nieuw bewijs leidt tot aanzienlijke bezorgdheid over de veiligheid van deze stof. DEP wordt in het menselijk lichaam snel omgezet in zijn monoester (MEP). Deze monoester is in menselijke urine gevonden in concentraties die dertig keer hoger liggen dan andere metabolieten van ftalaat esters (15). Bij vrouwen vonden de onderzoekers de hoogste concentraties. Mogelijk heeft dat te maken met verschillen in de frequentie waarmee ze persoonlijke verzorgingsproducten gebruiken (16).
Veranderingen in het DNA van menselijke spermacellen kwamen vaker voor bij personen die ook hogere MEP-waarden in hun urine hadden (15). Er is meer onderzoek nodig om vast te stellen of hier sprake is van een causaal verband. Ander onderzoek heeft een mogelijk verband gelegd tussen de blootstelling aan twee ftalaat metabolieten, MEP en MBP (monobutylftalaat), die zijn gemeten in urinemonsters en beperkte longfuncties bij volwassen mannen (17). Een recent onderzoek vond een verband tussen de ontwikkeling van mannelijke geslachts-organen en een aantal ftalaat metabolieten, waaronder MEP en MBP. Deze bevindingen ondersteunen de hypothese dat blootstelling aan ftalaten voor de geboorte, in concentraties zoals die voorkomen in het milieu, de ontwikkeling van mannelijke voortplantingsorganen bij mensen ongunstig kan beïnvloeden (18).
Bestaande maatregelen
In 1998 besloot de OSPAR-commissie de lozingen en uitstoot van alle gevaarlijke stoffen in het mariene milieu in 2020 te beëindigen. DBP en DEHP werden op de prioriteitenlijst gezet. Actie op deze stoffen vereiste prioriteit om de doelstelling te kunnen halen (19).
Het gebruik van ftalaten in kinderspeelgoed van zacht PVC is onderwerp van grote bezorgdheid geweest. Kinderen kunnen deze weekmakers binnenkrijgen door op het speelgoed te sabbelen of te bijten. Eind 1999 besloot de EU unaniem tot een verbod van drie maanden voor bepaalde ftalaten in speelgoed, dat kinderen in hun mond kunnen stoppen en in kinder-verzorgingsartikelen voor kinderen tot drie jaar. Dit verbod werd steeds weer verlengd en was dus in feite jarenlang van kracht.
In juli 2005 besloot het Europees Parlement tot een permanent verbod op het gebruik van DEHP, DBP en BBP in al het speelgoed en in alle kinderverzorgingsartikelen. De Europarlementariërs werden het ook eens over een verbod op DINP, DIDP en DNOP in speelgoed en kinderverzorgingsartikelen die kinderen in hun mond kunnen stoppen, of ze daar nu voor bedoeld zijn, of niet (20).
In december 2006 heeft Europees Parlement de nieuwe chemicaliënwetgeving REACH aangenomen. Mogelijk zullen de ftalaten door deze wetgeving ook verboden worden in alle andere producten waar ze nog in gebruikt worden.
Alternatieven
Ftalaten worden voornamelijk gebruikt in PVC. De beste oplossing is dan ook PVC-producten te vervangen door andere materialen: linoleum, plavuizen, hout of tapijt op de vloer in plaats van vinyl. De meeste alternatieven zijn overal verkrijgbaar. Elektriciteitskabels van polypropyleen (PP) voldoen net zo goed als die van PVC. Een alternatief voor zacht speelgoed van PVC is speelgoed van minder schadelijke plastics of stoffen. PVC-vrije en DEHP-vrije alternatieven bestaan al voor vrijwel elke toepassing van PVC in de gezondheidszorg. DEP kan vervangen worden als stof om alcohol ondrinkbaar te maken, maar deze toepassing kan ook gewoon afgeschaft worden...
BBzP: butylbenzylftalaat - DEHP: di-(2-ethylhexyl)-ftalaat - DEP: diethylftalaat - DIPB: di-iso-butylftalaat - DIDP: di-iso-decylftalaat - DINP: di-iso-nonylftalaat - DMP: dimethylftalaat - DOP: di-n-octylftalaat - DBP: di-n-butylftalaat - DCHP: dicyclohexylftalaat
1) SCCNFP The Scientific Committee on Cosmetic Products and Non-Food Products Intended for Consumers (2003). Opinion concerning Diethyl Phthalate, adopted by the SCCNFP during the 26th Plenary Meeting of 9 December 2003. SCCNFP/0767/03:7pp.
