Dichter bij officiële erkenning
In totaal hebben Florian en ik de afgelopen drie weken vier
clans geholpen om hun land te demarkeren. Deze clans zijn dichter
bij de officiële erkenning van hun land. De grenzen zijn aangegeven
op een kaart, want de GPS posities die wij hebben verzameld zijn
ingetekend. De clans hebben zelf hun landgebruik reeds bepaald, dat
wil zeggen, ze hebben aangegeven wat ze met welk bosgedeelte van
plan zijn. En ze hebben een genealogisch overzicht gemaakt van
zover als ze zich kunnen herinneren om te bewijzen dat degene die
van oudsher staat aangemerkt als de landeigenaar een van hun
rechtstreekse voorvaderen is, waarmee zij hun recht op het land
kunnen registreren. "Deze registratie voorkomt dat grote
houtkapbedrijven nog een kans krijgen in ons gebied" legt Murray,
de broer van Sep, ons ten overvloede nog eens uit.
Houtkapbedrijf
"De rechtszaak tegen Ocean Pacific loopt nog steeds". Dit
Maleisische houtkapbedrijf heeft jaren geleden een weg aangelegd
van Kiunga naar Aiambak, maar in plaats van de wettelijke 40 meter
zone naast de weg, waar ze mochten kappen voor de aanleg van de
weg, gingen ze op sommige plaatsen wel 15 kilometer van de weg af
om bomen te rooien. Bovendien loopt de weg niet rechtstreeks van
Aiambak naar Kiunga, maar slingert hij via de ooit rijkste
bosgebieden en eindigt 8 kilometer van Kiunga bij de rivier,
aangezien dat de weg is via welke de gerooide bomen het land uit
worden getransporteerd. De clans van wiens land deze bomen zijn
gestolen hebben een rechtszaak aangespannen en OP (Ocean Pacific)
is daags daarna vertrokken uit het gebied. Dit bemoeilijkt nu het
verdere proces, maar inmiddels lijkt het er toch op dat OP alsnog
compensatie moet betalen aan de clans.
Dankbaarheid maakt ons verlegen
Met veel plezier hebben we ons ingezet voor de mensen en de
dankbaarheid maakt ons verlegen. Mensen geven ons allerlei cadeaus,
zoals bijvoorbeeld in Mumus, waar we originele houtgesneden
jachtpijlen krijgen aangeboden van de dorpsoudsten. Hij is doof,
maar legt ons op onnavolgbare wijze uit dat deze pijlen vroeger
werden gebruikt om groot wild en zelfs mensen te schieten. Dat
gebeurt nu gelukkig niet meer, maar hij maakt nog wel duidelijk dat
als je door een dergelijke pijl geraakt wordt, dat je er dan ook
mee begraven wordt, want de punt breekt af en kan dankzij de
zorgvuldig gesneden vorm met geen mogelijkheid worden verwijderd.
Onder de indruk van het geschenk nemen we
afscheid en zelfs als onze boot door de bomen al lang aan het
zicht onttrokken is, horen we de leden van de Kuskus clan ons nog
najoelen. We hebben hier goed werk verricht.
De terugreis
Voldaan aanvaarden we de terugreis. Aanvankelijk zouden we vanaf
Kiunga terugvliegen, maar daar bleek de brandstof op te zijn. "This
is PNG, guys, expect the unexpected!" zegt Sep lachend, en zet
koers richting Obo, 4 uur stroomafwaarts, waar we waarschijnlijk
wel een Twinotter terug naar de hoofdstad krijgen. De bootreis
begint regenachtig, maar langzaam klaart het op. Als het droog is,
zien we een raar beest in een boom. Sep lacht. "Weet je nog de stam
waar jullie van de week waren?" vraagt hij. "Hier zijn ze naar de
genoemd. Dat is nu een Kuskus". Het houdt het midden tussen een kat
en een kangoeroe, maar door de snelheid van de boot (75 pk) krijg
ik niet echt een goed beeld.
In het water met krokodillen
De rivier heeft veel bochten en dan, paniek! De boot schommelt.
In de bocht draait de boot te ver door, maar de motor raast door,
we maken water! Man overboord! De motor slaat af. We kapseizen
bijna, maar niet helemaal. De boot staat grotendeels vol water.
Drie man in het water, waaronder Florian en Sep, de kapitein. Hozen
heeft geen zin, want de rand van de boot is nog onder water. We
zinken! Naar voren! Met drie man zit ik voorop de boot, waardoor de
achtersteven weer bovenkomt. We beginnen met hozen en de
overboordgeslagenen grijpen de rand van de boot. Aan boord klimmen
is nog geen optie, want dan komt de rand weer onder water. Maar er
zitten hier krokodillen! Als een dolle staan we te hozen en een
voor een klimmen ze aan boord. Niemand gewond. De bagage is
drijfnat. Mijn foto's! Eerst verder hozen. Langzaam droogt de boot
op. De motor doet het gelukkig nog, ondanks langdurige
onderdompeling. "Waarschijnlijk een boomstam onder water" vermoedt
Sep. "We hebben geluk gehad. Veel geluk."
Mijn fototas is zo goed als drooggebleven, net als Natalie's
filmapparatuur in de gelukkig waterdichte koffer. Een zucht van
verlichting. Iedereen inventariseert of hij iets mist en alleen Sep
meldt enigszins teleurgesteld dat hij zijn papaya kwijt is. We
lachen om de relativiteit van het gemis en zijn blij dat er verder
niemand gewond is geraakt. Mijn kleren en boeken zijn drijfnat,
maar ik kan er niet mee zitten. Na afwending van het levensgevaar
maakte ik me slechts zorgen om de bijna 1600 foto's die ik genomen
heb (leve de digitale fotografie!).
Emotioneel afscheid
Na nog een uur varen arriveren we in Obo en nemen afscheid van
Sep, Ivara en Kendel. Door het ongeval is het afscheid extra
emotioneel en de mensen die uit het vliegtuig komen kijken ons
enigszins verbaasd aan. Snel stappen we in en tijdens de vier uur
durende vlucht drogen we maar nauwelijks op, maar het deert onze
stemming niet. Zelfs het noodweer in Port Moresby, waardoor de
piloot tot twee keer toe de landingsbaan mist en opnieuw moet
aanvliegen, kan ons humeur niet bederven! Blij storten we ons in
het Greenpeace kantoor op de luxe die we drie weken lang niet
hebben genoten: chocola, kaas en een douche. Het zit erop. Ik mis
de jongens in het bos nu al. De foto's geven een mooie herinnering
en de verhalen zijn soms te onwaarschijnlijk voor woorden. Het was
echt een avontuur.
Smiles,
Klaas