Vorige pagina's:
Synthetische muskverbindingen bestaan uit drie chemische groepen: nitromuskverbindingen, poly-cyclische muskverbindingen en macrocyclische muskverbindingen. Uit bezorgdheid over de giftigheid van nitromuskverbindingen heeft Europa de productie hiervan sinds enkele jaren aanzienlijk terug-gebracht. Op dit moment zijn er maar twee nitromuskverbindingen van belang: musk xyleen (MX) en musk keton (MK). Deze zijn samen met de twee polycyclische musk-verbindingen, galaxolide (HHCB) en tonalide (AHTN), verantwoordelijk voor 95 procent van de synthetische muskverbindingen op de Europese markt (1).
De mondiale productie van nitromuskverbindingen ligt tussen de 1.000 en 2.500 ton, grotendeels (negentig procent) MX en MK. In Europa wordt jaarlijks naar schatting ongeveer 50 tot 300 ton MX geproduceerd, en 110 ton MK.
Verspreiding in het milieu
Synthetische muskverbindingen zijn persistente chemische stoffen, dat betekent dat ze lang in het milieu aanwezig blijven. Omdat ze in heel veel producten zitten - wasmiddelen, zeep en cosmetica bijvoorbeeld - zijn deze stoffen wijdverbreid in het milieu. We vinden ze vooral in aquatische- en mariene ecosystemen (2, 3, 4), maar ook in de atmosfeer (5) en in gebouwen (6).
Bij het gebruik van huishoudelijke producten ‘lekken’ synthetische muskverbindingen naar de atmosfeer en het afvalwater. Ze komen via het water van de zuiveringsinstallaties terecht in het aquatische milieu (7). Een recent onderzoek naar nitro- en polycyclische muskverbindingen in Scandinavië vond hoge concentraties polycyclische muskverbindingen in rioolslib. Polycyclische muskverbindingen zijn ook regelmatig aangetroffen in blauwe mosselen en in regenwater. In Noorwegen werden nitromuskverbindingen zelden aangetroffen, maar enkele rioolmonsters uit Denemarken en één uit Zweden bevatten ook musk ambrette (MA) (7).
Een Nederlandse studie trof synthetische muskverbindingen aan in regenwater. De nitromuskverbinding MA, die sinds 1995 verboden is in Europese cosmetica, werd in 34 procent van de regenwatermonsters aangetroffen (5). Dat suggereert dat MA langdurig persistent is in het milieu of nog steeds in gebruik is. De hoogste concentraties AHTN werden gemeten in het midden van Nederland, waar producent PFW Aroma Chemicals is gevestigd.
De menselijke huid staat direct bloot aan muskverbindingen uit talloze dagelijkse producten. Synthetische muskverbindingen kunnen zich ophopen in levend weefsel. Muskverbindingen die in parfums worden gebruikt zijn dan ook aangetroffen in het bloed van mensen en in moedermelk (8, 9).
Effecten
De langetermijneffecten van muskverbindingen op de mens zijn grotendeels onbekend. Terwijl de acute toxiciteit van synthetische muskverbindingen bij zoogdieren relatief laag lijkt, zijn er onvoldoende gegevens voorhanden om de gevaren van geringe blootstelling op de lange termijn te beoordelen. Dat geldt vooral voor polycyclische muskverbindingen, inclusief AHTN en HHCB, en de metabolieten (omzettingsproducten) daarvan. Bij ratten zijn een aantal effecten waargenomen in de ontwikkeling van de voortplantingsorganen en de foetus. Maar tot op heden alleen op niveaus die veel hoger liggen dan de blootstellingsniveaus door consumentenproducten en milieuvervuiling (10).
