Bladzijde - 21 maart, 2006
Mijn laatste dagen in het oerwoud...
Verderop in het bos wordt geschreeuwd 'Een slang!'Ik grijp mijn camera en spoed mij naar de plaats waar inmiddels een flink aantal zich om een prachtige adder heeft geschaard.
"En wat heb je als je je land, je bos verkoopt aan Maleisische
houtkapbedrijven?" de stem van Sep klinkt krakend uit de radio,
afgestemd op Karai National Radio ('karai' is pidgin voor 'cry').
"Je krijgt misschien wat geld, dan koop je wat rijst, je eet, je
gaat naar het toilet, en dan?". Samen met de jongens van de Kuskus
clan luisteren we naar de heldere uitleg van de man die Greenpeace
heeft uitgenodigd om in dit gebied te helpen om het bosbeheer in
eigen hand te houden. Er wordt heftig geknikt en vele ogen
glinsteren als er wordt gesproken over de verschillende stammen uit
het gebied rond Lake Murray, waar wij ons op dit moment bevinden.
Dit gaat over hun land. Over hun bos. Over hèn! Na de uitzending,
waarin ook lokale NGO's aan het woord komen en het hele project nog
eens duidelijk wordt uitgelegd, komen ze naar ons toe en schudden
ons de hand. Ook stellen ze ons gerichter vragen over het project
en over onze rol. Het is alsof het nu pas goed tot ze doordringt
dat ze deel uitmaken van een wereldwijd project. Dat mensen tot in
Europa toe meeluisteren naar hún project, naar hún doen en
laten.
De volgende dag hebben ze als we wakker worden al bananen voor
ons ontbijt gekookt en gaan ze met dubbele motivatie aan het werk.
Het gevolg is dat er voor ons nauwelijks iets te doen is, maar het
enorme enthousiasme is goed om te zien. Bovendien is het geweldig
om zo ontzettend gastvrij te worden onthaald. Totdat er in de
voorhoede van de inventarisatie van dit stuk bos geschreeuwd wordt.
"Een slang!" Ik grijp mijn camera en spoed mij naar de plaats waar
inmiddels een flink aantal zich om de prachtige adder heeft
geschaard. Op gepaste afstand uiteraard, want het dier is
behoorlijk giftig. Er wordt met stokken richting het dier geprikt,
maar als ik vraag of ik een foto mag maken kan ik mijn gang gaan.
Volgens Garex, een van de vaders, is het een 'death adder', maar
een andere dan de soort dan die we gisteren zagen. "Deze kan
springen!" vertelt Garex me. Ik deins onwillekeurig nog verder
achteruit en vraag me af wat al die gasten dan op zo korte afstand
van het dier doen en het bovendien nog proberen te verstoren ook.
"Kill it!" wordt er geroepen en enthousiast klinkt er instemming.
Ik probeer uit te leggen dat de slang ook onderdeel is van het bos
dat we proberen te beschermen, maar halverwege mijn uitleg
realiseer ik me dat ik eens te meer gemakkelijk praten heb, omdat
ik nog nooit een familielid (of ook maar een verre kennis) heb
verloren aan een slangebeet. De dilemma's van het oerwoud zijn niet
zo gemakkelijk als ik in eerste instantie altijd gedacht heb. "Let
it go" gebiedt Garex, die mijn redenering wel begrijpt en bovendien
inziet dat ik dit niet gewend ben. Opgelucht haal ik adem en de
jongens druipen enigszins teleurgesteld af. "It was a dangerous
one, you see" mompelt een van hen op onze weg terug naar waar we
gebleven waren. Vertwijfeld vraag ik me af wat ik zou doen als ik
morgen weer op blote voeten door ditzelfde stuk bos moest
lopen.
Even later komen we Bart en Merel tegen, Nederlandse
Greenpeace-actievoerders die mij komen aflossen. Ze zijn net te
laat voor het slange-debacle, maar kunnen op het schermpje van mijn
camera al zien dat het geen kinderachtige slang was. Ik hoop voor
ze dat ze er niet op gaan staan of anderszins van al te dichtbij
mee te maken krijgen. Morgen nog een dag in het Global Forest
Rescue Station en dan naar huis. Helaas. Dit ga ik missen.
Smiles,
Klaas