magazine / december 2017

Milieubeschermers in het nauw

©Rogério Assis/MNI

De teller staat op 158 op het moment dat we de laatste hand leggen aan deze GPM. Dat zijn 158 mensen die in 2017 zijn vermoord vanwege hun vreedzame inzet voor milieu- en natuurbescherming. Tegen de tijd dat jij dit leest, zo voorspellen de statistieken, zijn er zo’n 10 namen bij gekomen.

The Guardian houdt het actuele aantal vermoorde en vermiste milieubeschermers bij.

 

De 57-jarige Gloria Capitan (Filipijnen, † 2016) was een van de leiders van Coal-Free Bataan en voorzitter van een burgerbeweging in haar thuisstad Lucanin. Hier zorgt de zware luchtvervuiling van de nabije kolencentrales voor huidallergieën en zware luchtwegproblemen onder omwonenden. Capitan begon daarom een petitie tegen de steenkoolindustrie. De bedreigingen volgden vrijwel direct daarna. Een jaar nadat ze de petitie begonnen was, werd Gloria Capitan vermoord in een karaokebar. Haar achtjarige kleinzoon zag hoe zijn oma werd neerschoten.

Mijnbouw en oliewinning zijn volgens de cijfers van onderzoeksorganisatie Global Witness al vier jaar op rij de sectoren waarin de meeste actievoerders vermoord worden. Maar in de cijfers van 2017 ziet Ben Leather, campaigner bij Global Witness, ook een scherpe stijging van het geweld in de landbouwsector, waar (internationale) bedrijven azen op de grond van kleine boeren en inheemse gemeenschappen. Volgens de VN Verklaring over de Rechten van Inheemse Volken moeten betrokken inheemse bewoners ‘vrijwillige, voorafgaande en geïnformeerde toestemming’ geven voor het gebruik van hun land en grondstoffen. Volgens Leather laten overheden en bedrijven dit echter stelselmatig na. Net als de buitenlandse investeerders die mijnbouw en landjepik financieren, houden zij het geweld tegen milieuactivisten in stand. Zo blijven internationale instellingen als de Wereldbank de steenkoolhausse in de Filipijnen ondersteunen, ondanks de moord op Gloria Capitan en het geweld en de bedreigingen tegen andere actievoerders.

EEN TRAGISCH RECORD

Met een gemiddelde van 3,6 moorden per week stevenen we af op een nieuw geweldsrecord. Het werkelijke aantal slachtoffers ligt vele malen hoger, waarschuwt Global Witness in elk van haar jaarlijkse rapporten. De organisatie telt een moord of verdwijning alleen mee als het verband met vreedzaam milieuactivisme direct en bewijsbaar is. In landen met complexe conflicten, slecht internationaal toezicht of onbetrouwbare informatievoorziening blijft de toedracht vaak onduidelijk – of de moord zelfs onopgemerkt. Blinde vlekken zijn er vooral in het Midden-Oosten, Azië en Oost-Europa. Als milieubeschermers, hun familieleden of vrienden ‘slechts’ worden bedreigd, ontvoerd of verwond, blijven ook zij buiten beeld in deze statistieken. Net zoals de mensen die door het geweld hun mond niet open durven te doen.

Ook Greenpeace krijgt, ondanks haar strikt geweldloze principes, te maken met geweld. Onze bekendheid en de steun van miljoenen supporters geven onze actievoerders nog een zekere mate van bescherming. Bij elke actie maken we bovendien een uitgebreide risicoanalyse. Toch brak onze Italiaanse collega Matilde haar been toen de Spaanse marine onze rubberboten ramde en haalde het bebloede gezicht van de Russische Greenpeace-brandweerman Mikhail de internationale pers – hij was tijdens zijn werk door onbekende gewapende mannen in elkaar geslagen. Maar het kwetsbaarst zijn de mensen die in conflictgebieden vechten voor hun bos, land of schoon water: de vaders en moeders die vorig jaar in reservaat Standing Rock bestookt werden met traangas en rubberkogels, terwijl ze hun rivier wilden beschermen tegen vervuiling door de Dakota Access-oliepijpleiding. En toegewijde milieu- en mensenrechtenactivisten zoals Berta Cáceres (Honduras, † 2016). Een internationale onderscheiding voor haar werk kon niet voorkomen dat zij thuis werd neergeschoten. Haar dochter, die het werk van Berta voortzet, wordt nu ook bedreigd.

 

BESCHERM DE NATUURBESCHERMER

De internationale natuurbeschermingsorganisatie IUCN werkt ook nauw samen met lokale partners en ziet ze steeds vaker in de knel komen door geweld. De toename van het geweld was voor IUCN Nederland aanleiding om samen met Global Witness en Milieudefensie het project ‘Bescherm de natuurbeschermer’ te starten. Bedreigde natuurbeschermers in Colombia, Peru, Congo, Indonesië en de Filipijnen krijgen veiligheidstrainingen, juridische ondersteuning en worden zo nodig met hun gezin in veiligheid gebracht. In Nederland richt ‘Bescherm de natuurbeschermer’ zijn pijlen nu op een nieuw VN-verdrag over handel en mensenrechten.

Op dit moment gelden er namelijk geen bindende internationale mensenrechtenwetten voor bedrijven die opereren in het buitenland. Daardoor kan het hoofdkantoor van een multinational zijn handen wassen in onschuld of ‘onwetendheid’, terwijl een dochterbedrijf mensenrechten schendt. Slachtoffers van de giframp in Bhopal in 1984 of van Shells lekkende oliepijpen in Nigeria hadden en hebben geen mogelijkheid om het verantwoordelijke bedrijf voor een internationaal hof te dagen. Ngo’s als Amnesty International en Global Witness dringen er al jaren op aan dat dit verandert. Greenpeace initieerde vijftien jaar geleden al de ‘Bhopal Principles on Corporate Accountability’. Het eerste principe: landen moeten onderhandelen over een internationaal juridisch instrument dat aansprakelijkheid en compensatie regelt voor slachtoffers van milieuvervuiling door bedrijven. Op initiatief van Ecuador en Zuid-Afrika onderhandelt een VN-werkgroep nu over bindende afspraken die internationaal opererende bedrijven aansprakelijk maken bij mensenrechtenschendingen. Lees verder >>