Als het Shell gelukt was om de Brent Spar in zee te dumpen hadden
andere oliemaatschappijen en industrieën het signaal gekregen dat dit
dé manier voor het dumpen van defecte of oude installaties was.
Bovendien zouden bedrijven het idee krijgen dat het prima is om op deze
manier van je afval af te komen.
Succes campagne
Om aandacht te vragen voor dit gevaar en om Shell te stoppen met het
vervuilen van de oceaan, zijn actievoerders van Greenpeace op 30 april
1995 op het platform klommen en hebben het bezet. Dankzij deze campagne
en de druk die er vanuit de maatschappij kwam, heeft Shell uiteindelijk
besloten het platform schoon te maken en op land te recyclen in plaats
van het in zee te dumpen. Waarschijnlijk het grootste succes van de
campagne was dat de milieuministers van Europa besloten dat olie- en
gasinstallaties niet in de Noordzee of de Noord Atlantische oceaan
mogen worden gedumpt.
De fout
Bij gebrek aan officiële cijfers nam Greenpeace zelf metingen om een
schatting te kunnen maken van de hoeveelheid olie die nog in de Brent
Spar zat. Greenpeace realiseerde zich al snel dat de eigen
geïmproviseerde metingen in het verkeerde deel van het olieplatform
genomen waren. Dit had geleid tot een te hoge schatting van de exacte
hoeveelheid olie in de opslagtanks. Zodra dit bekend werd heeft
Greenpeace excuses aangeboden voor deze fout. De hoeveelheid olie
aanwezig in de Brent Spar, was nooit het centrale punt van de campagne.
Doel was dat offshore olie- en gasindustrie op een milieuverantwoorde
manier verantwoordelijkheid zou nemen voor de overbodig geworden
platforms en ander afval en te laten zien dat de oceanen geen dumpvat
zijn.
Laatste 10 jaar
Voordat Greenpeace vrijwilligers de Brent Spar bezetten waren Shell en
andere oliemaatschappijen van plan om een aantal olie-installaties in
zee te dumpen. Na de Brent Spar campagne zijn er geen platforms meer in
de Noordzee en de Noord Atlantische oceaan gedumpt. Bovendien werd er
door Europese milieuministers een algeheel verbod op het dumpen van
olie- en gasinstallaties in de Noordzee of de Noord Atlantische oceaan
wettelijk vastgelegd. Naast Shell hebben ook veel andere bedrijven en
industrieën veel geleerd van de Brent Spar. Veel bedrijven zeggen dat
deze campagne de voorbode is geweest van het Maatschappelijk
Verantwoord Ondernemen, dat tegenwoordig als vanzelfsprekendheid wordt
ervaren bij bedrijfsvoering. Ook Shell is veranderd als gevolg van de
Brent Spar. Zowel Shell als BP geven tegenwoordig toe dat
klimaatverandering veroorzaakt wordt door de uitstoot van CO2 door de
mens. Beide steunen het Kyoto Protocol en hebben hun werk uitgebreid
naar duurzame energie.
Greenpeace beschermer van de oceanen
De Brent Spar campagne was onderdeel van de strijd die Greenpeace al
decennia lang voor de oceanen voert. Vanaf eind jaren 70 voerde
Greenpeace campagne tegen het dumpen van nucleair en industrieel afval
in de oceanen. In 1993 leidde dit tot een wereldwijd verbod op het
dumpen van radioactief en industrieel afval in de zeeën. Nu, tien jaar
nadat de eerste actievoerders op de Brent Spar klommen, voert
Greenpeace nog altijd actie om de oceanen te beschermen. Dit doet
Greenpeace met campagnes tegen overbevissing en door het eisen van
zeereservaten in de oceanen waar alle industriële activiteiten verboden
zijn.
Lees hier meer over de Greenpeace thema's
Noordzee en
overbevissing