Ivoriaanse chauffeurs vragen excuses van Trafigura

Nieuwsartikel - 10 september, 2010
Nederland — Twee van de Ivorianen die in 2006 giftig afval vervoerden afkomstig van oliegigant Trafigura, hebben deze week meermaals geprobeerd om contact te leggen met de directie in het Amsterdamse hoofdkantoor. De mannen wilden het miljardenbedrijf om excuses vragen voor het verzwijgen van de schadelijke aard van het afval dat zij vanaf het schip Probo Koala moesten vervoeren.

De Ivoriaanse chauffeurs Amadou Bakayoko en Doumbia Siaka voor het kantoor van Trafigura in Amsterdam.

Dit afval belandde vervolgens op vele plekken in en om de hoofdstad Abidjan. Volgens de Ivoriaanse overheid stierven zestien mensen ten gevolge van het afval en werden vele tienduizenden ziek. Ook de chauffeurs zeggen schadelijke gevolgen te hebben ondervonden van de door hen vervoerde stoffen. Volgens Trafigura heeft het afval geen ernstig letsel veroorzaakt.

Teleurgesteld

Een bezoek van Doumbia Siaka en Amadou Bakayoko aan het Amsterdamse hoofdkantoor van Trafigura liep tot tweemaal toe op niets uit. 'We zijn teleurgesteld dat Trafigura niet met ons heeft willen spreken', stelt Bakayoko. 'We hadden de directeur graag enkele vragen willen stellen en willen vragen excuses te maken aan de bevolking van Ivoorkust en aan ons voor het brengen van het afval naar Abidjan.'

Uiteindelijk heeft een werknemer van het oliebedrijf een brief van de Ivorianen aan directeur Claude Dauphin in ontvangst genomen. Een Haags pr-bureau dat Trafigura vertegenwoordigt, heeft in een e-mail aan Greenpeace laten weten 'dat de directie van Trafigura niet beschikbaar is voor een telefoongesprek met de Ivoriaanse vrachtwagenchauffeurs'. Trafigura werd in juli veroordeeld tot een boete van 1 miljoen euro wegens illegale export van giftig afval.

Milieumisdaden mogen niet ongestraft blijven

Siaka en Bakayoko hebben vandaag wel kunnen spreken met het Openbaar Ministerie. 'Het OM heeft tot op heden de gebeurtenissen in Ivoorkust grotendeels buiten beschouwing gelaten', stelt Marietta Harjono, campagneleider giftige stoffen bij Greenpeace.

'En dat terwijl het werkelijke leed zich natuurlijk niet hier, maar in Abidjan heeft afgespeeld. Het is belangrijk dat het OM zijn uiterste best doet om Trafigura te vervolgen voor wat er is gebeurd in Ivoorkust. Milieumisdaden begaan door Nederlandse bedrijven, ook als die ver buiten de grenzen plaatsvinden, mogen niet ongestraft blijven.'

Probo Koala

Tijdens hun bezoek aan Nederland zijn Siaka en Bakayoko bovendien ontvangen door de directeur van de Dienst Milieu en Bouwtoezicht van de gemeente Amsterdam en de Amsterdamse afvalverwerker Main (voorheen APS).

Zowel de gemeente als APS speelde in 2006 een belangrijke rol bij de beslissing om de Probo Koala uit de Amsterdamse haven te laten vertrekken. Beide zijn vervolgd voor het laten terugpompen van het giftige afval naar de Probo Koala, maar zowel de gemeente als APS werd in juli vrijgesproken.

Valse verklaringen

De twee Ivorianen zochten eerder dit jaar hun toevlucht tot Greenpeace om hun verhaal te doen over wat er volgens hen vier jaar geleden en ook daarna werkelijk is gebeurd. Zij en met hen andere voormalige chauffeurs die het afval destijds hebben vervoerd, beweren dat hun nooit iets is verteld over de schadelijke aard van het afval.

Ook zouden zij zijn benaderd door advocaten van Trafigura om in ruil voor geld valse verklaringen te ondertekenen, waarin zij onder meer moesten beweren dat zij niet ziek zijn geworden door het afval. Greenpeace deed hier in mei aangifte van bij het OM. Trafigura ontkent ook deze beschuldigingen.

Naast de aangifte diende Greenpeace al vorig jaar een klacht in bij het gerechtshof in Den Haag wegens het niet vervolgen van strafbare feiten. Greenpeace wil hiermee bereiken dat Trafigura ook wordt vervolgd voor de gebeurtenissen in Ivoorkust.