Het bewijs neemt toe dat sommige nitro- en polycyclische muskverbindingen, ook de musken die veel in parfums worden gebruikt, de hormonale communicatiesystemen van vissen (11), amfibieën (12) en zoogdieren (13, 14) kunnen verstoren (de verbinding zelf of de metaboliet). In vitro onderzoek uit 1999 gaf bijvoorbeeld aan dat het hormoonsysteem van kikkers en vissen mogelijk gevoeliger is voor metabolieten van MX en MK dan voor de muskverbindingen zelf (15). Recent Nederlands onderzoek toonde ook aan dat polycyclische muskverbindingen bij vissen een hormoonverstorende werking kunnen hebben (11).
Hoewel de oestrogene activiteit van HHCB en AHTN bij zoogdieren relatief zwak is, zijn er voor dezelfde verbindingen anti-oestrogene effecten geconstateerd in concentraties die meer dan honderd keer zo laag waren (14). Statistische verbanden zijn geconstateerd tussen de concentraties MX en MK in het bloed en het voorkomen van bepaalde gynaecologische afwijkingen bij vrouwen (16), hoewel een oorzakelijk verband niet is vastgesteld.
MX kan kanker veroorzaken bij muizen als ze worden blootgesteld aan hoge concentraties. Dit bracht de wetenschappelijke commissie voor cosmetische producten in Europa ertoe, de Europese regels voor MX in cosmetica aan te scherpen (17). Nieuw onderzoek laat zien dat bepaalde synthetische muskverbindingen de gevolgen van blootstelling aan andere giftige chemische stoffen kunnen verergeren (18).
HHCB, AHTN en MX bleken allemaal de afweer van cellen uit mosselkieuwen tegen diverse giftige blootstellingen te remmen. Ze beletten de werking van proteïnen die normaal voorkomen dat xenobiotische ‘agenten’ worden opgenomen. Dit onderzoek toont niet alleen een mogelijke toxicologische kwestie aan die in verband staat met musken, maar ook dat de standaard toxiciteitstesten geen volledig beeld geven van de mogelijke effecten die stoffen kunnen hebben, als ze eenmaal in het milieu terecht zijn gekomen.
Bestaande maatregelen
In de EU is MA niet toegestaan in cosmetische producten vanwege fototoxische of neurotoxische eigenschappen. In 2002 en 2003 reguleerde de Europese Commissie een aantal toepassingen van MX en MK (19).
In 1998 werd de OSPAR-commissie het eens over de doelstelling om in 2020 de lozingen en uitstoot van alle gevaarlijke stoffen in het mariene milieu te beëindigen. MX werd op de prioriteitenlijst gezet. Actie op deze stoffen vereiste prioriteit om de doelstelling te kunnen halen (20).
Alternatieven
Nitromuskverbindingen worden vaak vervangen door polycyclische muskverbindingen. Een recent OSPAR-document stelde vast dat MX zou moeten worden vervangen door substituten met een gunstiger milieuprofiel (1). OSPAR verklaarde dat polycyclische muskverbindingen ‘niet moeten worden gepromoot als geschikte vervanger van nitromusk-verbindingen omdat ze, hoewel ze volgens de criteria van de technische handleiding van de EC feitelijk niet als PBT-stof worden beschouwd, ongewenste eigenschappen hebben’.
Ofschoon er nog maar heel weinig informatie beschikbaar is over macrocyclische muskverbindingen, wijzen voorlopige onderzoeken erop dat deze verbindingen milieuvriendelijker zijn. OSPAR suggereert voorlopig dat macrocyclische muskverbindingen acceptabele vervangingen kunnen zijn, maar dat dit moet worden bevestigd door de resultaten van veldstudies, voordat deze stoffen kunnen worden aanbevolen als alternatieven die voor het milieu acceptabel zijn (1).
Andere alternatieven voor synthetische muskverbindingen zijn gebaseerd op natuurlijke producten als bloemen en kruiden.
Noten
2) Eschke H-D (2004). Synthetic musks in different water matrices. Chapter in: Rimkus GG (ed), Synthetic musk fragrances in the environment, Berlin, ISBN 3-540-43706-1.