2) Santillo D, Labunska I, Davidson H, Johnston P, Strutt M and Knowles O (2003). Consuming Chemicals. Hazardous chemicals in house dust as an indicator of chemical exposure in the home. Greenpeace Research Laboratories Technical Note 01/2003.
3) ECPI European Council for Plasticizers and Intermediates, http://www.ecpi.org/ Information retrieved May 2005.
4) Peters RJB (2003). Hazardous Chemicals in Precipitation. TNO report R2003/198.
5) Adibi JJ, Perera FP, Jedrychowski W, Camann DE, Barr D, Jacek R, Whyatt RM (2003). Prenatal Exposures to Phthalates among Women in New York City and Krakow, Poland. Environ Health Perspect;111(14):1719-1722.
6) Blount BC, Silva MJ, Needham LL, Lucier GW, Jackson RJ, Brock JW (2000). Levels of seven urinary phthalate metabolites in a human reference population. Environ Health Perspect;108(10):979-982.
7) CDC (2003). Second National Report on Human Exposure to Environmental Chemicals. Centers for Disease Control and Prevention, National Center for Environmental Health. NCEH Pub. No. 02-0716, Revised March 2003. [http://www.cdc.gov/exposurereport/pdf/secondNER.pdf]
8) Rubin RJ, Schiffer CA (1976). Fate in humans of the plasticizer, di-2-ethylhexyl phthalate, arising from transfusion of platelets stored in vinyl plastic bags. Transfusion;16:330-335..
9) CSTEE, EU Scientific Committee on Toxicity, Ecotoxicity and the Environment (1998). Phthalate migration from soft PVC toys and child-care articles. Opinion expressed at the CSTEE third plenary meeting.
10) Seo KW, Kim KB, Kim YJ, Choi JY, Lee KT, Choi KS (2004). Comparison of oxidative stress and changes of xenobiotic metabolizing enzymes induced by phthalates in rats. Food Chem Toxicol;42(1):107-14.
11) Park JD, Habeebu SSM, Klaassen CD (2002). Testicular toxicity of di-(2-ethylhexyl)phthalate in young Sprague-Dawley rats. Toxicology;171:105-115.
12) Ema M, Miyawaki E (2002). Effects on development of the reproductive system in male offspring of rats given butyl benzyl phthalate during late pregnancy. Reprod Toxicol;16:71-76.
13) Mylchreest E, Sar M, Wallace DG, Foster PMD (2002). Fetal testosterone insufficiency and abnormal proliferation of Leydig cells and gonocytes in rats exposed to di(n-butyl) phthalate. Reprod Toxicol;16:19-28.
14) Colon I, Caro D, Bourdony CJ, Rosario O (2000). Identification of phthalate esters in the serum of young Puerto Rican girls with premature breast development. Environ Health Perspect;108 (9):895–900.
15) Duty SM, Singh NP, Silva MJ, Barr DB, Brock JW, Ryan L, Herrick RF, Christiani DC, Hauser R (2003). The relationship between environmental exposures to phthalates and DNA damage in human sperm using the neutral comet assay. Environ Health Perspect;111(9):1164-1169.
16) Silva MJ, Barr DB, Reidy JA, Malek NA, Hodge CC, Caudill SP, Brock JW, Needham LL, Calafat AM (2004). Urinary levels of seven phthalate metabolites in the U.S. population from the National Health and Nutrition Examination Survey (NHANES) 1999-2000. Environ Health Perspect;112(3):331-338.
17) Hoppin JA, Ulmer R, London SJ (2004). Phthalate Exposure and Pulmonary Function. Environ Health Perspect;112:571-574.
18) Swan SH, Katharina MM, Liu F, Stewart SL, Kruse RL, Calafat AM, Mao CS, Redmon JB, Ternand CL , Sullivan S, Teague JL ((2005). Decrease in anogenital distance among male infants with prenatal phthalate exposure. Environ Health Perspect, June 2005. [http://ehp.niehs.nih.gov/docs/2005/8100/abstract.pdf]
19) OSPAR, Oslo and Paris Convention for the Protection of the Marine Environment of the North-East Atlantic (1998). OSPAR Strategy with Regard to Hazardous Substances. OSPAR 98/14/1 Annex 34 (www.ospar.org)
20) European Parliament Press service document The Week: 4 July 2005 www2.europarl.eu.int