Skip navigation.
Lokale vissers van de Kiribati-eilanden in de Grote Oceaan. Als de 
industriële visserij in het huidige tempo doorvist, zullen deze mensen 
geen vis meer vangen.

Lokale vissers van de Kiribati-eilanden in de Grote Oceaan. Als de industriële visserij in het huidige tempo doorvist, zullen deze mensen geen vis meer vangen.

Vergroot foto

Industriële vissersvloten hebben hun eigen visgronden uitgedund en bijna vernietigd en nu, in plaats van te accepteren dat zij hun viscapaciteit moeten verminderen, wenden de vissersvloten hun begerige ogen naar de Stille Oceaan en West Afrika.

In plaats van hun eigen probleem op te lossen, brengen de noordelijke vissersvloten nu hun problemen naar de betrekkelijk gezonde oceanen in het zuiden. De toekomst van deze oceanen, en van de kustgemeenschappen die ervan afhankelijk zijn, is steeds meer overgeleverd aan vissers zonder scrupules en een groeiende mondiale vraag naar tonijn.

De rijke Pacific
Het westen en het midden van de Stille Oceaan (Pacific) huisvesten meer dan 20 eilandstaten en de grootste tonijnvisgronden ter wereld. Meer dan de helft van de tonijnvoorziening over de hele wereld, ongeveer 2 miljoen ton per jaar, is uit dit gebied afkomstig.

Het is onlangs duidelijk geworden dat enkele van de belangrijkste soorten overbevist dreigen te worden, en dat het dus niet meer gaat om een van de laatste gezonde visgronden ter wereld. In tegendeel: de gebieden vallen steeds meer ten prooi aan afgelegen landen en illegale, niet-gemelde en niet gereguleerde (illegal, unreported en unregulated, IUU) piraatvissers, boten die net zoveel vis pakken als ze willen.

Beroving van de gemeenschappen in de Pacific
De mensen in de Pacific vissen al duizenden jaren in de oceaan en beheren de traditionele visgronden verstandig. Momenteel vangt een vloot van plaatselijk gestationeerde boten, eigendom van buitenlandse en plaatselijke ondernemingen, ongeveer 200.000 ton tonijn per jaar (10 procent van de totale vangst).

Maar steeds grotere aantallen industriële lange-afstand vissersboten trekken de Stille Oceaan op en nemen ongeveer 1.800.000 ton (90 procent van de totale vangst). In plaats van hun vangsten en het aantal boten te verminderen om hun eigen visgronden te laten herstellen, trekken landen zoals China, Korea, Taiwan, Japan, de V.S. en de EU eenvoudig verder naar de volgende visgronden - de Stille Oceaan.

Tot overmaat van ramp vormen deze praktijken ook een financiële exploitatie - de economische opbrengst aan toegangsrechten en vergunningen voor het gebied bestaat slechts uit 5 procent of minder van de US$2 miljard die de vis op de markt waard is. De piraatvisserij vormt natuurlijk al helemaal geen inkomsten in het laatje. Piraatvissers houden zich aan geen enkele regel en bezorgen het gebied niks dan nadeel

De Stille Oceaan bevind zich voor de tweesprong. Het ene pad leidt naar blijvende en rechtvaardige visgronden, een gezond zeemilieu en stabiele en welvarende eilandgemeenschappen. Het andere pad leidt naar de ondergang van de belangrijkste tonijnvisgronden en verlies van het levensonderhoud en voedselvoorziening voor de mensen in de Pacific.