Weblog Klaas- 6

Bladzijde - 21 maart, 2006
Paniek! De rivier heeft veel bochten en wanneer de boot te ver door draait raken drie man overboord. En er zitten hier krokodillen!

Dichter bij officiële erkenning

In totaal hebben Florian en ik de afgelopen drie weken vier clans geholpen om hun land te demarkeren. Deze clans zijn dichter bij de officiële erkenning van hun land. De grenzen zijn aangegeven op een kaart, want de GPS posities die wij  hebben verzameld zijn ingetekend. De clans hebben zelf hun landgebruik reeds bepaald, dat wil zeggen, ze hebben aangegeven wat ze met welk bosgedeelte van plan zijn. En ze hebben een genealogisch overzicht gemaakt van zover als ze zich kunnen herinneren om te bewijzen dat degene die van oudsher staat aangemerkt als de landeigenaar een van hun rechtstreekse voorvaderen is, waarmee zij hun recht op het land kunnen registreren. "Deze registratie voorkomt dat grote houtkapbedrijven nog een kans krijgen in ons gebied" legt Murray, de broer van Sep, ons ten overvloede nog eens uit.

Houtkapbedrijf

"De rechtszaak tegen Ocean Pacific loopt nog steeds". Dit Maleisische houtkapbedrijf heeft jaren geleden een weg aangelegd van Kiunga naar Aiambak, maar in plaats van de wettelijke 40 meter zone naast de weg, waar ze mochten  kappen voor de aanleg van de weg, gingen ze op sommige plaatsen wel 15 kilometer van de weg af om bomen te rooien. Bovendien loopt de weg niet rechtstreeks van Aiambak naar Kiunga, maar slingert hij via de ooit rijkste  bosgebieden en eindigt 8 kilometer van Kiunga bij de rivier, aangezien dat de weg is via welke de gerooide bomen het land uit worden getransporteerd. De clans van wiens land deze bomen zijn gestolen hebben een rechtszaak aangespannen en OP (Ocean Pacific) is daags daarna vertrokken uit het gebied. Dit bemoeilijkt nu het verdere proces, maar inmiddels lijkt het er toch op dat OP alsnog compensatie moet betalen aan de clans.

Dankbaarheid maakt ons verlegen

Met veel plezier hebben we ons ingezet voor de mensen en de dankbaarheid maakt ons verlegen. Mensen geven ons allerlei cadeaus, zoals bijvoorbeeld in Mumus, waar we originele houtgesneden jachtpijlen krijgen aangeboden van de dorpsoudsten. Hij is doof, maar legt ons op onnavolgbare wijze uit dat deze pijlen vroeger werden gebruikt om groot wild en zelfs mensen te schieten. Dat gebeurt nu gelukkig niet meer, maar hij maakt nog wel duidelijk dat als je door  een dergelijke pijl geraakt wordt, dat je er dan ook mee begraven wordt, want  de punt breekt af en kan dankzij de zorgvuldig gesneden vorm met geen  mogelijkheid worden verwijderd. Onder de indruk van het geschenk nemen we

afscheid en zelfs als onze boot door de bomen al lang aan het zicht onttrokken is, horen we de leden van de Kuskus clan ons nog najoelen. We hebben hier goed  werk verricht.

De terugreis

Voldaan aanvaarden we de terugreis. Aanvankelijk zouden we vanaf Kiunga terugvliegen, maar daar bleek de brandstof op te zijn. "This is PNG, guys, expect the unexpected!" zegt Sep lachend, en zet koers richting Obo, 4 uur stroomafwaarts, waar we waarschijnlijk wel een Twinotter terug naar de hoofdstad krijgen. De bootreis begint regenachtig, maar langzaam klaart het op. Als het droog is, zien we een raar beest in een boom. Sep lacht. "Weet je nog de stam waar jullie van de week waren?" vraagt hij. "Hier zijn ze naar de genoemd. Dat is nu een Kuskus". Het houdt het midden tussen een kat en een kangoeroe, maar door de snelheid van de boot (75 pk) krijg ik niet echt een goed beeld.

In het water met krokodillen

De rivier heeft veel bochten en dan, paniek! De boot schommelt. In de bocht draait de boot te ver door, maar de motor raast door, we maken water! Man overboord! De motor slaat af. We kapseizen bijna, maar niet helemaal. De boot staat grotendeels vol water. Drie man in het water, waaronder Florian en Sep, de kapitein. Hozen heeft geen zin, want de rand van de boot is nog onder water. We zinken! Naar voren! Met drie man zit ik voorop de boot, waardoor de achtersteven weer bovenkomt. We beginnen met hozen en de overboordgeslagenen grijpen de rand van de boot. Aan boord klimmen is nog geen optie, want dan komt de rand weer onder water. Maar er zitten hier krokodillen! Als een dolle staan we te hozen en een voor een klimmen ze aan boord. Niemand gewond. De bagage is drijfnat. Mijn foto's! Eerst verder hozen. Langzaam droogt de boot op. De motor doet het gelukkig nog, ondanks langdurige onderdompeling. "Waarschijnlijk een boomstam onder water" vermoedt Sep. "We hebben geluk gehad. Veel geluk."

Mijn fototas is zo goed als drooggebleven, net als Natalie's filmapparatuur in de gelukkig waterdichte koffer. Een zucht van verlichting. Iedereen inventariseert of hij iets mist en alleen Sep meldt enigszins teleurgesteld dat hij zijn papaya kwijt is. We lachen om de relativiteit van het gemis en zijn blij dat er verder niemand  gewond is geraakt. Mijn kleren en boeken zijn drijfnat, maar ik kan er niet mee zitten. Na afwending van het levensgevaar maakte ik me slechts zorgen om de bijna 1600 foto's die ik genomen heb (leve de digitale fotografie!).

Emotioneel afscheid

Na nog een uur varen arriveren we in Obo en nemen afscheid van Sep, Ivara en Kendel. Door het ongeval is het afscheid extra emotioneel en de mensen die uit het vliegtuig komen kijken ons enigszins verbaasd aan. Snel stappen we in en tijdens de vier uur durende vlucht drogen we maar nauwelijks op, maar het deert onze stemming niet. Zelfs het noodweer in Port Moresby, waardoor de piloot tot twee keer toe de landingsbaan mist en opnieuw moet aanvliegen, kan ons humeur niet bederven! Blij storten we ons in het Greenpeace kantoor op de luxe die we drie weken lang niet hebben genoten: chocola, kaas en een douche. Het zit erop. Ik mis de jongens in het bos nu al. De foto's geven een mooie herinnering en de verhalen zijn soms te onwaarschijnlijk voor woorden. Het was echt een avontuur.

Smiles,

Klaas