Cookies helpen ons om jou beter over ons werk (en acties) te informeren. Wil je meer informatie?

Bedrijf Olam betrokken bij schandalige houtkappraktijken in Congo

Nieuwsartikel - 30 mei, 2007
Greenpeace heeft verklaringen en documenten in handen waaruit blijkt dat multinational Olam uit Singapore, met een Europees hoofdkantoor in Rotterdam, betrokken is bij illegale houtkap in de Democratische Republiek Congo (DRC).

Grote opleggers voeren in een gigantisch tempo waardevol hout af; de plaatselijke bevolking kan alleen toekijken. De industriële houtkap vormt de grootste bedreiging voor het tropisch regenwoud van de Democratische Republiek Congo.

Uit verklaringen van dorpelingen, lokale ambtenaren en zelfs medewerkers van Olam doemt een beeld op van illegale kap, ongemarkeerde dus mogelijk illegale houtstammen en transporten die in werkelijkheid veel groter zijn dan op papier. Lokale bewoners die durven te protesteren tegen de enorme schade aan het Congolese regenwoud, de bron van hun levensonderhoud, worden afgescheept of geïntimideerd. Op de plaatsen waar Olam actief is, zijn de arbeidsomstandigheden en de sociale voorzieningen bedroevend.

Multinational Olam in de praktijk

In Congo is Olam een relatieve nieuwkomer. Direct na het einde van de oorlog stonden vele internationale bedrijven te trappelen om het ongerepte Congolese regenwoud in te trekken, op zoek naar het kostbare Afrikaanse hardhout: zo ook Olam.

In weerwil van het Congolese moratorium op nieuwe kapvergunningen uit 2002, heeft Olam inmiddels maar liefst drie van deze vergunningen bemachtigd voor toekomstige kap: in totaal voor zo'n 300.000 hectare bos. Voor deze drie vergunningen vroeg Olam eind 2005 een erkenning van hun wettelijk status, terwijl ze volgens Greenpeace duidelijk in strijd zijn met het moratorium en de nieuwe Congolese bossenwet. In afwachting van deze eventuele legalisering van haar kapvergunningen (1) koopt Olam hout in op de lokale houtmarkten. Vaak ongemarkeerd, zodat de herkomst en legaliteit van dat hout op geen enkele manier te garanderen is. Via deze aankoopstrategie hoeft Olam zich zelf geen zorgen te maken over lonen of arbeidsomstandigheden in de bosontginning, en is er in geen verste verte sprake van verantwoord bosbeheer.

Tenslotte verschuilt Olam zich achter lokale partners om te kunnen kappen in gebieden waar het zelf geen vergunningen heeft, en zo faciliteert zij andere bedrijven, in ieder geval staatsbedrijf ONATRA in Yuki, in de provincie Bandundu. Verschillende getuigen verklaarden onafhankelijk van elkaar dat Olam brandstof en materiaal invloog om de kap te faciliteren en boomstammen liet afvoeren over water. Bosarbeiders ontvangen een vergoeding van ongeveer 16 US dollar per maand. Lokale autoriteiten in Yuki zeggen niets te weten van een 'subcontract' van Olam met ONATRA. De Boswet uit 2002 verbiedt dit soort contracten expliciet. Toch is het in de praktijk Olam die zorgt voor de exploitatie van ONATRA's gebied.

Ook veel van deze stammen zijn ongemarkeerd volgens diverse lokale bronnen, dus schimmig en hoogstwaarschijnlijk illegaal, concludeert Greenpeace. Dat maakt het voor de lokale autoriteiten vrijwel onmogelijk te bepalen hoeveel hout Olam daadwerkelijk uit het regenwoud haalt en naar Kinshasa verscheept en dus hoeveel belasting er moet worden betaald.

Erg kieskeurig is Olam nooit geweest: zo had Olam handelsbelangen in Birma, berucht vanwege schendingen van mensenrechten. In 2006 werd Olam in Ghana ook in verband gebracht met frauduleuze praktijken zoals het verhandelen van illegaal gekapt hout en veel lagere volumes hout aangeven bij de Ghanese overheid dan wat in werkelijkheid werd verhandeld. De Ghanese overheid liep zo miljoenen euro aan belastingsinkomsten mis. In 2005 claimde Gabon een belastingschuld van miljoenen euro bij Olam.

Investeerders

Desondanks investeert de International Finance Corporation (IFC), de private tak van de Wereldbank, in november 2003 15 miljoen dollar in Olam. IFC bevestigt dat zo'n 5 procent daarvan ten goede komt aan de wereldwijde houtactiviteiten van Olam, waaronder 'een houtzagerij in Afrika'. En in juni 2004 krijgt Olam een gedeeltelijke garantie van 50 miljoen dollar van de IFC. Over duurzaamheid schrijft het IFC: "Olam bevordert duurzaam bosbeheer en haar activiteiten zijn volledig in overeenstemming met de eisen van het Bossenbeleid van de Wereldbank uit 2002." De praktijk laat echter zien dat lokaal gekapt hout, zonder enige controle op legaliteit, duurzaamheid en sociale omstandigheden voor een schijntje wordt opgekocht, om vervolgens op de wereldmarkt te worden verhandeld.

Wat wil Greenpeace?

Greenpeace vraagt investeerders om Olam aan te spreken op de schandalige praktijken in Congo. Nederland is inmiddels de vierde importeur van Europa geworden van tropisch hout uit de DRC met in 2006 import ter waarde van 16,9 miljoen euro. Greenpeace ziet voor Nederland, als belangrijk donorland van de Wereldbank, een belangrijke rol weggelegd. Greenpeace vraagt minister Koenders van Ontwikkelingssamenwerking om zich bij de Wereldbank sterk te maken voor het behoud van de Congolese oerwouden en voor het moratorium op nieuwe concessies.

(1) Een herziening van de wettelijkheid van alle kapvergunningen is aan de gang. In principe moeten alle vergunningen die na het moratorium op nieuwe werden verkregen worden geannuleerd. (14 mei 2002) Dit moratorium is een belangrijke pijler van de door de Wereldbank gesteunde hervorming van de bosbouwsector in the DRC.

Voor meer informatie over de houtkap in Congo:

- Engelstalige Greenpeace Rapport 'Carving Up the Congo'; deel 1; deel 2; deel 3; deel 4

- Nederlandse samenvatting 'Carving Up the Congo'

Onderwerpen