Cookies helpen ons om jou beter over ons werk (en acties) te informeren. Wil je meer informatie?

Bedreigingen

Elke twee seconden gaat een stuk bos zo groot als een voetbalveld tegen de vlakte. Om het hout te gebruiken voor de bouw, meubels of papier, maar vooral ook om op het vrijgekomen land koeien te laten grazen of landbouwgewassen te verbouwen.

Dakloze dieren én mensen

Er zijn vele mooie opvangprojecten voor bedreigde diersoorten als de orang-oetan en de berggorilla. Maar het is net zo belangrijk dat we de grootste bedreiging voor het voortbestaan van deze dieren aanpakken: onze honger naar goedkope grondstoffen, zoals hout, soja en palmolie. Vele producten die bij ons in de schappen liggen, dragen direct bij aan het verdwijnen van bedreigde diersoorten.

Maar het zijn niet alleen ontelbare planten en dieren die niet zonder de bossen kunnen. Wereldwijd zijn er 150 miljoen oorspronkelijke bewoners van de bossen die steeds meer in de verdrukking komen. Nog veel meer mensen zijn afhankelijk van de bossen voor hun eerste levensbehoeften, zoals voedsel, huisvesting en medicijnen. Zij trekken vaak aan het kortste eind als bedrijven hun oog laten vallen op grote stukken bos. Ook zijn bossen belangrijk voor het zoetwater in de wereld. Zo zorgt de Amazonerivier, die door het oerwoud stroomt, voor een vijfde van het zoete water in de wereld.

Minder bossen, meer klimaatverandering

Het IPCC, een VN-organisatie die zich bezighoudt met de studie naar klimaatverandering, berekende dat ongeveer 12 procent van alle CO2-uitstoot die de mensheid veroorzaakt, te wijten is aan ontbossing. Dat is meer dan al het verkeer bij elkaar. Bossen produceren zuurstof en halen CO2 uit de lucht, een gas dat bijdraagt aan de opwarming van de aarde. Bij het kappen en verbranden van bos- en veengebieden komt koolstof vrij, dat in aanraking met zuurstof weer CO2 vormt.

Drie bosgebieden

Greenpeace richt zich momenteel voornamelijk op de drie grootste tropische bosgebieden ter wereld: de imposante Amazone, de oerwouden van Indonesië en het Congobekken. Deze gebieden zijn van levensbelang voor vele planten- en diersoorten én voor het tegengaan van klimaatverandering. In elk van deze regio’s hebben we een team dat samen met overheden, bedrijven en de lokale bevolking werkt aan het behoud van de bossen.

De drie regio’s kennen hun eigen problemen, maar ze hebben één ding gemeen: ze worden bedreigd door de vraag van grote multinationals naar grondstoffen als hout, palmolie en soja, maar ook naar goedkoop vlees. Ook is er in alle drie de gebieden sprake van zwak bestuur, slechte naleving van wetten en corruptie. De belangen van de lokale bevolking worden vaak ondergeschikt gemaakt aan die van multinationals.

De Amazone, het grootste regenwoud ter wereld, wordt vooral bedreigd door de agrarische sector. Vele duizenden vierkante kilometers bos gaan jaarlijks tegen de vlakte om plaats te maken voor grazende runderen en akkers om soja te verbouwen. Het merendeel van het vlees en de soja wordt geëxporteerd. Nederland is na China de grootste importeur van soja. Als sojameel komt dat bijna allemaal terecht in de voederbakken van onze varkens, kippen en koeien.

De regenwouden van Indonesië maken gestaag plaats voor oliepalmplantages en plantages met acacia’s, bomen die bestemd zijn voor de papierproductie. Palmolie is zeer in trek als goedkoop ingrediënt van allerhande producten. Koekjes, pindakaas, zeep, bodylotion: je vindt palmolie regelmatig in je winkelmandje terug.

In het Congobekken is het de industriële houtkap die de bossen bedreigt. Grote multinationals slaan er hun slag, om het hout te verkopen aan bedrijven die er onder andere meubels en parketvloeren van maken. Maar ook hier staan palmoliebedrijven te popelen om bos te kappen en plantages aan te leggen.

Vlees en biobrandstoffen

De stijgende vraag naar landbouwproducten is het resultaat van een groeiende wereldbevolking en van een toenemende vraag naar vlees. Voor één kilo vlees moet tot wel dertien kilo aan veevoergewassen worden geteeld. Daar is heel veel landbouwgrond voor nodig. Daarnaast raken soja en palmolie meer en meer in trek als gewassen om biobrandstoffen van te maken, een alternatief voor gangbare diesel. En houtsnippers worden steeds vaker verstookt in kolencentrales. Zo worden Canadese bossen gekapt om Nederlandse energiecentrales van brandstof te voorzien. Greenpeace juicht bio-energie toe, maar alleen als gebruik wordt gemaakt van restmaterialen, zoals het afval uit houtzagerijen.

Oplossingen

Greenpeace werkt, samen met talloze supporters over de hele wereld, aan het beschermen van de bossen. Lees hier welke oplossingen wij aandragen aan bedrijven en overheden.

Onderwerpen