magazine / december 2017

AANSPRAKELIJKHEIDSGAT

Femke Wijdekop, expert milieurecht bij IUCN NL, ziet een bindend verdrag als de oplossing voor het huidige aansprakelijkheidsgat. Alleen ligt onder andere Europa dwars: ‘Tijdens de eerste onderhandelingen liepen de EU- vertegenwoordigers weg. Bij de tweede ronde was de inzet van Europa weinig constructief.’ Om de starre Europese houding te doorbreken, initieerden ‘Bescherm de natuurbeschermer’ en verwante organisaties in andere lidstaten petities, waarin ze hun parlementen opriepen zich sterk te maken voor een bindend VN-verdrag. In Nederland werd de brief ondertekend door 32.000 burgers en 26 natuur- en milieuorganisaties; zes oppositiepartijen zegden toe het initiatief te ondersteunen.

De acties konden niet voorkomen dat de Europese vertegenwoordigers in de VN-werkgroep in oktober opnieuw dwarslagen. Maar er is hoop: het Europees Parlement is vóór het VN-verdrag en op nationaal niveau nemen sommige lidstaten het voortouw. Zo verplichtte Frankrijk dit jaar grote Franse bedrijven om milieu- en mensenrechtenrisico’s in het buitenland in kaart te brengen en maatregelen te nemen om die te verminderen. In Zwitserland is een vergelijkbare wet in de maak.

EEN STEEDS LUIDER SIGNAAL

De Franse wet is het resultaat van vier jaar onderhandelen en de VN-besprekingen gaan pas in 2018 verder – een verdrag kan nog wel even duren. Positief is dat bedrijven nu al, soms na wat extra aansporing, gehoor geven aan de oproep verantwoordelijkheid te nemen. Na de mediastorm rond de Dakota Access-oliepijpleiding en gerichte acties van Greenpeace stapten ABN AMRO en ING op als financierder van het project. Bedrijven moeten wel, zegt Wijdekop. ‘Het signaal dat de huidige manier van grondstoffen winnen niet duurzaam is, klinkt steeds harder. Ze kunnen die stemmen niet meer negeren. Maar het is wel tragisch dat mensen in de frontlinie daarvoor zoveel risico moeten nemen.’

Zolang beschermende wetgeving uitblijft, is het van levensbelang om het werk in die frontlinie zo veilig mogelijk te maken. In het door de Nationale Postcode Loterij gefinancierde project ‘Alle ogen op de Amazone’ (zie GPM25) werkt Greenpeace opnieuw nauw samen met burgerorganisaties in Brazilië, Ecuador en Peru. Samen met Hivos en negen andere organisaties helpen we hen bosvernietigende bedrijven in de spotlights te zetten en aansprakelijk te stellen. De veiligheid van de betrokken gemeenschappen en actievoerders staat hierbij voorop. We leren lokale, inheemse boswachters hoe ze op een veilige manier illegale activiteiten op hun grondgebied kunnen filmen met hun smartphones. De filmpjes moeten als bewijsmateriaal kunnen dienen in de rechtszaal, maar ook een aansprekend verhaal opleveren in (sociale) media. Partners WITNESS en ARTICLE 19 zijn gespecialiseerd in respectievelijk video for evidence en veiligheidstrainingen van lokale activisten. Zij helpen ze risico’s in te schatten en te beheersen, maar ook hoe ze juridisch en digitaal veilig kunnen opereren. Een speciaal noodfonds dient om mensen die direct gevaar lopen weg te halen uit hun regio. Zo proberen we de risico’s voor alle actievoerders zo klein mogelijk te houden.

 

DOSSIER BRAZILIË: EEN KLIMAAT DAT GEWELD KWEEKT

Brazilië telt al vijftien jaar op rij de meeste vermoorde milieubeschermers. Het aantal doden als gevolg van landconflicten stond halverwege dit jaar al op 63, tegenover 61 in heel 2016. Onder het bewind van de huidige president Michel Temer zijn de risico’s voor milieubeschermers alleen maar groter geworden. Milieu-agentschap IBAMA trok dit jaar in aan de bel vanwege de systematische bezuinigingen en wetswijzigingen. In een brandbrief waarschuwden de medewerkers dat ze de ontbossing in de Amazone niet onder controle hebben. Meer (illegale) ontbossing, betekent meer landconflicten. Maar ook de financiering voor FUNAI, dat de (land)rechten van inheemse volken beschermt, is door de regering geschrapt.

In april van dit jaar vond een drama plaats dat nu ‘het bloedbad van Colniza’ wordt genoemd. Vier gewapende mannen reden langs verschillende kleine nederzettingen in Colniza, Brazilië. Ze martelden de bewoners en vermoordden negen van hen. De officier van justitie wees de eigenaar van een houtzagerij aan als verdachte. Hij zou opdracht hebben gegeven voor de aanval. Sinds het drama is de man voortvluchtig. Zijn houtzagerijen zijn nog steeds in bedrijf. Het is niet de eerste keer dat dit gebied in opspraak komt vanwege landconflicten en schimmige praktijken. Greenpeace onderzoekt momenteel waar dit mogelijke bloedhout naartoe wordt geëxporteerd.

Update: uit ons veldwerk blijkt het bloedhout uit deze zagerij ook op de Nederlandse markt terecht komt. Lees hier het onderzoeksrapport.

Terug naar de index