Nieuwsartikel - 24 juli, 2003
Cancún, Mexico — Weggeplukt van de open oceaan rond de Solomon Eilanden kwamen op 23 juli in de ochtend 28 dolfijnen aan in Mexico. Door de etnische onlusten in de eilandengroep kunnen internationale handelaren makkelijk de wetten daar ontwijken en de bedreigde zeezoogdieren kopen. Greenpeace wil dat er een eind komt aan deze uitbuiting, voordat de eilandbewoners al hun dolfijnen hebben verkocht.
Dolfijn in de Golf van Mexico. ©GP/Manzano
In de Caribische badplaats Cancún krijgen de dolfijnen een nieuw
thuis in het Parque Nizuc, een waterpretpark. Ondanks dat de
Convention in International Trade in Endangered Species (CITES)
dolfijnen als Appendix 1 te boek heeft staan, wat inhoudt dat
handel in de dieren verbiedt, wist Mexico zowel een import- als een
exportsbewijs los te krijgen. Bovendien zijn de Solomon Eilanden
geen lid van het internationale verdrag. Meer dan zestig dolfijnen
liggen daar momenteel nog in kooien te wachten op verzending naar
andere landen.
Om daar iets tegen te doen moeten de problemen in dit land
worden aangepakt, zodat de eilandbewoners weer op andere manieren
geld kunnen verdienen en de dolfijnen vrij laten rondzwemmen in
zee. Momenteel hebben de Solomon Eilanden al sinds 2000 te maken
met een etnische burgeroorlog. Armoede en sociale problemen zijn
daar onder meer het gevolg van. Door de macht van verschillende
vechtende milities heeft de regering momenteel niets te zeggen in
het land.
Uitbuiting
Dat internationale handelaren dan ook nu juist daar dolfijnen
kopen is pure uitbuiting, stelt Greenpeace. "De buitenlanders in de
dolfijnenhandel zijn net gekomen in een tijd dat de overheid
hulpeloos is en geen straffen kan uitdelen", legt Pio Manoa uit,
campaigner Greenpeace Pacific. Volgens Manoa is sinds de
burgeroorlog dergelijke uitbuiting van de eilandengroep door
buitenlanders al langer aan de gang. Uit de houtkap en bevissing
door buitenstaanders zien de lokale gemeenschappen weinig van
terug. "De dolfijnenhandel is weer een stap verder in de
uitbuiting."
De verantwoordelijkheid om hier iets aan te doen ligt dan ook
volgens Greenpeace bij de internationale interventiemacht, die door
Australië wordt geleid. Deze Solomon Islands Rehabilition Authority
(SIRA) is sinds vorige week aangekomen op de eilanden. "Het
weghalen van dolfijnen gaat ten koste van de lokale gemeenschappen
en heeft een belangrijke invloed op de huidige én toekomstige
biodiversiteit waar de eilandbewoners van kunnen genieten", stelt
Manoa.
Zeemilieu
De uitbuiting van de Solomon-dolfijnen is volgens Greenpeace
hetzelfde als wat de grote walvislanden doen om stemmen te kopen
van de kleinere Zuidzeelanden bij de Internationale Walvisvaart
Commissie (IWC). Daar krijgen minder bedeelde landen, zoals de
Solomon Eilanden, hulp bij visserij in ruil voor hun stem vóór
walvisvangst. Manoa: "Uiteindelijk wordt geen rekening gehouden met
lokale gemeenschappen en biodiversiteit en gaan alle inkomsten naar
buitenstaanders. Zulke handel is niet in het belang van de
samenleving, van het land of van het zeemilieu."
Oplossing
Alleen door de armoede aan te pakken en de eilandbewoners nieuwe
mogelijkheden te geven kan de uitbuiting worden tegen gegaan.
"Economische modellen, die door Australië via SIRA worden
uitgevoerd en Greenpeace-hulpprogramma's moeten juist meer gericht
zijn op de behoeften van de lokale gemeenschappen", stelt Manoa.
"En niet alleen op de externe markten." Door goede alternatieven
moeten de eilandbewoners op andere manieren hun geld verdienen,
zodat de dolfijnen rond de eilanden weer rustig kunnen rondzwemmen.
Een voorbeeld is het ecoproject dat Greenpeace heeft lopen in de
Marovo Lagune in de Solomon Eilanden.
Lees meer: