Nieuwsartikel - 21 augustus, 2007
Manaus, Brazilië — De Braziliaanse overheid jaagt illegale houtkap aan onder het mom van armoedebestrijding. Dat concludeert Greenpeace in een rapport over de praktijken van het Braziliaanse instituut voor landhervorming (INCRA).
Luchtfoto van de río Cuniua, Amazone, Brazilië
De regering van president Lula ziet het toekennen van
landbouwgrond aan honderdduizenden arme Brazilianen als een van
haar speerpunten. De INCRA, de instelling die het land toewijst,
blijkt onder druk van de ambitieuze doelstellingen echter vaak geen
landbouwgrond te verdelen, maar stukken ongerept regenwoud - soms
zelfs gelegen in beschermde nationale parken.
"De Braziliaanse overheid vierde onlangs nog dat voor het derde
opeenvolgende jaar de ontbossing is afgenomen in de Amazone;
ondertussen faciliteert diezelfde overheid de illegale houtkap",
zegt Suzanne Kröger, campagneleider Bossen van Greenpeace
Nederland. "Op deze manier blijft de verwoesting van de Amazone
doorgaan en krijgen de lokale gemeenschappen niet de kans om op een
duurzame manier in de bossen te leven."
Het rapport van Greenpeace is gebaseerd op maandenlang veldwerk,
observaties vanuit de lucht, interne rapporten van de INCRA en
informatie uit contracten met houtkappers. Uit het onderzoek blijkt
dat de INCRA bewust contact legt tussen vertegenwoordigers van de
arme gemeenschappen en houtkapbedrijven. De houtkapbedrijven - met
een lange geschiedenis van verwoestende activiteiten - leggen
infrastructuur aan zoals scholen en wegen in ruil voor het recht om
te mogen kappen. INCRA ontrekt zich hiermee aan de verplichting
zelf deze infrastructuur te verzorgen.
De INCRA creëerde in 2006 in de Amazone bij Santarém 97
nederzettingen waarvan vele in commercieel zeer waardevolle bossen.
In vijf gevallen ging het zelfs om nederzettingen in het volledig
beschermde Amazonia National Park. De totale oppervlakte van deze
nederzettingen bedroeg maar liefst 2,2 miljoen hectare, een gebied
groter dan de helft van Nederland. In veel gevallen kwamen de
nederzettingen in handen van arme Brazilianen uit de stad die geen
ervaring hadden met het duurzaam beheer van bosgebied.
Nederland is een belangrijke afnemer van Braziliaans hout: 25
procent van het gezaagd tropisch hardhout op de Nederlandse markt
is afkomstig uit Brazilië. Op dit moment heeft de consument geen
enkele garantie dat aangeschaft hout legaal gekapt is. Greenpeace
voert al jaren campagne om de handel in illegaal hout aan banden te
leggen. In juni gaf minister Verburg van LNV de toezegging dat ze
zich hard wil gaan maken voor wetgeving. Greenpeace zal de komende
maanden aandacht blijven vragen voor de Nederlandse betrokkenheid
bij ontbossing wereldwijd.