Nederland stijgt naar vierde plaats import Congolees hout

Greenpeace: stop de plundering van de bossen in Congo

Nieuwsartikel - 11 april, 2007
De buitenlandse houtbedrijven in de Democratische Republiek Congo (DRC) houden er destructieve en illegale praktijken op na en werken deels op basis van corruptie.

Liesbeth van Tongeren, directeur van Greenpeace, biedt minister Koenders van Ontwikkelings- samenwerking het rapport 'Carving up the Congo' aan. Greenpeace vraagt minister Koenders om zich bij de Wereldbank sterk te maken voor het behoud van de Congolese oerwouden en voor het moratorium op nieuwe houtkapconcessies.

Kapbedrijven als OLAM, Sicobois, Danzer en NST dragen niets bij aan natuurbescherming, noch aan de Congolese economie, maar boeken hun winsten ten koste van de onvervangbare bossen en hun inwoners.

Zo hebben kapbedrijven sinds 2002 ruim vijftien miljoen hectare bos in handen gekregen ondanks een Congolees moratorium op nieuwe kapvergunningen. Dat is ruim vier keer Nederland aan schimmige kapconcessies.

Rapport 'Carving up the Congo'

In het Greenpeace onderzoek 'Carving up the Congo' ( zie hier de Nederlandse samenvatting) worden voor het eerst sinds het einde van de oorlog de omvang van de destructieve houtkap in Congo en de rol van de Wereldbank daarin in kaart gebracht. Het rapport wordt gelanceerd aan de vooravond van de Wereldbank-vergadering in Washington, waar de bossen van Congo worden besproken.

Houtkap leidt tot armoede en corruptie

De Wereldbank beschouwt de industriële houtkap voor dit fragiele land ten onrechte als een kans om uit de armoede te komen. Maar in de wetteloze omgeving die Congo op dit moment is, leidt de houtkap tot blijvende armoede en onherstelbaar verlies van de natuur in Congo, vreest Greenpeace. Op alle plaatsen in de DRC die zij bezocht, constateerde Greenpeace dat houtkap omgeven is met corruptie.

In de DRC ligt nog 60 miljoen hectare ongerept oerwoud, die wrang genoeg vanwege de oorlogen grotendeels gespaard bleven van bulldozers en kettingzagen. Het laagland-regenwoud is onderdeel van het uitgestrekte Congobekken, na de Amazone het grootste tropische oerwoud ter wereld.

Gigantische diversiteit bedreigd

Behoud van het Congolese oerwoud beschermt tegen klimaatverandering. Bossen slaan koolstof op, de bossen van de DRC houden acht procent van de wereldvoorraad vast. Geen enkel Afrikaans oerwoud herbergt nog zoveel diersoorten, zoals de bonobo, de gorilla, de bosolifant, de okapi en de Congopauw. Meer dan 40 miljoen mensen zijn afhankelijk van de bossen voor hun levensonderhoud.

De wouden zijn ook rijk aan kostbare boomsoorten, die in het westen veel opbrengen en commercieel interessant zijn voor de kapbedrijven: aformosia, wengé, sapeli, iroko. Voor het selectief rooien van deze dure houtsoorten worden grote stukken oerwoud opengelegd met bulldozers. Op deze manier hebben de stropers ook weer makkelijker toegang tot het bos.

In ruil voor een schandalige fooi, bijvoorbeeld van zakken suiker, meel, zout en flessen bier voor de lokale bevolking, kopen kapbedrijven de vrije toegang tot de bossen. De Congolese overheid heeft niet de capaciteit om de wetteloosheid en corruptie in de houtsector aan te pakken.

Landgebruiksplan in plaats van verwoesting

"De 'contracts of shame' beloven niet veel goeds voor het regenwoud en de 40 miljoen Congolezen die ervan afhankelijk zijn. De ooit uitgestrekte wouden van Congo worden langzaamaan in stukken opgedeeld, de bedrijven brengen corruptie, geweld, criminaliteit en sociale conflicten mee en laten een verwoest oerwoud achter," stelt Femke Bartels, campagneleider van Greenpeace Nederland.

"Congo heeft een nationaal plan voor landgebruik nodig, waar de Wereldbank in zou moeten investeren. Ecologisch waardevolle gebieden moeten daarin worden aangewezen voor bescherming, de lokale bevolking moet kunnen blijven beschikken over de bossen. Totdat er een landgebruiksplan ligt en de overheid de wet kan handhaven, hoort het huidige moratorium op houtkapconcessies streng te worden gehandhaafd," aldus Bartels.

Nederland moet zich sterk maken voor de Congolese bossen

Nederland is de vierde importeur van Europa geworden van tropisch hout uit de DRC. Ons land kocht in 2005 hout ter waarde van 4,6 miljoen euro, in 2006 steeg dat naar 16,9 miljoen euro.

Greenpeace ziet voor Nederland, als belangrijk donorland van de Wereldbank, een positievere rol weggelegd. Greenpeace vraagt minister Koenders van Ontwikkelingssamenwerking om zich bij de Wereldbank sterk te maken voor het behoud van de Congolese oerwouden en voor het moratorium op nieuwe concessies.

Onderwerpen