Greenpeace werkt met lokale bewoners om bos af te bakenen.
Vergroot foto
Met een doortastend wereldwijd beleid zijn de overgebleven bossen nog te redden of te herstellen. Dan moet er wel snel gehandeld worden. Greenpeace zet zich in voor bosbescherming, duurzaam bosbeheer, wetgeving om foute producten uit te sluiten en het instellen van een bossenfonds.
Moratorium
Oplossingen voor het tegengaan van ontbossing zijn niet een-twee-drie bereikt. Daarom werkt Greenpeace met het instellen van moratoria. Een moratorium is een tijdelijke stop op ontbossing. Tijdens het moratorium kan er gewerkt worden aan een oplossing voor de lange termijn, terwijl het bos zolang beschermd wordt. Zo zorgt bijvoorbeeld het sojamoratorium in de Amazone ervoor, dat sinds 2006 geen soja meer wordt verhandeld waarvoor wordt ontbost. In het Congobekken geldt sinds 2002 een moratorium op de uitgifte van kapvergunningen in gesteld door de Congolese overheid wat we uit alle macht proberen te behouden.
Bosbescherming en duurzaam bosbeheer
Greenpeace pleit voor totale bescherming van de laatste grote gebieden intacte oerbossen. Niet alleen vanwege de enorme biodiversiteit, maar ook vanwege het klimaat. In deze oerbossen liggen enorme hoeveelheden koolstof opgeslagen die met ontbossing vrij komen en het klimaatprobleem verergeren. Daarom is het van cruciaal belang dat deze overgebleven stukken oerbos compleet met rust gelaten worden!
Duurzaam bosbeheer in overige bossen moet zorgen voor een balans tussen verschillende belangen: die van de biodiversiteit, de sociale belangen van de mensen die er wonen en economische belangen. Het duurzame bosbeheer moet leiden tot gebruik van bossen op een manier die ervoor zorgt dat de biodioversiteit gewaarborgd blijft en rekening houdt met de rechten van de lokale bevolking. In hun levensonderhoud zijn zij van het bos afhankelijk. Hun volk is -vaak al duizenden jaren- met het bos verbonden op cultureel en spiritueel gebied.
Wetgeving
Greenpeace pleit voor goede wetgeving om de laatste oerbossen overeind te houden. Wetgeving op Europees niveau is nodig om de handel in illegaal hout te stoppen. In 2006 was 16 tot 19 procent van de totale Europese houtimport illegaal of in ieder geval verdacht. Illegale houtkap maakt duurzaam gebruik van bossen onmogelijk. Pas als illegaliteit uit de bosbouwsector is verbannen, komt effectieve bescherming en duurzaam bosbeheer in zicht.
Internationaal bossenfonds
De meeste –tropische- oerwouden staan in arme landen. Er is daar geen of te weinig geld om deze bossen te beschermen. Bedrijven kunnen vaak ongehinderd hun gang gaan. Deze landen hebben hulp nodig die rijke industrielanden, zoals Nederland, moeten bieden. Het zijn immers de rijke landen die grotendeels verantwoordelijk zijn voor de vernietiging van de overgebleven oerbossen voor goedkope productie voor onze markt. Daarnaast draagt ontbossing bij aan het klimaatprobleem en moeten alle landen dat internationaal oplossen.
Greenpeace wil dat er een internationaal bossenfonds ingesteld wordt, dat door de rijke landen gevuld wordt. Landen die hun oerbos intact laten in plaats van het commercieel te exploiteren, kunnen hiervoor dan een vergoeding krijgen uit het fonds. Dit kan alleen als aan een aantal voorwaarden is voldaan, zoals het in kaart brengen hoe het bos nu gebruikt wordt en waar ontbossing plaats vindt. Strikte bossenwetgeving en een goede naleving hiervan is net zo noodzakelijk. Deze voorwaarden zijn essentieel om illegaliteit uit te bannen en het geld op de juiste plek bij de juiste mensen te krijgen.