Cookies helpen ons om jou beter over ons werk (en acties) te informeren. Wil je meer informatie?

Greenpeace gearresteerd bij opruimen giftige stoffen Dow in Bhopal

Multinational Dow Chemicals negeert verantwoordelijkheid voor grootste giframp ooit

Persbericht - 25 november, 2002
Bhopal, Indië — Ruim 60 actievoerders, waaronder drie Nederlanders, van Greenpeace en bewoners van Bhopal (ICJB)1 zijn vandaag gearresteerd in Bhopal. Op het moment dat de actievoerders uit 14 verschillende landen op vreedzame wijze begonnen met het opruimen van het achtergelaten giftige, chemische afval in Bhopal, werden zij van het terrein verwijderd. Sinds in Bhopal 18 jaar geleden de ergste chemische ramp aller tijden plaatsvond, heeft Dow Chemicals nog altijd het sterk vervuilde terrein niet opgeruimd. Er liggen grote hoeveelheden oude bestrijdings-middelen slecht verpakt her en der verspreid op het terrein. Hierdoor is de grond, waarop kinderen spelen, en het drinkwater voor veel omwonenden sterk vervuild.2 Greenpeace en ICBJ wilden een eerste stap zetten met het opruimen van het terrein, terwijl de vervuiler, Dow Chemicals, consequent haar verantwoordelijkheid afwijst.

Ruim 60 actievoerders van Greenpeace en bewoners van Bhopal worden gearresteerd in Bhopal (India) nadat zij waren begonnen met het opruimen van giftig chemisch afval. Achttien jaar geleden vond in Bhopal de ergste giframp ooit plaats. De bewoners ervaren nog dagelijks de gevolgen van deze ramp.

Ruim 60 actievoerders, waaronder drie Nederlanders, van Greenpeace en bewoners van Bhopal (ICJB)zijn vandaag gearresteerd in Bhopal. Op het moment dat de actievoerders uit 14 verschillende landen op vreedzame wijze begonnen met het opruimen van het achtergelaten giftige, chemische afval in Bhopal, werden zij van het terrein verwijderd. Sinds in Bhopal 18 jaar geleden de ergste chemische ramp aller tijden plaatsvond, heeft Dow Chemicals nog altijd het sterk vervuilde terrein niet opgeruimd. Er liggen grote hoeveelheden oude bestrijdings-middelen slecht verpakt her en der verspreid op het terrein. Hierdoor is de grond, waarop kinderen spelen, en het drinkwater voor veel omwonenden sterk vervuild. Greenpeace en ICBJ wilden een eerste stap zetten met het opruimen van het terrein, terwijl de vervuiler, Dow Chemicals, consequent haar verantwoordelijkheid afwijst.

In de nacht van 2 op 3 december 1984 lekte 40 ton methyl isocyanaat en andere dodelijke gassen weg uit de bestrijdingsmiddelenfabriek van Union Carbide (inmiddels Dow Chemicals) in Bhopal. Als gevolg van de directe blootstelling aan het gas stierven in de eerste drie dagen 8.000 mensen. Inmiddels is het aantal doden opgelopen tot 20.000 en zijn ruim 120.000 mensen chronisch ziek. Na de ramp vertrok Union Carbide uit Bhopal met achterlating van de fabriek en de oude voorraden. 18 jaar na de ramp hebben vrouwen voortplantingsproblemen, worden er nog steeds veel kinderen geboren met misvormingen en krijgen steeds meer overlevenden kanker en tbc.

'Voor onderzoek kom ik in veel vervuilde gebieden, maar nooit eerder heb een dergelijke situatie onder ogen gehad,' zegt Greenpeace-onderzoeker Ruth Stringer. 'Overlevenden van de Bhopal-ramp zijn de laatste 18 jaar langzaam vergiftigd door blootstelling aan deze giftige stoffen. Dow moet alle giftige stoffen die nog op het terrein in Bhopal liggen op de veiligst mogelijke manier opruimen, minimaal op dezelfde wijze als ze dat in de Verenigde Staten of Europa zouden doen,' aldus Stringer.

In 2001 werd Union Carbide overgenomen door Dow Chemicals in de VS. Daarmee kocht Dow niet alleen de activa van Union Carbide, maar ook de verplichtingen met betrekking tot Bhopal. Dow Chemicals zegt in een officiële verklaring over Bhopal dat niemand deze verschikkelijke tragedie mag vergeten. 'Het is de verantwoordelijkheid van de chemische industrie, inclusief Dow, om van dergelijke gebeurtenissen te leren en om er alles aan te doen er voor te zorgen dat soortgelijke ongevallen nooit meer kunnen plaatsvinden,' aldus Dow. Maar ook Dow Chemicals neemt geen maatregelen om het vervuilde terrein te saneren. Bij een soortgelijk ongeval in Nederland zou het verantwoordelijke bedrijf verplicht worden tenminste de grond te saneren en de veiligheid voor omwonenden te garanderen. Dow Chemicals heeft ook een grote productiefaciliteit in het Nederlandse Terneuzen.

De mensen in Bhopal hebben, net als de omwonenden van fabrieken van Dow Chemicals in Europa en de Verenigde Staten, recht op een schone leefomgeving. Greenpeace en ICJB eisen van Dow dat zij het vervuilde fabrieksterrein saneert naar westerse maatstaven, ervoor zorgt dat alle bewoners over schoon drinkwater kunnen beschikken en een compensatie regelt voor de getroffen bewoners en hun gezinnen.