Oceanen en zeeën beslaan zeventig procent van het aardoppervlak. Ze zijn de bron van alle leven. Oceanen vervullen een belangrijke rol in het schoonhouden van onze planeet door afvalstoffen af te breken.
Zeereservaten zijn feitelijk niets nieuws. Overal op de wereld visten mensen vroeger met kleine bootjes. Ze haalden hoeveelheden vis uit de oceanen die de draagkracht van het zeemilieu niet te boven gingen. Met die kwetsbare bootjes konden ze niet overal komen, zodat er vanzelf natuurlijke beschermde zeegebieden waren die als kraamkamers voor vis werkten.
Sinds de industriële revolutie werden schepen groter, sterker, sneller en kon de mens steeds verder de zee op naar gebieden waar voorheen nooit gevist werd. De natuurlijke zeereservaten verdwenen en daarmee ook de vanzelfsprekende aanwas van jonge vis.
Veel visbestanden overbevist
Als de voortplanting de vangst niet meer kan compenseren, stort het ene na het andere bestand in. Volgens de FAO (Food and Agriculture Orginization) is 50 procent van de visbestanden maximaal bevist (ofwel zit tegen de gevarengrens aan dat ze de bevissing niet meer kunnen aanvullen) en 30 procent is overbevist: de vangst is groter dan de aanwas. Zorgwekkend is dat deze negatieve lijn gestaag doorzet.
Volgens de Europese Commissie is In Europa maar liefst 88 procent van de visbestanden overbevist. Wil je deze negatieve spiraal doorbreken, dan zul je visbestanden de gelegenheid moeten geven om weer op volle sterkte te komen.
Niet alleen de visbestanden, maar alle onderwaternatuur heeft ernstig te lijden onder de moderne visserij. De bodem wordt kapot geschraapt met bodemsleepnetten en talloze dieren worden onbedoeld als bijvangst gedood. Dat hebben we het niet over een paar dieren, maar over miljoenen haaien, schildpadden en albatrossen per jaar!
De oceanen hebben nu hulp nodig!