Bladzijde - 21 maart, 2006
Middenin het regenwoud van Papoea Nieuw Guinea
Op het bladerdak van onze hut tikt de regen. Naast het
geroezemoes van de mensen van het kamp is het een afwisselend
gepiep, gekraak en gekwaak. Vogels, kikkers, krekels en andere
dieren roepen om het hardst. Ik zit onder een klamboe te typen met
een klein tl-lampje erbij. Nog geen paradijsvogels gezien, wel
gehoord. Ik kan haast niet wachten!
Als vrijwilliger voor Greenpeace zit ik hier om om de lokale
bevolking te helpen met het in kaart brengen van hun leefomgeving,
om zo dit bosgebied te beschermen tegen houtkap. Vanaf Port
Moresby, Papoea Nieuw Guinea, twintig uur vliegen vanaf Nederland,
was het nog een hele reis om hier te komen. In een klein
lijnvliegtuig vertrekken we naar Kiunga om over te stappen in een
Cesna, die twee keer moet vliegen om ons alle negen over te brengen
naar Lake Murray. Vanaf daar nog per boot naar het Forest Rescue
Station.
Het uitzicht onderweg is prachtig! Onder ons uitgestrekte bossen
met een prachtige rivier er doorheen. Helaas zien we ook de sporen
van grote houttransporten die in het verleden al veel schade aan
het regenwoud hebben toegebracht. Bossen en moerasachtige vlaktes
wisselen elkaar af. Een dorp blijkt niet meer te zijn dan houten
hutten op palen. Uit de lucht zie ik zilverreigers opvliegen.
'Prepare for landing!' roept de piloot boven het geraas van de
motor uit naar ons.
Buiten staan hordes mensen te wachten. Het hele dorp blijkt
standaard uit te lopen als er een vliegtuig landt. Ik voel me
enigszins ongemakkelijk door de starende menigte, maar al snel
komen er mensen op ons af. Iedereen geeft mij lachend de speciale
Lake Murray handdruk en is zichtbaar blij dat wij er zijn.
Sep, de leider van het dorp, neemt ons mee in zijn boot en
brengt ons naar zijn huis, waar zijn vrouw voor ons heeft gekookt.
Hongerig vallen we aan op een heerlijk maal met een overdaad aan
bananen en rijst. Zijn huis bestaat uit vier palen met op
borsthoogte een vloer en op goede hoogte een bladerdak. Muren kun
je het nauwelijks noemen, maar het is afgeschermd van de
buitenwereld, met hier en daar een uitsparing. Maar ook wij zullen
zo'n bouwsel de komende tijd als huis gaan beschouwen. Ons Forest
Rescue Station blijkt er ongeveer net zo uit te zien.
Ik moet het hier bij laten, het is al laat en ik ga zo pitten.
Ik bedenk dat het net regende en dat mijn schoenen nog buiten
stonden. Later verder!
Klaas de Jong