3) eonards PEG, de Boer J (2004). Synthetic musks in fish and other aquatic organisms. Chapter in: Rimkus GG (ed), Synthetic musk fragrances in the environment, Springer-Verlag, Berlin, ISBN 3-540-43706-1.
4) Bester K, Hühnerfuss H, Lange W, Rimkus GG, Theobald N (1998). Results of non-target screening of lipophilic organic pollutants in the German Bight – II: Polycyclic musk fragrances. Water Research 32(6) pp 1857-1863.
5) Peters RJB (2003). Hazardous chemicals in precipitation. TNO report R2003/19.
6) Kallenborn R, Gatermann R (2004). Synthetic musks in ambient and indoor air. Chapter in: Rimkus GG (ed), Synthetic musk fragrances in the environment, Berlin, ISBN 3-540-43706-1.
7) Bügel Mogensen B, Pritzl G, Rastogi S, Glesne O, Hedlund B, Hirvi J-P, Lundgren A, Sigurdsson A (2004). Musk Compounds in the Nordic environment. TemaNord 2004:503, Nordic Council of Ministers, pp 69, ISBN 92-893-0981-4.
8) Rimkus GG, Wolf M (1996). Polycyclic musk fragrances in human adipose tissue and human milk. Chemosphere 33(10) pp 2033-2043.
9) Peters RJB (2004). Man-made chemicals in human blood. TNO report R2004/493.
10) Christian MS, Parker RM, Hoberman AM, Diener RM, Api AM (1999). Developmental toxicity studies of four fragrances in rats. Toxicology Letters;111(1): 69-174.
11) Schreurs RHMM, Legler J, Artola-Garicano E, Sinnige TL, Lanser PH, Seinen W, van der Burg B (2004). In vitro and in vivo antiestrogenic effects of polycyclic musks in zebrafish. Environ Science and Technology 38(4) pp 997-1002.
12) Dietrich DR, Hitzfeld BC (2004). Bioaccumulation and ecotoxicity of synthetic musks in the aquatic environment. Chapter in: Rimkus GG (ed), Synthetic musk fragrances in the environment, Berlin, ISBN 3-540-43706-1.
13) Bitsch N, Dudas C, Körner W, Failing K, Biselli S, Rimkus G and Brunn H (2002). Estrogenic activity of musk fragrances detected by the e-screen assay using human MCF-7 cells. Archives of Environmental Contamination and Toxicology 43(3) pp 257-264.
14) Schreurs RHMM, Quaedackers ME, Seinen W, van der Burg B (2002). Transcriptional activation of estrogen receptors ERf and ERg by polycyclic musks is cell type dependent. Toxicology and Applied Pharmacology 183(1) pp 1-9.
15) WWF (2000). Synthetic musk fragrances, a cause of concern. Briefing for OSPAR Commission
16) Eisenhardt S, Runnebauma B, Bauerb K, Gerhard I (2001). Nitromusk compounds in women with gynecological and endocrine dysfunction. Environ Research 87(3) pp 123-130.
17) EU Scientific Committee on Cosmetic Products and non-food products intended for consumers, Opinion concerning Musk Xylene, adopted 8-12-1999
18) Smital T, Luckenbach T, Sauerborn R, Hamdounb AM, Vega RL, Epel D (2004). Emerging contaminants - pesticides, PPCPs, microbial degradation products and natural substances as inhibitors of multixenobiotic defense in aquatic organisms. Mutation Research 552(1-2) pp101–117.
19) 26th Commission Directive 2002/34/EC of 15 April 2002 and Commission Directive 2003/14/EC of 19 February 2003.
20) OSPAR, Oslo and Paris Convention for the Protection of the Marine Environment of the North-East Atlantic (1998). OSPAR Strategy with Regard to Hazardous Substances. OSPAR 98/14/1 Annex 34 (www.ospar.org)